Het penaltytrauma van de Zwitsers

De Steekpass De columnisten Arjen Fortuin en Emilie van Outeren werpen in deze rubriek om de beurt een blik op het EK voetbal.

De steekpass

De Nederlandse voetbalgeschiedenis heeft veel, maar we doen niet aan wonderen. Onze zeges zijn logisch en onze nederlagen voorbestemd: dit is het land van Cruijff en Calvijn. Gelukkig stonden wij niet alleen. Er was Calvijns jarenlange thuisland Zwitserland dat met uiterste precisie in de achtste finale van elk toernooi afhaakte. Ze waren hooguit de gastheer van andermans wonder, zoals dat van Bern in 1954.

Tot de miraculeuze ontsnapping van maandagavond. De doorgaans zeer geserreerde Neue Zürcher Zeitung raakt er niet over uitgeschreven. Ik las een statistische vergelijking tussen de verloren achtste finales van 2006, 2014, 2016 en 2018 (totale doelcijfers 1-3) en die ene gewonnen van dit jaar. Tot deze week hadden de Zwitsers bovendien een buiten de Alpen amper opgemerkt penaltytrauma: altijd alles verloren. Ook tegen Frankrijk waren de vooruitzichten somber. Als vierde stapte de 22-jarige Ruben Vargas uit Adligenswil naar voren. Hij had nog nooit in zijn profleven een strafschop genomen en dat was te zien. In de woorden van de NZZ: „Er schiesst nach links, nicht besonders hart, nicht besonders platziert.”

Het wonder: de grote Franse keeper Lloris kreeg Vargas’ balletje niet onder controle, waardoor de Zwitsers in de kwartfinale staan. Zonder de geschorste aanvoerder Xhaka, een aanloop tot een nieuw mirakel. Want niet alleen de duvel schijt altijd op de grootste hoop, ook een wonder komt zelden alleen.

Arjen Fortuin

Correctie (5/7): In een eerdere versie van dit artikel werd Zwitserland ten onrechte het geboorteland van Calvijn genoemd. Dat is hierboven aangepast.