De buit na anderhalf jaar preventief fouilleren? ‘Geen enkel wapen’

Proef tegen vuurwapengeweld Rotterdam doet een omstreden proef met preventief fouilleren van ‘risicovolle’ personen. Sta je eenmaal op de lijst, dan kom je er niet gemakkelijk meer vanaf.

De personen op deze foto komen niet in dit artikel voor.
De personen op deze foto komen niet in dit artikel voor. Foto Bart Hoogveld/ANP

De afgelopen 24 uur van de Rotterdamse politie-eenheid van chef Fred Westerbeke? Een gewapende woningoverval. Schoten op de voordeur van een woning. Een inval waarbij een AK-47 werd aangetroffen. En iemand die ten val kwam met zijn scooter en een vuurwapen bleek te dragen. Wat Westerbeke wil zeggen: Rotterdam heeft een vuurwapenprobleem.

Dat vinden politie, OM en ook Rotterdammers, getuige poster- en petitieacties als ‘Wapens de Wijk uit’. In de regio waar Westerbeke politiechef is, liepen de cijfers op tussen 85 schietincidenten in 2016 tot 99 en 100 incidenten in 2019 en 2020. Dit jaar ziet er niet veel beter uit: het eerste halfjaar is er evenveel geschoten als de eerste helft van vorig jaar. „De laatste twee jaar stabiliseert het, maar véél te hoog”, vindt de politiechef.

Rotterdamse agenten bedachten twee jaar geleden een onorthodoxe aanpak: persoonsgericht fouilleren. Een selecte groep ‘vuurwapengevaarlijke’ Rotterdammers kreeg een brief op de deurmat van hoofdofficier Hugo Hillenaar. Het komende halfjaar zou de politie hen altijd en overal kunnen fouilleren. Werk je niet mee? Dan pleeg je een misdrijf.

„We zochten naar een manier mensen van tevoren te pinpointen, op basis van hun verleden, om schietincidenten te voorkomen”, zegt Westerbeke. „En dat zijn geen mensen als jij en ik”, zegt hoofdofficier Hillenaar. Westerbeke: „Daar drink je geen gezellig biertje mee.”

De proef met persoonsgericht fouilleren is ook omstreden, omdat politie en justitie de randen van de wet opzoeken. De Haagse rechtbank toetst nu voor het eerst de zaak van een 39-jarige man die justitie voor de rechter sleepte. Hij is een van de ‘veiligheidsrisicosubjecten’ in jargon. De man zegt zich opgejaagd en gestigmatiseerd te voelen en wil dat het stopt.

In die nasleep van deze rechtszaak willen politiechef Westerbeke en hoofdofficier Hillenaar voor het eerst toelichten wat de stand van zaken is, en gaan ze in op kritiek. Zes vragen over de proef.

1 Wat heeft de proef met persoonlijk preventief fouilleren al opgeleverd?

De buit na anderhalf jaar? „Geen enkel wapen”, zegt Westerbeke. Het klinkt tegenstrijdig, maar dat bewijst volgens de politiechef juist de preventieve werking van de proef. „Uiteindelijk willen we dat deze mensen niet met wapens rondlopen op straat. Dat is duidelijk gelukt. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.”

Stel dat wél wapens waren aangetroffen, dan zou het óók een succes zijn, volgens justitie en politie. Westerbeke: „Als wij ze aantreffen met een wapen, dan heb je het resultaat wat we wilden hebben niet bereikt. Maar ondertussen bereik je wel een subdoel: weer een wapen van de straat. In die zin kan het nooit misgaan.”

De groep subjecten is beperkt, dus veel vondsten waren niet te verwachten. In de huidige, derde fase (van april tot oktober) van de proef gaat het om 29 personen. In de eerste en tweede fase (vanaf december 2019) ging het om 19 mensen. De tweede en derde groep overlappen deels. In mei zijn vijf personen geschrapt, omdat ze niet meer voldoen aan de criteria.

Daarbij fouilleert de politie niet dagelijks: in totaal 54 keer. In de eerste twee fases van de proef fouilleerde politie minder vanwege corona en de kleine groep subjecten, volgens Hillenaar

Lees ook dit artikel: waarom zijn er zoveel schietincidenten in Rotterdam?

2Hoe bepalen politie en justitie wie een ‘risicovol’ persoon is of niet?

De aangeschreven Rotterdammers krijgen de brief omdat politie en justitie de kans groot achten dat ze betrokken raken bij vuurwapengeweld. Hun selectie wordt gemaakt met een ‘risicoprofiel’ van de politie, op basis van het strafblad, harde en zachte politie-informatie zoals tips en aangiften en een risico-taxatie geweld.

Een voorwaarde is dat personen „actueel” door politie zijn geregistreerd met een wapen. Uit politie-informatie moet verder blijken dat zij nog altijd verkeren in een criminele omgeving. „In de praktijk houdt het in dat je gewoon nog in een milieu leeft waarin wapens niet geschuwd worden”, zegt Westerbeke.

Verdere kaders zijn er niet voor de selectie. Hóé actueel de registratie bijvoorbeeld moet zijn, staat niet vast. De registratie hoeft ook niet te hebben geleid tot een veroordeling; de zaak kan zijn geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. „We kijken naar het geheel. Wellicht, als we meer ervaring hebben, kristalliseert een concreter kader uit”, zegt hoofdofficier Hillenaar over de groep proefpersonen.

De personen op deze foto komen niet in het artikel voor. Foto Remko de Waal/ANP

3Is het wenselijk dat politie en justitie criminaliteit gaan ‘voorspellen’?

Toen Westerbeke in 1980 politieagent werd, hadden ze nog geen computers. Ze zaten achter een typemachine en prikten punaises op een kaart op de plekken waar ingebroken was. „Dan keken we waar veel was ingebroken, daar gingen we surveilleren. Predictive policing [voorspellend politiewerk] heeft een aureool gekregen van illegaal, vanwege het gebruik van algoritmes en big data, maar als we het gebruiken zoals ik het net schets, is het gewoon goed politiewerk. Net als deze proef met fouilleren, die heeft niets te maken met big data of algoritmes.”

Een verschil: bij deze proef wordt voorspeld op persoonsniveau, niet op gebiedsniveau. „Eigenlijk gaan politie en justitie op de stoel van de psychiater zitten”, zegt criminoloog Marc Schuilenburg van de Vrije Universiteit, die onderzoek deed naar predictive policing. „Aan de hand van kleine aanwijzingen en een verleden, menen politie en justitie te weten wat zich in het hoofd afspeelt van iemand. Dan ga je een grens over in het strafrecht.” En dat is niet zonder risico, zegt Schuilenburg. „Je raakt – door de vooroordelen die in data van de politie sluipen – snel verzeild in stigmatiseren, etnisch profileren, discriminatie.”

Hoofdofficier Hillenaar wijst dat van de hand. Het zegt dat het „geen voorspelling in the blind” is, op basis van „een theoretisch model”. „Het zijn harde feiten, zorgvuldig geselecteerd. Bij preventief fouilleren kun je zelfs zonder reden gefouilleerd worden. Als je dat afzet tegen wat wij hier doen, dan hebben we best een stevig verhaal waarom we fouilleren. Ik ben onderdeel van de rechterlijke macht, ik zit hier niet om cowboy te spelen.”

4 Waarom zoeken politie en justitie de grenzen van de wet op?

De proef met preventief fouilleren is één van de maatregelen binnen de brede aanpak van vuurwapengeweld, benadrukken Westerbeke en Hillenaar. Ze zien geen nadelige neveneffecten van de proef of redenen om te stoppen – behalve als de rechter het niet meer zou toestaan.

De legitimatie voor het preventief fouilleren ligt in de maatschappelijke impact van schietincidenten, zeggen ze. „Dat vinden wij ongelooflijk zorgelijk,” zegt Hillenaar. „Het gebeurt op de openbare weg, kogels belanden in huizen van onschuldige mensen. Dat kán gewoon niet. Hier moeten we als overheid massaal tegen optreden. Daarom is het topprioriteit en kijken we hoe we álles uit de kast kunnen halen om de trend te keren. Er is niet één aanpak, een silver bullet die de oplossing is. Je moet in de volle breedte investeren, permanent creatief zijn.”

Zo’n ontwrichtend probleem maakt de onorthodoxe proef proportioneel, vindt Hillenaar. „Bovendien, we doen in die context meer. Preventief zijn er allerlei initiatieven waarbij politie en officieren van justitie les geven op scholen. Er worden campagnes gevoerd waarin aangegeven wordt: we moeten op de rem staan. Zodra er een vuurwapengerelateerde melding is, zetten we áltijd politie in.”

5 Hoe stevig is de juridische basis voor dit preventief fouilleren?

„Uitermate wankel” noemt hoogleraar recht en samenleving Jan Brouwer van de Rijksuniversiteit Groningen die basis. „De noodzaak kan hoog zijn, maar dat mag niet de reden zijn om dit te doen. Er moet ook voldoende juridische basis zijn.”

Volgens de Wet wapens en munitie mag je fouilleren als iemand verdachte is van een strafbaar feit, maar ook als er ‘redelijkerwijs aanleiding’ bestaat dat iemand een strafbaar feit gáát plegen. Daar zien politie en justitie de juridische basis.

„De wetgever heeft een bepaalde tijdsspanne op het oog gehad, bij deze zin”, reageert hoogleraar Brouwer: „Een koppeling aan iets dat zich in een héél recent verleden afspeelde.” Het is volgens hem de vraag of de feiten in het risicoprofiel recent genoeg zijn.

Hoofdofficier Hillenaar zegt: „Twee keer een veroordeling of straf voor hetzelfde feit is niet aan de orde, want we straffen en vervolgen niet. We fouilleren alleen. Eerder is een soortgelijke methode gebruikt bij de minderjarigen die messen op zak hadden, dat stond de rechter toen toe.”

6Wat voor effect heeft de proef op de ‘risicovolle’ criminelen zelf?

De 39-jarige Rotterdammer die justitie voor de rechter heeft gedaagd, durft amper meer over straat, beweert zijn advocaat Esther Blok. Terwijl hij volgens haar wel eerder is veroordeeld, maar niet in een crimineel circuit zit. „Wat als hij net met zijn nieuwe baas een wandeling maakt en tegen de muur wordt gezet?”

Protesteren heeft weinig zin. De brief van de hoofdofficier is volgens Hillenaar zelf geen juridisch besluit, dus hebben ‘veiligheidsrisicosubjecten’ weinig rechten. De enige manier om het stempel ongedaan te maken is de gang naar de rechter. „Informeel kunnen ze bij ons aankloppen, dan zullen we het herbeoordelen, maar formeel is er geen mogelijkheid bezwaar aan te tekenen”, bevestigt politieschef Westerbeke.

Of de proef effect heeft en welk, is niet wetenschappelijk onderzocht. Westerbeke: „Daar zijn geen plannen voor. Eigenlijk zouden we de personen moeten interviewen om te kijken wat het effect is. Tegelijkertijd denk ik: je moet niet alles willen doodonderzoeken.” Hoofdofficier Hillenaar: „We wilden eerst een proefproces afwachten, daarna een eigen evaluatie starten. Het zou zeker kunnen dat we de proef daarna wetenschappelijk optillen.”

Criminoloog Schuilenburg mist ‘preventie’ in de Rotterdamse aanpak. „Rotterdam is vaak vooral repressief bezig, terwijl je de mensen die als veiligheidsrisicosubject worden aangewezen, ook zou kunnen proberen te helpen. Kijk naar de Amsterdamse ‘Top600’ aanpak. Dat is een harde aanpak [van 600 personen met high impact-delicten], maar daarin zit óók begeleiding voor degenen die op deze lijst terecht komen.”

Wie weet komt zulke zorg er na de evaluatie, zegt hoofdofficier Hillenaar. „Wij denken na over een methode uit Amerika, ook gebruikt in Malmö: de Group Violence Intervention. Daarin krijgen ernstige geweldplegers de boodschap: je kunt op onze onverdeelde aandacht rekenen, maar als je eruit wil dan kunnen we je helpen.” Politiechef Westerbeke vindt dat er juist veel aan preventie wordt gedaan: van voorlichting tot tipgeldregelingen.

Zíjn deze personen volgens Westerbeke nog te helpen? „Hier zitten hele hardnekkige types tussen, mensen in wie wij als politie niet te veel fiducie hebben, dat we ze eruit weten te krijgen. Maar de realiteit is wel: we blijven het altijd proberen.”