Burgemeester Halsema biedt excuses aan voor slavernijverleden

Nationale herdenking Voor de betrokkenheid van het Amsterdamse stadsbestuur bij het koloniale slavernijverleden bood burgemeester Halsema donderdag haar excuses aan.
Burgemeester Femke Halsema tijdens de landelijke herdenking van het slavernijverleden in Amsterdam.
Burgemeester Femke Halsema tijdens de landelijke herdenking van het slavernijverleden in Amsterdam. Foto Peter de Jong/AP Photo

Burgemeester Femke Halsema van Amsterdam heeft donderdag excuses gemaakt voor de betrokkenheid van het Amsterdamse stadsbestuur bij de slavenhandel. Dat deed ze tijdens de nationale herdenking van het slavernijverleden op Keti Koti met een „ruimhartige en onvoorwaardelijke erkenning”.

„Voor de actieve betrokkenheid van het Amsterdamse stadsbestuur bij het commerciële systeem van koloniale slavernij en de wereldwijde handel van tot slaafgemaakten bied ik namens het college van burgemeester en wethouders excuses aan”, zei Halsema. Ze benadrukte dat geen enkele nog levende Amsterdammer schuld heeft aan dat verleden. Maar dat ze als bestuur haar verantwoordelijkheid wil nemen. „Dit stadsbestuur staat in een niet-onderbroken lijn met het bestuur van haar voorgangers. Ook met die regenten en burgemeesters wier handelen wij verafschuwen.”

De provincie Holland (formeel een provincie vanaf 1840) was een grote speler in de handel en uitbuiting van tot slaafgemaakten, zei Halsema. De gemeente Amsterdam heeft daar twee jaar geleden onderzoek naar laten doen. „In Amsterdam verdiende bijna iedereen aan de kolonie Suriname. Het stadsbestuur, dat mede-eigenaar en bestuurder van de kolonie was, voorop.” Het verleden is zichtbaar, zei Halsema. De handel van tot slaafgemaakten heeft gezorgd voor een systeem van onderdrukking op basis van huidskleur en ras, ook na afschaffing van de slavernij.

Misdaad tegen menselijkheid

Op 1 juli wordt elk jaar de formele afschaffing van slavernij in 1863 herdacht, al moesten ex-slaven daarna nog tien jaar contractarbeid op plantages verrichten. Eerder op de dag kreeg demissionair minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) een rapport overhandigd waarin het kabinet wordt geadviseerd om in de wet vast te leggen dat de slavernij een misdaad tegen de menselijkheid was en om excuses aan te bieden. Dat zijn belangrijke adviezen, zei Ollongren. „Daar kunnen we niet omheen.” Terugkijken betekent volgens haar ook verantwoording afleggen.

De ketens zijn destijds verbroken, maar er is nog een lange weg te gaan, zei Ollongren. Drie jaar geleden was ze ook bij de nationale herdenking. „Ik zie welke stappen er zijn gezet en welke stappen er nog moeten gebeuren. Na de dood van George Floyd gingen miljoenen mensen de straat op, ook in Nederland. Ze maakten duidelijk dat het gif van het racisme nog niet is verdwenen uit onze samenleving.” In 2023 wil de regering volgens Ollongren „groots en waardig” herdenken dat slaven in 1873 daadwerkelijk vrij waren.