Scholekster

Amsterdamse beestjes Stadsecoloog Remco Daalder schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.

Foto David Iliff

De scholekster is zo’n soort die natuurbeschermers tot wanhoop brengt door voortdurend zijn gewoontes te veranderen.

Honderd jaar geleden broedden scholeksters uitsluitend langs de kust. De Wadden, de Zeeuwse delta. Toen besloten ze om het binnenland in te trekken. Scholeksters gingen in steeds grotere aantallen broeden in de weidegebieden en schakelden voor hun voedsel over van schelpdieren naar regenwormen. Dertig jaar geleden koloniseerden ze daken van huizen, gewoon in steden, gewoon in Amsterdam. Daar maken ze hun simpele nest tussen het grind, daar zoeken ze op straatniveau als oversized merels de grasveldjes af naar wormen en insectenlarven.

Daar word je als natuurbeschermer dus gek van. Eerst hoef je alleen de Waddenzee te beschermen om de scholekster te plezieren. Daarna moet je je ook druk gaan maken om het beheer van het boerenland. En vervolgens gaan ze ongevraagd op het dak zitten. Dat lijkt een veilige plek, geen katten, honden of vossen, maar ook hier dreigt gevaar. De jonge scholekstertjes kunnen van het dak afvallen. Ze kunnen verdrogen door gebrek aan regenwater, of juist via regenpijpen het riool in gespoeld worden. Dus maak je als natuurbeschermer een mooie website, scholeksterophetdak.nl, met tips voor dakeigenaren. Op die site kan je zien dat er in Amsterdam dit jaar 41 scholeksterparen op daken broedden, waarvan 12 in Noord, waarvan één op ons dak.

Onze scholeksters arriveerden half februari, met veel kabaal. Scholeksters zijn altijd uitermate aanwezig. Hun levenslustige kreten vrolijkten tijdens de lockdown de vele thuiswerkers op: tenminste nog íémand die lol heeft. Begin mei sloegen de scholeksters hevig alarm. De thuiswerkers zagen vanachter hun ramen en vanaf hun balkons hoe een ekster wegvloog met een jong scholekstertje in zijn snavel, achtervolgd door een furieuze oudervogel. De ekster zag dat hij het niet ging redden en liet het jong vallen. Even later stonden onze buurjongens voor de deur met een volledig intact, pluizig scholekstertje. We bestegen onze vlizotrap, openden ons dakraam en plaatsten het beestje tussen het grind. Best nog moeilijk om een geschikte plek te vinden tussen al die zonnepanelen en bakken met vetplanten. Het jong, dat zich tot dan toe niet had verroerd, begon onmiddellijk hevig te piepen. Een gepiep dat werd beantwoord door de ouders, die de zaak bekeken vanaf een ander huizenblok. Zodra we het dakraam weer sloten vlogen de ouders naar hun jong. Dat ze liefdevol volpropten met regenwormen en verder opvoedden, tot het kon vliegen en het dak kon verlaten. Ze zwierven een tijdje gedrieën rond, zaten soms op autodaken de boel te bekijken. Deze week draaiden ze nog één rondje boven de buurt, luid roepend, en vertrokken. Ongetwijfeld richting de Wadden, want daar zitten onze scholeksters na het broedseizoen. Kunnen ze na al die regenwormen weer schelpdieren eten.

Stadsecoloog Remco Daalder schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.

Foto David Iliff

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.