Caroline Lamarche

Ivan Put

Interview

‘Als je verkracht bent, voel je je helemaal verdoofd, je voelt niets meer’

Caroline Lamarche Het nieuwe boek van de Belgische schrijfster Caroline Lamarche gaat over een gewelddadige ‘borderlineliefde’. „Je moet die ervaring opnieuw doormaken.”

Lezen en schrijven zijn mijn drugs, zegt Caroline Lamarche via het scherm vanuit België. Tijdens de pandemie heeft ze getuigenissen verzameld van mensen die in ziekenhuizen werken, teksten geredigeerd van chirurgen, verplegers, laboranten. Ze zullen de herinnering aan de pandemie levend houden. „Maar het is ook politiek en ethisch gereedschap”, zegt Lamarche, „vanwege de enorme kracht ervan. Ik zat echt in het hart van de gebeurtenissen. Aan iedereen heb ik gevraagd dat op te schrijven wat alleen zíj konden vertellen, ik wilde hun unieke verhaal.”

In haar onlangs vertaalde poëtische roman Het geheugen van de lucht vertelt Lamarche een verhaal dat alleen zij kon vertellen. De Belgische schrijfster heeft een prachtig oeuvre op haar naam staan, waarin ze meer suggereert dan uitlegt. Haar korte verhalen zijn vaak ambigu, paradoxaal of een beetje bizar, ze getuigen van een scherp observatievermogen en een geëngageerde blik op de wereld van mens en dier. In haar verhalenbundel Van dieren en mensen hebben mens en dier steevast een bijzondere, intense verstandhouding.

Het geheugen van de lucht is een indringend kleinood, waarin veel tussen de regels staat. Een vrouw daalt iedere nacht, in haar droom, af in een ravijn, waar een vrouw in een lijkwade ligt, op een bed van gevallen bladeren. Ze spreken met elkaar, maken ‘een lijstje van alles wat (ze) niet meer willen’. Omgaan met mannen bijvoorbeeld, ‘die beweren dat ze je aanbidden, maar die tonnen wegen met hun onoverwinnelijke nederlaag’. De vertelster maakt ons deelgenoot van zeven jaar ‘borderlineliefde’. Ze hield van deze man die voor haar ‘de literatuur’ vertegenwoordigde. Maar hij was ook gewelddadig. Als hij zegt dat hij zelfmoord gaat plegen als zij er niet is, verlaat ze hem.

De klappen die hij haar gaf brengen bij de vertelster eerder geweld in herinnering. Ze analyseert wat er gebeurt, droomt, worstelt. Lamarche: „Het is vooral belangrijk dat je je verhaal vertelt, met jouw stem. Die is uniek. Dit is het verhaal van een verkrachting. Aangifte doen zal je niet redden, het gaat erom je verhaal te vertellen, je stem te laten horen.”

Op de eerste bladzijden waan je je in ‘Ophelia’, het beroemde schilderij van John Millais van een verdronken vrouw, midden in de natuur. Een droombeeld.

„Verschillende van mijn boeken beginnen met een droombeeld. Het is alsof mijn onderbewuste zegt: allez, nu moet je ervoor gaan, nu moet je over dat ene onderwerp schrijven, waar je zo’n weerstand tegen hebt. Al twintig jaar wilde ik er niet aan. Het geheugen van de lucht is verschenen vóór #MeToo, ik heb het dus niet onder druk van de tijdgeest geschreven. Het was een rijpe vrucht die ik moest plukken. Mijn onderbewuste gaf me een teken: er is een dode in jou die je wil spreken, je moet haar aan het woord laten. Ik spreek in dit boek met de dode die ik in mijn droom heb gezien.”

Ook de vertelster in uw boek heeft moeite tot de kern te komen, ze draait eromheen, ze voelt zich schuldig.

„Alle vrouwen die verkracht zijn vragen zich af wat ze fout hebben gedaan. In mijn boek herinnert de vrouw zich haar verkrachting als de man haar slaat. Als ze zich verzet, werpt hij haar voor de voeten dat ze zelf gewelddadig is, omdat ze haar verkrachting niet heeft verwerkt. Ik denk dat dat vaak tegen vrouwen is gezegd. Ik ben er jaren mee bezig geweest om van dat idee af te komen. Je moet die ervaring opnieuw doormaken. Dat is mij gebeurd met het schrijven van dit boek. Als je er literatuur van maakt, kun je de verwondingen achter je laten. Dan kun je verder.”

U schrijft in een bijzonder beeldende, literaire taal. Wie heeft u beïnvloed?

„Ik ben met de parabels van de Bijbel opgevoed. Mijn moeder was een fan van de Bijbel als spiritueel en hoog literair boek. Ze vertelde ons alle bijbelse verhalen, of ze nu gewelddadig waren of niet. Ik heb als kind in Spanje gewoond, later in Parijs en ik woon nu in België. Het is een land zonder sterke identiteit, een kruispunt van volken. Dat stelt je in staat je eigen weg te gaan. Ik houd van België: de Franse esprit is er verbonden met een melting pot van identiteiten. De Franstalige auteurs in België staan poëtisch en mentaal dichter bij hun Vlaamse collega’s dan bij Frankrijk. Mijn positie is dus altijd wat ongemakkelijk. Dat is ook een rijkdom.”

In ‘Het geheugen van de lucht’ zitten veel verwijzingen naar religie. ‘Katholiek’, schrijft u, was ‘een schuilplaats tegen de wisselvalligheden van het lot’.

„Gelovig ben ik al heel lang niet meer, maar ik blijf er erg mee verbonden. Paradoxaal genoeg heeft religie de mens gescheiden van het dier. Ze brengt schrijvers voort zoals Olga Tokarczuk, de Nobelprijswinnares wier werk ondenkbaar is zonder de Bijbel. En ze creëert schrijvers zoals ik, die doordrenkt zijn van de natuur, van het contact met dieren. Als meisje kon ik me niet voorstellen dat ik naar de hemel zou gaan als de dieren daar niet naartoe mochten. Dat klopte niet met de legende van De ark van Noach of het verhaal van Jonas en de walvis. In de Bijbel vind je overal dieren.”

In uw oeuvre zijn mens en dier gelijk, alle twee even kwetsbaar. In ‘Het geheugen van de lucht’ komt een spin voor. In een wrede scène laat de man steeds de as van zijn sigaret vallen op het web van de kruisspin. ‘Voortaan moest ze eerst haar jachtterrein opruimen. Elke nacht opnieuw as eten’, schrijft u.

„Ik was me er al heel jong van bewust dat mens en dier gelijkwaardig zijn. Alle kinderen weten dat. Het verbaast me dat men dat nu pas begint in te zien. Ik ben opgevoed met de boodschap dat je alle emoties moest verbannen. Gevoelens waren verboden. Je mocht niet woedend worden en je mocht niet huilen. Dus als ik problemen had, hadden de dieren in mijn dromen pijn. Zij zijn altijd het reservoir geweest van mijn sterkste emoties. Omdat ik ze niet kon ervaren, deden de dieren dat. Hier, in de metafoor van de spin, maakt de man het werk van de vrouw ongedaan. Ze weeft haar web, uit liefde. Tegen zijn sadisme in bouwt ze alles weer op. Dat is een vorm van veerkracht. Hij zou de spin kunnen martelen, maar dat doet hij niet. Hij vernietigt haar werk, hij verplicht haar as te eten om haar web te redden. Hij weet dat de vrouw hem zou verlaten als hij de spin zou doden.”

Ze verlaat hem pas als hij aankondigt dat hij zelfmoord gaat plegen.

„We leven in een wereld van zwart-witdenken, in termen van beul en slachtoffer. Bij mij zijn de gedomineerden in staat zich te verzetten, afstand te nemen, ze zijn veerkrachtig en ironisch. Ze nemen ook de hand aan van degene die hen wil helpen, ze hechten aan de lichtere momenten in het leven.”

Behoort u tot de categorie van degenen die verzet plegen?

„Ik ben al jaren een zeer fervent klimaatactivist, actief in verenigingen. Ik ben geen geëngageerd auteur zoals de Fransen dat kunnen zijn. Op het gebied van de ecologie hebben we niet de radicale oplossingen gekozen die nodig zijn. Van de hoop die ik aan het begin van de pandemie koesterde is weinig over. Het was schokkend hoe lang kunst en cultuur in het debat ongenoemd bleven. We hebben het afgelopen jaar alleen maar met cijfers geleefd. Betekenis was volstrekt afwezig.”

Waar zoekt u die betekenis?

„In de literatuur. Die is enorm politiek. Ik heb betekenis gevonden in boeken die soms een eeuw oud waren, van Genevoix, Boelgakov, Thomas Mann. Dikke pillen over ziekte en dood, veerkracht, geschreven met dubbelzinnigheid, vol paradoxen. De literatuur gaat met finesse de diepte in. Carlos Fuentes heeft eens gezegd dat hij op de pagina geëngageerd is tot op de laatste komma. Dat geldt voor mij ook. Ik ben daarnaast een betrokken burger, ik werk graag samen met anderen. Als je je door het engagement van je schrijverschap onderscheidt, plaats je je buiten de groep.”

Is dat niet per definitie de plaats waar de schrijver zich bevindt?

„Unica Zürn, aan wie ik het motto van mijn boek ontleen, schrijft in haar boek over haar verblijf in een psychiatrische inrichting. Ze maakt daarin haar waanzin openbaar. Maar tegelijkertijd vertelt ze die aan zichzelf. Ik ben niet iemand die vertrouwelijke dingen aan iemand anders vertelt. Anderen komen met hun confidenties wel bij mij. Mensen komen me hun verhaal vertellen. Voor mij is het schrijven een monoloog met mijzelf. Ik zit voor mijn toetsenbord, mijn beeldscherm en ik ‘monologeer’. De paradox is dat die monoloog openbaar wordt. Maar je moet schrijven alsof je alleen was, alsof je nooit gelezen zal worden. Alleen dan stop je de waarheid erin.”

De laatste pagina van uw boek bracht me in verwarring. U beschrijft hoe een vermoeide moeder haar kind door elkaar rammelt, ze schreeuwt, het kind huilt. Dan schrijft u: ‘Op dat moment heb ik begrepen wat me was overkomen.’ Geeft u de schuld aan de moeders? Wat gebeurt daar?

„Dat weet ik ook niet precies. Als je verkracht bent, voel je je helemaal verdoofd, je voelt niets meer. Dat kan weken duren. Al mijn boeken gaan in wezen over machtsmisbruik, over mensen die macht uitoefenen over een ander. Hier is het niet een man die een vrouw misbruikt, maar een moeder die een jongetje dat nee zegt onrechtvaardig behandelt. U moet weten dat mij gedurende mijn hele jeugd is verboden ‘nee’ tegen iets of iemand te zeggen. Dat einde heeft dus een bron in mijn jeugd, komt voort uit mijn relatie tot mijn moeder. Jonge kinderen zijn kwetsbaar in de handen van volwassenen, zelfs als die het beste met hen voor hebben. Daar kan ik van getuigen. Toen ik op straat die scène zag, ben ik me bewust geworden van mijn verwonding en van het geweld dat me is aangedaan. Het bracht herinneringen aan mijn jeugd terug.”

Hoe moeten we de titel duiden, ‘Het geheugen van de lucht’?

„Die is bij uitstek spiritueel. Vroeger werd er tegen kinderen gezegd: zelfs als niemand je begrijpt, is er toch één iemand die je ziet en beschermt. Er is niet één handeling die niet ergens vibreert, die niet is ingebed in het geheugen van de wereld. De lucht houdt de herinnering eraan vast. Als je aanvaller een wapen heeft, zie je jezelf als dode. De lucht was mijn bondgenoot. Het is een gedachte die me, toen ik dit verhaal doormaakte, heeft geholpen, in mijn eenzaamheid, in mijn pijn.”