OESO: 130 landen steunen hardere aanpak van belastingontwijking

Winstbelasting De OESO meldt een internationale doorbraak in de pogingen om multinationals meer belasting te laten betalen. 130 landen, waaronder China, scharen zich achter de G7-landen.

Het OESO-akkoord van 130 landen betekent dat het lastiger wordt voor multinationals, waaronder ook techbedrijven als Google, om belasting te ontwijken.
Het OESO-akkoord van 130 landen betekent dat het lastiger wordt voor multinationals, waaronder ook techbedrijven als Google, om belasting te ontwijken. Foto Charles Platiau/Reuters

130 landen hebben donderdag hun steun uitgesproken voor voorstellen om multinationals meer belasting te laten betalen. Dit is een doorbraak in wereldwijde pogingen om belastingontwijking tegen te gaan.

Begin juni spraken de landen van de G7 zich uit voor een internationaal minimumtarief voor de winstbelasting van bedrijven van 15 procent. De G7-landen pleitten er ook voor om de winsten van multinationals die over de grens veel van hun omzet halen, zoals techbedrijven, dáár deels te belasten.

Donderdag gaven 130 landen hun steun aan deze twee ‘pijlers’, zo maakte de OESO, de denktank van industrielanden, bekend in een persbericht.

De OESO werkt al jaren aan voorstellen tegen belastingontwijking. Aan de onderhandelingen bij de OESO in Parijs nemen niet alleen de krap 40 OESO-landen mee, maar ook belangrijke opkomende landen als India en China.

Drie EU-landen tegen

Van de 139 landen die meedoen aan het proces, tekenden negen landen de verklaring niet: de vier opkomende landen Kenia, Nigeria, Sri Lanka en Peru, de belastingparadijzen Barbados en Saint Vincent en de Grenadines, plus drie EU-landen die ook vaak als belastingparadijs worden aangemerkt: Estland, Ierland en Hongarije.

Dat de laatste drie landen, die een zeer lage winstbelasting kennen, niet willen meedoen, is pijnlijk voor de EU, die al jaren ijvert voor hogere belasting op techbedrijven.

Alle landen van de G20, waaronder India, China en Zuid-Afrika, tekenden het statement wél. Daarmee is internationaal brede steun ontstaan voor de aanpak van belastingontwijking, waarover groeiende onvrede is ontstaan.

Gemiddeld daalde het officiële tarief voor winstbelasting voor bedrijven in rijke landen tussen 1990 en 2018 van 38 naar 22 procent, volgens het Internationaal Monetair Fonds. Met de opkomst van techbedrijven als Google, Amazon en Facebook is het probleem nijpender geworden. Hun omzet halen ze veelal op de markten waar ze actief zijn, maar belasting betalen ze in landen met lage tarieven, zoals Ierland, waar het belastingtarief voor bedrijven 12,5 procent bedraagt.

‘Historisch’ besluit

In OESO-verband zijn nu twee dingen afgesproken. Ten eerste, dat multinationals met een omzet van 750 miljoen euro of meer minstens 15 procent winstbelasting moeten gaan betalen.

Daarnaast moeten multinationals met een wereldwijde omzet van 20 miljard euro of meer, die meer dan 10 procent winstmarge maken, tussen 20 en 30 procent van de winst toewijzen aan de landen waar die winst gemaakt wordt. In die landen moeten ze dan dus een deel van de belasting gaan afdragen.

De Franse minister van Financiën Bruno Le Maire sprak volgens persbureaus van „de belangrijkste internationale belastingdeal in een eeuw tijd”. De Britse regering, huidig voorzitter van de G7, sprak van een „historisch” besluit. De komende maanden moet het akkoord verder door de OESO worden uitgewerkt.

Lees ook: Betekenen de G7-belastingafspraken ook iets voor ‘doorsluisland’ Nederland?