Opinie

Richt na Merkel opnieuw een charmeoffensief op Duitsland

Internationale betrekkingen De goede band tussen Rutte en Merkel verstevigde de Nederlandse relatie met Duitsland. Er is nu een nieuw plan nodig, schrijft .
Foto Guido Bergmann/EPA

‘De Duits-Nederlandse relatie was nooit beter’, hoor je geregeld wanneer bewindspersonen uit de beide landen elkaar spreken. Die goede relatie is geen vanzelfsprekendheid. Het Nederlandse belang bij een goede relatie met Duitsland is immers groter dan andersom: Nederland is voor Duitsland één van een reeks grote handelspartners, Duitsland voor Nederland veruit de belangrijkste partner.

Met het vertrek van bondskanselier Angela Merkel na de verkiezingen in september dreigen de bilaterale verhoudingen te veranderen. De relatie tussen Merkel en demissionair premier Rutte (VVD) wordt gekenmerkt door een groot onderling vertrouwen. Beide regeringsleiders spreken elkaar regelmatig en sms’en elkaar als het nodig is. Hierdoor kunnen misverstanden vaak snel uit de weg worden geruimd en oplossingen worden gevonden wanneer beide landen anders denken over een specifieke zaak. Deze relatie verdwijnt na 26 september en het is allesbehalve zeker dat Rutte een soortgelijke relatie met Armin Laschet (CDU), Annalena Baerbock (Groenen) of Olaf Scholz (SPD) – de belangrijkste kanselierskandidaten – tot stand zal brengen. Voor de drie potentiële opvolgers van Merkel is een goede relatie met de VS, Frankrijk of een van de andere in totaal negen buurlanden van Duitsland misschien wel veel belangrijker, waardoor er minder ruimte is om ook een goede relatie met Nederland te onderhouden.

Hier komt bij dat het meningsverschil van vorig jaar tussen Duitsland en Nederland, over de te volgen koers inzake de dreigende transferunie bij de onderhandelingen over een EU-meerjarenbegroting en het Europese coronaherstelpakket, in beide landen nog niet is vergeten. In Nederland wordt nog steeds de vraag gesteld of Duitsland in deze onderhandeling eenmalig van standpunt veranderde, of dat het om een structurele koerswijziging gaat.

Meningsverschillen en irritaties

Niet alleen op Europees vlak schuurt de relatie. Ook met het oog op de binnenlandse en bilaterale onderwerpen zijn er meningsverschillen en irritaties. De samenwerking bij de bestrijding van de coronacrisis was moeizaam. Nederland was allesbehalve blij toen het door Duitsland als hoogrisicogebied werd beoordeeld en er maandenlang geen vrij verkeer van personen en goederen over de grens mogelijk was. Omgekeerd vond men in Duitsland dat Nederland na elke coronagolf veel te snel versoepelde. Met het oog op de toekomst gaan beide regeringen daarnaast mogelijk verschillend denken over het thema kernenergie. Terwijl in Nederland nuchter gediscussieerd wordt over de toegevoegde waarde van kernenergie voor de energiemix, en een nieuwe regering deze optie waarschijnlijk wil onderzoeken, is kernenergie in Duitsland een emotioneel zwaarbeladen thema waar een nieuwe Duitse regering haar vingers zeker niet aan zal branden.

De laatste keer dat men in Nederland het gevoel had dat de Duits-Nederlandse relatie op een kruispunt stond, was tien jaar geleden. Toen werd bedacht dat (toen nog) prins Willem-Alexander in Duitsland deuren zou kunnen openen voor het Nederlandse bedrijfsleven en jaarlijkse handelsmissies naar één of twee deelstaten zou kunnen leiden. Zijn koningschap in 2013 leidde tot enige vertraging in de uitvoering van zijn missies naar Duitsland, maar toch ging hij al een maand na zijn inhuldiging met koningin Máxima op een eerste bezoek. Inmiddels is het koninklijk paar in vijftien Duitse deelstaten geweest en ontbreekt alleen nog een staatsbezoek aan Berlijn – dat vindt vanaf aanstaande maandag plaats.

Het charmeoffensief komt daarmee tot voltooiing; er is een nieuw plan nodig. Gezien het eminente belang dat de Nederlandse economie heeft bij een uitstekende Duits-Nederlandse relatie, zou de Nederlandse regering dringend over vervolgstappen moeten nadenken.

Eerst naar Den Haag

Mijn advies zou zijn dat het om te beginnen geen kwaad kan als het volgende kabinet het grote belang van een uitstekende relatie met Duitsland simpelweg als prioriteit opneemt in zijn regeerakkoord.

Ook kan het Rijk de grensprovincies meer en beter ondersteunen in hun inspanningen ter bevordering van de grensoverschrijdende samenwerking, door hiervoor meer financiële middelen vrij te maken en op alle Haagse ministeries in kennis over Duitsland, waaronder taalkennis, te investeren.

Voorts zouden naast het koninklijk paar Nederlandse ministers geregeld gevraagd en ongevraagd met creatieve ideeën naar Berlijn en de deelstaathoofdsteden moeten afreizen.

De Nederlandse minister-president moet het als zijn opdracht zien dat de nieuwe bondskanselier straks eerst naar Nederland komt, voordat hij naar Parijs afreist om de Franse president te ontmoeten. In goed Duits: The Hague first, Paris second.