Opinie

Geen klap aan

Tara Lewis

‘Ongelukje?” Het is een bloedserieuze vraag van de slijter, als ik hem vertel dat ik zwanger ben. Aangezien de positieve test pas een week oud is, was ik absoluut niet van plan deze man als een van de eersten op de hoogte te brengen van het heuglijke nieuws. Hij is echter dermate verontrust bij mijn aankoop van slechts één fles Crémant de Bourgogne (‘Eén?! Eén?! Weet je het zeker?) op oudejaarsavond (voor mijn moeder!), dat ik me genoodzaakt voel een verklaring te geven.

„Oh, nou begrijp ik waarom ik je een tijdje niet heb gezien!” Dat is twee weken later de reactie van mijn andere (lievelings)slijter, die via digitale wegen informeert naar mijn gezondheid.

„Zwanger? Van wie? Gepland? Je leek me iemand die er niet aan zou beginnen.” Een vriend, notabene. En vooral dat laatste hoor ik vaker, terwijl ik 34 ben en reeds 13 jaar verkering heb. De verbazing – en het feit dat twee Rotterdamse drankhandelaren als eerste horen dat ik zwanger ben – heeft misschien met mijn buitensporig drankgebruik te maken, dat ik bepaald niet onder stoelen of banken steek. Of nou ja: sták, want ik ben nu ruim zeven maanden broodnuchter.

Hoe dat bevalt is, op ‘hoe voel je je’ na, de meest gestelde vraag die ik krijg. Welnu, om eerlijk te zijn, ik had er meer van verwacht. Ik dacht altijd dat ik zonder al die verwoeste hersencellen een Tara 2.0 zou zijn: slimmer, efficiënter, stabieler en áárdiger. Niks ervan. Ik kan uitstekend zonder drank, het kost me geen centje pijn, moeite of zelfbeheersing. Ik vind er alleen geen klap aan. Ik vind de wereld continu nuchter niet veel leuker en mezelf ook niet.

Ook van mijn passie voor het bruine café is weinig over. De dronken, veelal fysieke, ronduit hysterische felicitaties. De steeds incoherenter wordende gesprekken. Maar vooral: of ik nu buiten of binnen zit (want daar waait het gewoon naartoe), die vermaledijde rook. Nu vind ik roken sinds ik vier jaar geleden gestopt ben sowieso een onoverkomelijk kwaad. Sinds ik zwanger ben vind ik het ronduit misdadig. Net als de auto’s trouwens, die voor de Pieter de Hoochbrug stoïcijns het bordje ‘Brug open, motor af’ negeren, inclusief een naar diesel stinkende vrachtwagen én een gemeentevoertuig. Die laatste zou toch iets van burgerlijke gehoorzaamheid kunnen etaleren?

U begrijpt het, ik vul mijn dagen mopperend en briesend, een klein donderwolkje in plaats van de mij beloofde roze wolk. Er wordt mij trouwens van alles beloofd, al is ‘dreigen’ misschien een beter woord. Ouders lijken er een sadistisch genoegen in te scheppen je op te zadelen met schrikbeelden van slapeloze nachten (‘oh je slaapt nu slecht, wácht maar!’), onhandelbare kinderen (‘ha, een jongen, maak je borst maar nat’) en, ironisch genoeg, elkaar (‘je zult zien dat je van iedereen advies krijgt’).

Ondertussen houd ik mezelf elke dag voor dat ik dankbaar moet zijn. Dankbaar voor een (vooralsnog) vlekkeloos verlopende zwangerschap en het feit dat het überhaupt gelukt is (in precies één poging). Dankbaar dat ik een huis boven mijn hoofd heb en een ongekend lief vriendje die zorgt dat de Rotterdammer in spé genoeg groente en fruit binnenkrijgt. En tot slot: dankbaar dat er straks in december een column op me wacht. Ik beloof plechtig niet (te veel) over wasbare luiers te gaan schrijven.

Tara Lewis is journalist.