Onbekende parel: Diemerpark

Foto Simon Lenskens

Onbekende plekken in Amsterdam: ‘Er komt hier niemand’

Onbekende parels De fotogenieke (toeristen)favorieten kent iedereen wel, maar Amsterdam kent ook tal van bijzondere, fijne plekken die je in eerste instantie misschien niet opmerkt als je erlangs fietst of loopt. Zelfs de echte Amsterdammer niet. Tien NRC-redacteuren, allen wonend in de hoofdstad, geven ‘hun’ geliefde en/of onbekende plekje prijs. „De stad is hier zó ver weg.”

Noordermarkt ‘Oase van ruimte en rust middenin de stad’

Paul Steenhuis, redactie Kunst:

„De Noordermarkt en de daaraan grenzende kop van de Westerstraat zijn mijn favoriete plek in Amsterdam. Het is er levendig, maar niet overdreven toeristisch. Het driehoekige plein oulangs de Prinsengracht, met daarop de 17de-eeuwse Noorderkerk, is een oase van ruimte en rust in de stad – als er geen markt (maandag) of biologische markt (zaterdag) is. Leuke cafés zijn er, zoals café Hegeraad.

Zeker de kop van de Westerstraat is niet netjes aangeharkt, dat is gelukkig een rommelig stukje Jordaan – al had het maar een haar gescheeld of er was in 2004 een miljoenen verslindend project gestart om van de Westerstraat een deftige gracht te maken. Met daaronder een parkeergarage, ingang Noordermarkt. Er brak een volksoproer uit (zoals daar eerder het Palingoproer en Jordaanoproer uitbraken). Het plan van wethouder ‘Guido de grachtengraver’ sneuvelde. Nu nog het openbaar toilet bij de Noordermarkt, dat onlangs werd weggehaald, terugzetten en de plek is weer perfect.”

Linnaeushof ‘Wonderlijke, on-Nederlandse wereld’

Bernard Hulsman, redactie Cultuur:

„Bijna een halve eeuw lang kwam ik elk jaar wel enkele keren vlak bij het Linnaeushof in de Watergraafsmeer. En soms, als ik vanaf de Middenweg de dwarsstraat met de naam Linnaeushof inkeek en daar een kerk met een bakstenen voorgevel zonder één enkel raam zag liggen, bedacht ik dat ik nu toch eindelijk eens het door A.J. Kropholler (1881-1973) ontworpen hof moest bezoeken.

Maar het kwam er pas van toen ik, als zoveel Amsterdammers, in de coronatijd lange wandelingen door de stad ging maken. Het Linnaeushof bleek een wonderlijke, on-Nederlandse wereld te zijn, waar bijna alle huizen en scholen en het voormalige Sint-Claraklooster zijn gebouwd in dezelfde sobere Kropholler-stijl, waarin ramen, deuren en poorten worden geaccentueerd door stukken lichtgekleurd natuursteen.

Precies zo had Kropholler het Linnaeushof bedoeld. Bijna een eeuw geleden ontwierp hij het buurtje rondom een van de merkwaardigste kerken in Nederland in opdracht van de parochie H.H. Martelaren van Gorkum als een katholieke enclave in de stad, waar op 26 mei 1578 het katholieke stadsbestuur was afgezet.”

Theetuin in Weesp ‘Groene vestingswallen waar schapen het gras kort houden’

Merel Thie, redactie Binnenland:

„Het is even fietsen, maar formeel hoort nu ook Weesp bij de gemeente Amsterdam. Daarom deze geheimtip: op één van de vestingpunten (Bastion Bakkerschans, 1674) vlak bij het oude centrum van Weesp bevindt zich de Theetuin met daarin een modeltuin van ontwerper Jaqueline van der Kloet (zij adviseerde onder meer Artis, de Keukenhof en de Efteling over de beplanting). In gewone jaren opende de Theetuin de hekken slechts twee keer per jaar voor bezoekers, maar vanaf medio juli (een ietwat HugodeJongeiaanse tijdsaanduiding) opent er op donderdag, vrijdag en zaterdag een ontbijt-, lunch en borrelrestaurant: Bar Blauw, in een oude munitieloods op de vesting. Loop rond op de groene vestingswallen waar zeven Franse Ouessant-schapen het gras kort houden en bekijk de modeltuin. Iets drinken kan ook bij het aan de Vecht gelegen café het Schalkse – met uitzicht op hannesende echtparen die zich in de boot voorbereiden op de brugopening. Tegenover de ingang van de Theetuin ligt een ander vestingspunt, dat altijd toegankelijk is, met zwemstrandje. Door de bunker en de hoogteverschillen is het een perfecte locatie voor een bloedstollend Nerf-gevecht met de kinderen.”

Diemerpark ‘Lekker onaf, heel anders dan de andere parken in de stad’

Dick van Eijk, programmamanager:

„Een van de meest bijzondere stukjes Amsterdam vind ik het Diemerpark. Waarschijnlijk het meest onbekende park van de stad – zeker van die grootte. Wat het vooral bijzonder maakt is dat het zo onaf is, zo rauw. Je kunt nog helemaal niet zien wat voor park het zal gaan worden, hoe het er over een halve eeuw uitziet. Dat maakt het heel anders dan de andere parken in de stad. En je hebt een fraai uitzicht over de goudkust – letterlijk – van IJburg.”

Rafelrand bij Ooster Ringdijk ‘Een duistere doodlopende bestemming’

Paula van Akkeren, fotoredactie:

„Niemandsland, rafelrand, onbestemd land, dead-end: voordat ik vanaf de lange Ooster Ringdijk op de fiets naar links afsla om naar de Nesciobrug te gaan (langs de woonwagens) loopt het weggetje nog een klein stukje door, om dan abrupt te eindigen tegen een dijk. Daarboven raast het verkeer over de A10 voorbij, met zicht op de hoge reclamezuil die hier staat.

Ik ben nog niet één keer verder gereden – het ademt een duistere doodlopende bestemming, alsof je daar een lijk zou kunnen vinden – en wat doet een weggegooide gebruikte tampon daar op de weg? Wie komt hier anders dan met verkeerde bedoelingen? (Oké, ik kijk misschien te vaak naar crimezender Investigation Discovery.) Ik denk dat er veel van dit soort planningsloze stukjes braak/ongebruikt land zijn in Amsterdam.”

Op het Oostveer ‘Gratis tocht met mooi panorama van beide IJ-oevers’

FBVG (Fiona Broese van Groenou), vormgeving:

„Het Oostveer, een van de geweldige pontjes over het IJ, brengt me van het Azartplein, het vasteland van Amsterdam-Oost, waar ik woon, naar de andere kant van de wereld, Zamenhofstraat in Noord, waar ik schilder. Een wereld van verschil. Ontdek het zelf. De tocht naar de overkant geeft een mooi panorama van beide IJ-oevers, de één statige dichtbevolkte architectuur, de andere diverser, industriëler, groener. De overgang is niet druk, en gratis – dus onbetaalbaar.”

Huis Te Vraag ‘Grote groene kathedraal waar je voelt hoe ver de stad hier weg kan zijn’

Jan Paul van der Wijk, vormgeving:

„De naam gaat volgens diverse legenden terug naar 1489, toen keizer Maximiliaan van Oostenrijk de weg kwijt raakte ergens tussen Haarlem en Amsterdam. Aan de Schinkel, aangekomen bij een herberg, hoopte hij het antwoord op de vraag waarheen te vinden – vandaar de naam. Later veranderde Huis Te Vraag van herberg in een begraafplaats. In 1891 werd het de eerste particuliere begraafplaats van Amsterdam, tot in 1962 het laatste graf gedolven werd. De laatst begravene was Ids Koopmans, in 1876 geboren in Hindelopen en verhuisd van Friesland naar Amsterdam. Net als ik.

Al 66 weken werk ik in mijn eigen kleine home-office, met uitzicht vanuit mijn slaapkamer op mijn straat. Ik heb mijn buren leren kennen, alle nieuwe huisdieren, maar ook de omgeving waar ik woon – en vooral Huis Te Vraag.

Ik was er in de 25 jaar dat ik hier woon regelmatig geweest, maar in de lockdown werd deze plek mijn escape-room. Ik volgde er het hele jaar lang de seizoenen in mijn middagpauze. In de novemberstorm de takken over je hoofd zien vliegen, in februari de sneeuw hoog opgestapeld op de klimop en de bemoste grafstenen. En ineens is deze maand alles groen en dichtgegroeid, als een grote groene kathedraal waar je doorheen loopt, in blijft zitten en voelt hoe ver de stad hier weg kan zijn.

Helaas wordt deze plek bedreigd: ernaast, op bedrijventerrein Schinkel, komt een nieuwe woonwijk. Om die te ontsluiten willen ze Huis Te Vraag doorkruisen met een fietspad… wat een onzalig plan.

Ik hoop dat ik nog lang mag zoeken naar het graf van de geëmigreerde Fries Ids Koopmans. Want dat heb ik tot nu toe nog altijd niet kunnen vinden.”

Huis Te Vraag, Rijnsburgstraat 51 (toegankelijk dinsdag t/m vrijdag, 11.00-17.00 uur).

Siegerpark ‘Ecologisch parkje ingeklemd tussen kantoorgebouwen en Sloterweg’

Herman Staal, redactie Binnenland:

„Je hoort hier natuurlijk het constante geruis van de A4 en af en toe komt de trein naar Schiphol langs. Toch is het Siegerpark ‘een park voor rust en contemplatie’, zoals ergens op een gemeentelijke site te lezen is. De vogels komen hoog boven het autogeluid uit. Zelfs een natuuranalfabeet kan zien dat het ecologische parkje een keur aan bomen en planten heeft. Net zo bijzonder zijn de beelden, eigendom van het Stedelijk Museum. Het meest in het oog springende is de tweeling van Hildo Krop, in 1956 geëerd met de titel ‘Stadsbeeldhouwer van Amsterdam’.

Het Siegerpark is vernoemd naar dr. Wilhelm Sieger, directeur van de Amsterdamse Kininefabriek. Hij kocht in de jaren twintig zes hectare grond en stichtte er het park. Nu zijn er nog 3,5 hectare van over, ingeklemd tussen snelweg, het kantoor van PWC, een bedrijventerrein en de drukke Sloterweg.

Voor de inwoners van Nieuw-Sloten is het een ideaal onderdeel van een vroege avondwandeling. Al zijn de toegangsborden over de openingstijden wat onduidelijk. Aan de kant van PWC staat een hek dat aangeeft dat het park om 20.00 uur dichtgaat, terwijl aan de Sloterweg het park al om 16.00 uur zou sluiten. De ervaring leert dat de hekken langer open staan, maar je voelt toch enig ongemak als je het terrein oploopt. Ben ik straks opgesloten? Dan is er altijd achterin nog het voetgangerspontje. Drie keer aan het touw trekken en je kunt via een dichtbegroeid padje de bewoonde wereld weer bereiken.”

Natuurspeeltuin Plan West ‘De mooiste van de stad, beschermd als een reservaat’

Freek Schravesande, redactie Binnenland:

„Dat de stad bezaaid ligt met speeltuintjes viel me pas op toen ik vader werd. Al die schommels en glijbanen verstopt tussen de huizen, al die verloren hoekjes opgesierd met een wipkip. Toen ik er eenmaal oog voor had, kon ik het niet meer loslaten. Ik wilde ze allemaal bespeeld hebben, liefst zelf. Dan pakte ik op vrijdagmiddag de fiets en zocht met mijn peuter naar nieuwe exemplaren. ‘Speeltuinenjacht’, noemden we het.

De mooiste speeltuin van de stad, die kenden we al. Die lag pal achter ons huis, aan de Van Speijkstraat in De Baarsjes. Een natuurspeeltuin met picknicktafels, heuveltjes en tunnelbuizen. ’s Zomers lijkt het er net Zuid-Frankrijk en het is altijd rustig, want niemand die ’m kent. Plan West, heet-ie, en hij is beschermd als een reservaat. Aan alle kanten, door huizen met balkonnetjes, vier verdiepingen hoog. Er ís een ingang vanaf de straat. Maar, vind die maar eens…”

Begraafplaats Sint Barbara ‘Geweldige plek om rond te dwalen’

Thijs Niemantsverdriet, redactie Binnenland:

„Bijna iedereen kent Zorgvlied of De Nieuwe Ooster, maar niet veel mensen zullen gehoord hebben van begraafplaats Sint Barbara. Deze ligt verborgen aan de rand van het Westelijk Havengebied, ingeklemd tussen de Transformatorweg, de spoorlijn naar Haarlem en de spoorlijn naar Zaandam. Hier, aan het laatste restant van de oude Spaarndammerdijk, waan je je plots terug aan de stadsranden van het Amsterdam van voor de Tweede Wereldoorlog. Sint Barbara – gesticht in 1893 en al drie generaties een familiebedrijf – is een geweldige plek om een uurtje rond te dwalen, liefst aan het eind van de dag en in een licht melancholisch stemming. Je vindt er de graven van allerlei beroemde Amsterdammers, van hoog tot laag: dichter Simon Vinkenoog, volkszanger Manke Nelis, commentator G.B.J. Hiltermann en crimineel Sam Klepper. Mijn favoriete graf is dat van een in 1999 overleden meneer, op wiens steen zijn nabestaanden hebben gezet: ‘Deep River Woman by Lionel Richie is his favorite tune’.”

Foto’s Simon Lenskens