Wim Suyker, macro-econoom bij het CPB, gaat met pensioen. „Er zit gezonde spanning tussen politiek en CPB.”

Foto Roger Cremers

Interview

CPB-econoom vertrekt na veertig jaar: 'We weten dat de overheid óók faalt'

Wim Suyker Econoom CPB

Wim Suyker, de grote rekenaar achter de macro-economische CPB-ramingen, gaat met pensioen. Een afscheidsgesprek over „koopkrachtgefriemel”, zijn Twitter-alias ‘Wim uit Voorhout’ en het academische dedain voor zijn vak.

Hij was vrijwel onzichtbaar voor de buitenwereld, maar achter de schermen van grote invloed op het regeringsbeleid. Decennialang was Wim Suyker de grote rekenaar van het Centraal Planbureau. Met zijn macro-economische ramingen had hij invloed op regeerakkoorden, miljoenennota’s en verkiezingsprogramma’s.

Na ruim veertig jaar is Suyker deze week met pensioen gegaan – hij viert begin juli zijn 66ste verjaardag. Los van de jaren dat hij voor de OESO werkte, de denktank van industrielanden, hield Wim Suyker zich vooral bezig met ‘de ramingen’ van het Planbureau. Die macro-economische vooruitzichten vormen een belangrijke bouwsteen voor het financieel-economische regeringsbeleid.

Als uit de computermodellen blijkt dat de koopkracht van alleenstaanden of gepensioneerden een tiende van een procent in de min komt, dan trekt het kabinet al snel een paar honderd miljoen uit om de premies te verlagen, of de fiscale kortingen te verhogen.

Het gebruikelijke „koopkrachtgefriemel” in de weken voorafgaand aan Prinsjesdag, noemt Suyker dat. „Politici hebben nu eenmaal moeite om minnetjes te verkopen, dus die moeten in augustus altijd worden weggewerkt.”

Zelf hoopt hij dat de rapporten en adviezen van het CPB vooral bijdragen aan een stabiel en verstandig „structureel begrotingsbeleid”. En dat de politiek dus meer kijkt naar een hele kabinetsperiode dan naar de kortetermijneffecten voor volgend jaar. Elke Prinsjesdag waarschuwt het Planbureau gewone burgers dat de koopkrachtplaatjes waarmee kabinetten pronken weinig zeggen over wat overblijft in hun eigen portemonnee. „Maar ach, dat hoort er gewoon bij.”

Lees ook dit artikel over Prinsjesdag 2020: Dit zijn de opvallendste plannen van het kabinet voor 2021

Wim uit Voorhout

Veel scherpere politieke opvattingen dan dat zul je Suyker niet snel horen debiteren. Al heeft hij onder Haagse beleidsmakers, economen en journalisten een bekende alias op Twitter, die met vermaarde tweetjes geregeld droog of luchtig commentaar geeft op de wereld. ‘Wim uit Voorhout’ luidt zijn Twitter-pseudoniem (843 volgers). Variërend van een juichtweetje over de heropening van de beroemde snackbar De Vrijheid boven de Utrechtse Baan in Den Haag – „Dank aan het Groeifonds voor deze prima investering” – tot een wekelijkse grafiek uit de database van het Planbureau.

Suyker tweet ook graag over Bassie en Adriaan. „Omdat zij, voordat ze clowns werden, limonade bij mijn vader bezorgden.” Suykers vader was melkboer en had een kruidenierszaak. „Ik mocht studeren, maar als de rij te lang werd voor de kassa, werd ik naar beneden geroepen.”

Af en toe heeft Suykers bijdrage een politiek tintje. Hij uit bijna wekelijks subtiele kritiek op de lange kabinetsformatie, door de bordesfoto’s van eerdere, sneller gevormde kabinetten in herinnering te roepen. En hij prijst al maanden het vaccinatiebeleid van minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA).

Bent u als twitterende ambtenaar ooit op de vingers getikt?

„Nee hoor. Het zijn natuurlijk ook heel beschaafde berichten. Ik twitter met de handrem erop, zoals het een ambtenaar betaamt. Ik ben in 2010 gaan twitteren uit nieuwsgierigheid. Ik vind het wel grappig. Het is een soort persoonlijk dagboek. En af en toe zie ik in economische discussies dingen voorbijkomen die niet kloppen. Maar het is niet de bedoeling dat ik optreed als de informele woordvoerder van het CPB.”

In een recent debat over de achterblijvende inkomens roerde u zich ook. Die blijven niet al veertig jaar achter, zoals economen van de Rabobank beweerden, maar namen per Nederlander met meer dan 50 procent toe, tweette u. Kon dat wel: een invloedrijke ambtenaar die zich mengde in een felle discussie?

„Mijn inbreng ging puur over feiten – ik gaf alleen de cijfers. Het kreeg best veel belangstelling. Dankzij een retweet van econoom Mathijs Bouman [FD-columnist en Nieuwsuur-redacteur] is het door 75.000 mensen gelezen.”

Vanuit de politiek klinkt toenemende kritiek op de rol van het CPB. Volgens oud-CDA’er Pieter Omtzigt is het beleid te veel afgesteld op een goede uitkomst van CPB-modellen, in plaats van op de werkelijkheid. Wat vindt u daarvan?

„Ik heb Omtzigts boek op m’n stapel liggen, ik moet het nog lezen. Kritiek op het CPB is van alle tijden. Toen ik in 1979 begon, was er felle kritiek van sommige economen op de CPB-modellen: dat ging over de invloed van loonkosten op de werkloosheid. Het hoort erbij. Het is soms lekker om tegen een technocraat aan te schoppen.”

Het lijkt steeds feller te worden. FVD-leider Thierry Baudet noemde het CPB ooit „de grootste verspreider van nepnieuws”. Ook andere partijen willen hun verkiezingsprogramma niet meer laten doorrekenen.

„Ik zie zelf niet veel politici. Dus dat gevoel heb ik niet. Er zit altijd wel wat spanning tussen de politiek en het CPB – gezonde spanning. En ook voor Forum hebben we weleens een notitie gemaakt, hoor, over hun belastinghervorming.”

De Partij voor de Dieren stelt dat haar planeetbrede visie zich niet laat doorrekenen.

Lachend: „Daar zit wel wat in, ja. Zoals [oud-CPB-directeur] Laura van Geest eens zei: we zijn niet gemaakt voor de revolutie. Maar voor het klimaatakkoord hebben we ook doorrekeningen gemaakt.”

Ook D66 klaagt. Onderwijsuitgaven ziet het CPB als een kostenpost zonder economische baten.

„Het klopt dat onderwijsuitgaven weinig effect hebben op de korte termijn. Ze kunnen wel voor economische groei zorgen op de lange termijn, over 25 jaar of zo. Maar die boodschap werkt niet in verkiezingstijd. Ik denk alleen: als D66 het waardevol vindt om miljarden in onderwijs te steken, moeten ze dat gewoon zeggen. Of in klimaatbeleid. Daar scoren ze dan wél plusjes mee bij onze collega’s van het Planbureau voor de Leefomgeving.”

Het CPB wordt vaak verweten vooral ‘rechts’ beleid goed te vinden, zoals lagere uitkeringen, meer flexwerkers, meer marktwerking.

„Flauwekul. Het is niet zo dat we geen oog hebben voor marktfalen. Maar we weten dat de overheid óók faalt. Nu verwachten veel politieke partijen wel heel veel van de overheid; ze willen veel meer uitgeven. Veel succes ermee, zou ik zeggen. Het is ontzettend moeilijk om extra geld uit te geven. Kijk maar naar dit kabinet, de afgelopen vier jaar. Infrastructuur, defensie: het lukte niet om al het geld uit te geven. Dat is de realiteit.”

In een afscheidscolumn schreef u over het academische „dedain” voor uw vak. „Er zijn nog steeds weinig professoren in de economie die graag hun zoon of dochter zien trouwen met een econoom die de Nederlandse economie op korte termijn voorspelt.” Voelt u zich miskend?

„Af en toe wel, ja. Ik mis de notie dat een raming nut heeft, dat die een rol speelt in het begrotingsproces. Wij zijn daar als onafhankelijk instituut een belangrijk onderdeel van. Wij zorgen ervoor dat de Tweede Kamer goed geïnformeerd is, waardoor het budgetrecht van het parlement beter functioneert.”

Lees ook dit opinieartikel over de CPB-ramingen en de politiek: Politici, gebruik die CPB-doorrekening als basis niet als bijbel