Kroongetuige Nabil B. in appjes over onderhandelingen: 'Zolang de zaak dient, bepaal ik alles'

Proces-Marengo Nabil B. appte volop over de onderhandelingen voor zijn deal als kroongetuige. Halen die berichten zijn geloofwaardigheid onderuit?

Beveiliging bij de strafzaak-Marengo, waarin verklaringen van kroongetuige Nabil B. een belangrijke rol spelen.
Beveiliging bij de strafzaak-Marengo, waarin verklaringen van kroongetuige Nabil B. een belangrijke rol spelen. Foto Robin Utrecht/ANP

„Mij houden ze niet voor de gek”, appt kroongetuige Nabil B. op 12 december 2017 naar zijn vriendin met een iPhone die hij heeft verborgen in zijn cel. Nabil B. zit dan al een bijna een jaar vast nadat hij zichzelf heeft gemeld vanwege zijn betrokkenheid bij onderwereldmoorden. De gesprekken over een deal lopen niet soepel, zo blijkt. „Zolang de zaak dient bepaal ik alles. Opkankeren met ze.” Met ‘ze’ lijkt Nabil te duiden op het team getuigenbescherming (TGB) waarmee de kroongetuige in spe praat over zijn leven na zijn strafzaak en het moment dat hij vrij komt. „Ik ga het afkappen met TGB, heb geen vertrouwen in die honden”, aldus Nabil. Hij wil de situatie „zelf in de hand houden.”

De wet is helder: een kroongetuige mag voor zijn verklaring niet financieel beloond worden

De nieuwe berichten die deze week openbaar zijn geworden in de Marengozaak tegen topcrimineel Ridouan Taghi en 16 medeverdachten voeden een oude discussie over de kroongetuigenregeling in Nederland. De wet is helder: een kroongetuige mag geen financiële beloning ontvangen in ruil voor zijn verklaring. Maar sluit die wet wel aan op de praktijk? Laten criminelen zich beperken door juristen en hun spelregels?

Lees ook dit profiel van Nabil B.: van gesjeesde student tot belangrijke troef van het OM

iPhone met 17.000 berichten

Spelregels of niet: Nabil B. wil geld zien. Hij verwijst naar Peter La Serpe en Fred Ros, kroongetuigen in een zaak rond liquidaties tussen 2002 en 2005 waarvoor onder andere Willem Holleeder is veroordeeld. „Fred Ros is naar buitenland toe met 1,8 miljoen en zonder TGB.” Over dat geld zegt hij: „Staat mag geen cash meegeven. Lening met 0,5 procent rente. Is shit. Ga je failliet, betaal je niks terug.”

De berichten geven een beeld van zijn motieven en geestesgesteldheid, denken de advocaten Nico Meijering en Christian Flokstra, die Mo Razzouki bijstaan, een van de hoofdverdachten in het proces. En dat is niet onbelangrijk omdat Nabil B. in de periode dat hij deze berichten verstuurde zijn kroongetuigendeal heeft getekend. Daarom willen ze dat alle 17.000 berichten die hij vanuit zijn cel met een verborgen telefoon aan zijn partner stuurde aan het dossier worden toegevoegd. Op die telefoon, die vorig jaar door zijn vorige advocaat is afgegeven, staat nog een onbekend aantal berichten die Nabil aan een broer en zus stuurde.

De twee raadsmannen hebben het app-verkeer tussen B. en zijn partner ingezien op een politiebureau. Ze hebben de relevante delen deze week in het geding gebracht, tijdens de laatste zittingsdagen voor een lang zomerreces. Hun cliënt, Mo Razzouki, de enige van de zeventien verdachten in de strafzaak Marengo die feitlijk een actieve verdediging voert, was goed bevriend met B. totdat hij Razzouki beschuldigde van betrokkenheid bij meerdere liquidaties. Die ontkent die beschuldigingen nadrukkelijk en noemt zijn voormalige vriend „een leugenaar”.

Dat doet Taghi ook maar hij beroept zich verder, op een enkele sneer of een kort antwoord na, structureel op zijn zwijgrecht. De andere verdachten hebben dat de afgelopen maanden ook gedaan, inclusief kroongetuige Nabil B. Tot ieders verrassing schortte hij in mei van dit jaar zijn medewerking als kroongetuige op vanwege problemen over financiële afspraken die samenhangen met de veiligheid van hem en zijn gezin. Een toelichting wilde hij alleen achter gesloten deuren geven. Toen de rechtbank dat weigerde, besloot Nabil B. de rechtbank te wraken vanwege vooringenomenheid.

Die wraking is afgewezen maar dat betekent niet dat Nabil B. nu voldoet aan zijn contractueel vastgelegde verklaringsplicht. Inmiddels, zo stellen zijn advocaten, kan B. niet meer verklaren omdat hij ziek is. Een excuus dat de rechtbank accepteerde.

Door de oorverdovende stilte van verdachten en kroongetuige is de behandeling van de strafbare feiten – zes moorden en een serie pogingen daartoe – verworden tot een eenzijdige exercitie die neerkomt op het voorlezen van dossierstukken. Het gaat daarbij vaak om ontsleutelde PGP-berichten die weinig aan de verbeelding overlaten wat betreft moord en doodslag in het Utrechtse criminele milieu. „Sir, kijk nieuws straks”, appt Taghi volgens het Openbaar Ministerie bijvoorbeeld op de dag dat spyshopmedewerker Ronald Bakker wordt vermoord. „Kanker spyshop-honden. Hebben dubbel spel gespeeld. Maar boodschap is aangekomen.”

Ben een crimineel en dat is een feit. Zal nooit veranderen in denkwijze

Nabil B. kroongetuige

Bijzonder bewijs

Dankzij dit soort berichten krijgt de rechtbank ongekend zicht op de werkwijze van de mannen die volgens justitie in opdracht van Taghi moorden uitvoerden. Een stelling die Taghi overigens ontkent. De koppeling tussen de gebeurtenissen op straat tijdens de liquidaties en de ontsleutelde berichten laat volgens het OM de genadeloosheid zien van het criminele milieu waarin Taghi en zijn handlangers actief waren. Tot die handlangers behoorde ook Nabil B. die naar eigen zeggen betrokken is geweest bij twee liquidaties en een poging daartoe.

Omdat hij zijn rol daarbij heeft opgebiecht krijgt hij in ruil voor die verklaringen een strafkorting van 50 procent. Het OM zal 12 jaar celstraf eisen voor die feiten in plaats van 24 jaar, zo staat in het openbare deel van zijn kroongetuigendeal. Daarnaast is er een geheime deal met afspraken over bescherming, veiligheid en zijn leven na het uitzitten van zijn straf. Over die deal lijken de berichten te gaan die deze week bekend zijn geworden.

Zoals de PGP-berichten inzicht bieden in de liquidaties, zo geven de berichten tussen B. en zijn partner over zijn gesprekken over de deal bijzonder inzicht in het denken van de kroongetuige. „Dit gaat de grootste zaak ooit worden qua liqui (liquidaties). Mogen we dan ook het maximale eruit halen? Wegtrappen en klaar? No way: maximaal uitzuigen. Ben een crimineel en dat is een feit. Zal nooit veranderen in denkwijze.”

De advocaten van B. doen de berichten af als „private, verongelijkte en humeurige pillow-talk” van een boze man. Volgens de advocaten van Mo Razzouki tonen ze juist de ware aard en motieven van de kroongetuige: iemand die probeert precaire omstandigheden zo goed mogelijk te benutten en onderhandelt over geld. Of de inhoud precies klopt, is niet duidelijk. Het is ook niet bekend of de wensen van de kroongetuige zijn overgenomen: de deal tussen justitie en B. is geheim.

Volgens Meijering en Flokstra staan de berichten van Nabil B. in schril contrast met de wettelijke bepalingen over het sluiten van deals met kroongetuigen. Daarin staat dat belastende verklaringen niet mogen worden gekocht en dat er niet wordt onderhandeld met kroongetuigen.

Praktisch onwerkbaar

Jan Crijns, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Leiden, herkent de spanning tussen de juridische werkelijkheid en de feitelijke gang van zaken. „Formeel sluit een kroongetuige twee deals met twee verschillende afdelingen van het Openbaar Ministerie”, legt hij uit. „Maar ik denk dat het voor een kroongetuige heel moeilijk is om die twee afspraken los van elkaar te zien.”

Wat nu gebeurt in het Marengo-proces is eerder gebeurd tijdens het Passage-proces. In beide zaken weigeren kroongetuigen (tijdelijk) vragen te beantwoorden als getuige vanwege problemen rond bescherming en veiligheid. Het laat volgens Crijns zien dat die juridische scheiding praktisch gesproken niet werkt. „Bijkomend probleem voor de rechtbank is in dit geval dat de beschermingsovereenkomst met de kroongetuige niet aan de rechtbank voorgelegd hoeft te worden. Mede om die reden heeft de rechtbank bij een conflict tussen OM en kroongetuige geen juridische instrumenten om dit conflict te beslechten.”

Volgens Crijns moeten over getuigenbescherming goede afspraken worden gemaakt. „Als dat niet zo is krijg je wat nu in Marengo gebeurt: dan wordt het strafproces belast met problemen over afspraken met het team getuigenbescherming die de officieren van justitie, de rechtbank en de advocaten van de verdachten niet kennen. Dat is voor alle betrokkenen vervelend omdat er vragen opkomen die niet kunnen worden beantwoord.”

Lees ook: Hoe 50 jaar war on drugs de generatie-Taghi voortbracht

Omdat openbaarmaking van die afspraken vanwege de veiligheid moeilijk ligt, vindt Crijns dat de wetgever na moet denken over een toets door een onafhankelijke rechter. „Daarmee kan wantrouwen worden weggenomen over bijvoorbeeld verkapte beloning van een kroongetuige in de beschermingsafspraken. Dat is ook voor het OM beter. Dat kan dan wijzen naar een onafhankelijke derde die heeft gecontroleerd dat er geen sprake is van een verkapte beloning voor een kroongetuige.”

Uit vergelijkend internationaal onderzoek naar deals met kroongetuigen dat Crijns met collega’s uitvoerde blijkt dat het Openbaar Ministerie niet overal verantwoordelijk is voor de bescherming en veiligheid van een kroongetuige. In Duitsland bijvoorbeeld is de politie daar verantwoordelijk voor. „Omdat daarmee het OM op meer afstand komt te staan van de kroongetuige kan een deel van de moeilijke discussie tijdens het strafproces die we nu ook weer zien, worden voorkomen.”