Na de valpartijen in de Tour: pijnstillers, slaap en dry needling tegen de helse pijn

Tour de France Wielrenners die vallen, staan op en fietsen door. Na de finish komt er veel werk bij kijken om ze weer klaar te stomen voor de volgende dag.

Hij heeft het druk gehad deze week, Camiel Aldershof. Als dokter van Team DSM weet je natuurlijk dat het altijd kan gebeuren dat renners vallen, zeker in de Tour de France, als het hectisch is en het peloton vol zenuwen zit. Maar hij had gehoopt dat ‘zijn renners’, zoals hij ze noemt, de eerste week ongeschonden doorkomen.

Het tegenovergestelde gebeurde. Het begon met Casper Pedersen, die in de eerste etappe over een gladde steen reed, net toen hij een gelletje aan het nemen was. Hop, stuur kwijt, op de grond, drie man mee, fietsframe doormidden. „Het ging zo snel dat ik eigenlijk niet precies weet wat er gebeurde”, zegt Pedersen. Het resultaat: pijnlijke knie, pijnlijke schouder, gekneusde ribben, blauw oog, en een hand en elleboog die gehecht moesten worden. Maar hij kon door.

Dat gold niet voor teamgenoot Jasha Sütterlin, een van de tientallen renners die onderuit gingen bij de massale valpartij die werd veroorzaakt door een toeschouwer. Vol op de pols gevallen, gelukkig niet gebroken, maar wel einde Tour.

„We hebben een hoop pech gehad”, zegt Aldershof na zes dagen koers. „Volgens mij zijn in die eerste etappe maar twee renners van ons niet betrokken geweest bij een valpartij.” In etappe 3 was het opnieuw raak: Tiesj Benoot schoof met een vaart van 50 kilometer per uur onderuit, „hij schuurde de halve weg over”, aldus Aldershof. Gelukkig hield de Belg er alleen een pijnlijke linkerkant aan over, plus wat schaafwonden aan de elleboog.

Het peloton gedraagt zich dit jaar zoals haar voorgangers in vele afgelopen Touredities. Het is dringen geblazen, met hoge snelheden op kleine wegen, en als gevolg veel valpartijen. Tot nu toe zijn zeven renners uitgevallen, en hebben 27 renners zich na een val tijdens een etappe laten onderzoeken door de koersdokter of na de finish röntgenfoto’s laten maken of ander onderzoek laten doen door de medische dienst. Nog veel meer renners zijn wel gevallen, maar hebben de koers zonder medische hulp kunnen voortzetten.

Eerst de fiets, dan het lichaam

Dat de renners ondanks al die tuimelbuien toch de volgende dag weer op de fiets stappen, hebben ze aan twee dingen te danken: zichzelf en hun medisch team. Bang voor pijn zijn de renners niet, zegt Theo Eltink, tegenwoordig fysiotherapeut en tussen 2004 en 2009 renner bij de Rabobank en Skil Shimano. Hij reed in die periode drie keer de Giro en drie keer de Vuelta uit, en was ook „helaas” regelmatig betrokken bij een valpartij. „Dat gebeurde gemiddeld wel tien keer per jaar. Het hoort er gewoon bij. Als renner leer je al vanaf jongs af aan dat je met pijn moet omgaan. Je moet afzien, en pijn wordt gezien als emotie; dat kun je uitschakelen.”

Een renner, zegt Eltink, is na een val eerst op zoek naar zijn fiets, dan kijkt hij of de fiets het nog doet, en dan pas kijkt hij of hij nog kan bewegen. „Al weet je het direct als je niet verder kan.” Daarna wil je zo snel mogelijk weer fietsen, zegt hij.

Warren Barguil rijdt door met verwondingen na een valpartij in de derde etappe. Foto Daniel Cole/AP

Het eerste wat Pedersen deed toen hij viel, was in de radio roepen dat hij het was. „Zodat ze het wisten in de ploegleiderswagen.” Daarna vroeg hij om een nieuwe fiets. „Ik probeerde gewoon weer te fietsen, dan zie je vanzelf wel hoe het gaat.”

Tijdens de koers kon Pedersen zich door de koersdokter laten onderzoeken op een hersenschudding – die had hij niet – maar de echte schade kon pas opgemeten worden na de finish.

Dan begint de dag pas voor het medisch team van DSM, zegt Aldershof. „Dan is het vol gas.” Hij gaat elke dag alle renners langs, of ze nou gevallen zijn of niet. Vaak zijn er pijntjes, bij het zitvlak of de voeten. Bij de gevallenen is het belangrijk dat de wonden goed worden schoongemaakt en verbonden – ontstekingen moeten voorkomen worden.

Eltink weet nog goed uit zijn tijd als renner hoe pijnlijk het is om onder de douche te stappen na een valpartij. Hij kan zich nog een valpartij herinneren in een massasprint in de Vuelta – „Erik Zabel lag er ook bij” – waarbij hij over zijn stuur „gekatapulteerd” werd. „We vielen op 3,3 kilometer van de finish, en de neutralisatie begon op 3 kilometer, dus ik was toen ongeruster over de tijd dan over mijn lichaam.” Eenmaal over de finish bleken zijn dijbeen, arm en hand, „kortom mijn hele linkerkant”, open te liggen. „Ik heb de littekens nog op mijn arm staan.”

Vroeger was het nog normaal dat de wonden opgelaten werden, zegt Eltink. Dan konden ze goed aan de lucht drogen. Tegenwoordig wordt er juist verband op geplakt dat de wonden vochtig houdt. Eltink: „Zo kan er vanuit binnenuit een tweede huid gecreëerd worden. Het is ook hygiënischer en voorkomt littekens.”

Logistieke operatie

Daarna is het tijd voor fysiotherapie, of moeten de renners bij de manueel therapeut of osteopaat langs. Team DSM heeft er drie mee deze Tour, en nog moeten er keuzes gemaakt worden, zegt Aldershof. „Het is een enorme logistieke operatie om alle renners de juiste aandacht te geven. We wegen af wat nu moet, wat morgenochtend kan, wat kan wachten tot rustdag, en zo maken we een plan.”

Het is net zo belangrijk om het gebutste lichaam te behandelen als de wonden, zegt ook Eltink. „Je lichaam is door elkaar geschud. Daardoor kan het zijn dat je uit balans bent, dat je meer kracht kan zetten met je ene been dan je andere, of dat je scheef op je fiets zit. Daar ga je niet beter van fietsen.” DSM gebruikt technieken zoals dry needling en een drukpuntbehandeling om opgebouwde spanning in het lichaam weg te nemen.

Cyril Lemoine ligt op de grond na een valpartij. Foto Anne-Christine Poujoulat/EPA

Tijdens de nacht moeten tijd en de natuur hun werk doen. Rusten en slapen, dat is goed voor het herstel van de renners. Bij DSM krijgen ze als dat nodig is pijnstillers, paracetemol en ibuprofen, „een standaard dosering van vier keer 1.000 milligram per dag”, zegt Aldershof. Dat is meer om tot rust te komen dan tegen de pijn, zegt Eltink, want nachtrust is essentieel. „Wondherstel kost energie, dus goed uitrusten is heel belangrijk. Je moet elke dag lange afstanden fietsen, dus dat herstel moet vooral plaatsvinden in bed.”

Als de volgende dag is aangebroken, worden eerst de wonden weer onderzocht en verzorgd. Zijn de renners heel stijf, dan worden ze op de hometrainer gezet, zegt Aldershof. Maar vaak is het neutrale gedeelte van de start van de etappe ook lang genoeg om los te trappen.

Vlak voor de start is mentale steun van belang, zegt Eltink. „Want als je je pak aantrekt, dan realiseer je je dat het een zware dag zal worden.” Aldershof doet dat door de renners te vertellen wat voor dag er komen gaat.

Ben je er dan klaar voor, voor een etappe van bijna 250 kilometer met vijf gecategoriseerde beklimmingen? „Ik heb geprobeerd zo lang mogelijk te slapen”, zegt Pedersen. „Het gaat gelukkig steeds beter, maar het wordt overleven.”