Zorgen over ‘het immuunsysteem’ van de Sloveense democratie

Nieuwe voorzitter EU Slovenië, dat donderdag het voorzitterschap van de EU overneemt, wordt geleid door de radicaliserende premier Janez Jansa.

De Sloveense premier Janez Jansa arriveert bij overleg van de Europese Raad, op 25 mei in Brussel.
De Sloveense premier Janez Jansa arriveert bij overleg van de Europese Raad, op 25 mei in Brussel. Foto Philip Reynaers/AFP

Nu Slovenië het roulerende voorzitterschap van de Europese Unie overneemt van Portugal is de vraag niet wat dit land de komende zes maanden allemaal zal bereiken in Brussel, maar met hoeveel Europese instituties het ruzie krijgt. Of preciezer: met wie premier Jansa ruzie krijgt.

De radicaal-rechtse Janez Jansa geniet internationaal enige bekendheid vanwege zijn onstuimige twittergedrag, maar in eigen land verkeert hij ook offline in permanent conflict met onafhankelijke instanties die een waarborg voor de democratie en de rechtsstaat vormen. Het Constitutioneel Hof, de Ombudsman, de Rekenkamer, de anticorruptiecommissie en de databeschermingsautoriteit zijn allemaal door hem en zijn regering doelwit van kritiek en interventies geworden. Wie zich tegen politieke dwang verzet – en dat doen hun voorzitters tot nu toe allemaal – wordt persoonlijk aangevallen in de echokamer van Jansa-gezinde media. Ze worden opgeroepen om af te treden, bedreigd met snijden in het budget of zelfs onderwerp van politieonderzoek.

Tomaz Vesel, sinds negen jaar voorzitter van de Rekenkamer, was gewend dat zijn bevindingen door politici bekritiseerd of gerelativeerd worden. Maar zoiets als nu heeft hij „nog nooit meegemaakt”. Zijn instituut en hijzelf kwamen onder vuur toen hij, op verzoek van het parlement, een onderzoek begon naar de aanschaf van medische apparatuur en beschermingsmateriaal tijdens de pandemie.

Lees ook ‘Maarschalk Twito’ is de onbekende populist van Europa

Nog voor er een euro publiek geld was onderzocht, werd Vesel slachtoffer van wat hij „de fabriek van het kwaad” noemt: „een gecoördineerde aanval van aan hen gelieerde media en sociale media”. Met ‘hen’ doelt hij op de SDS-partij die Jansa sinds de oprichting in 1989 leidt, en die verschillende sites, bladen en een tv-zender runt. „Met als doel te zorgen dat ik zou opstappen”, aldus Vesel.

Nadat in maart het rapport verscheen, met daarin aanwijzingen voor mogelijk crimineel handelen rond de aanschaf van medisch materiaal, belde de politie. „Niet om die aanwijzingen verder te onderzoeken, maar om ons te onderzoeken”, zegt Vesel.

Vertrouwen ondermijnen

Door instituten als de Rekenkamer in diskrediet te brengen en het belang van hun onderzoeken te relativeren, pleegt Jansa volgens Vesel „een aanslag op het immuunsysteem van de democratie”. De ondermijning van instanties die de politiek controleren en de rechtsstaat bewaken, maken de staat kwetsbaar voor meer antidemocratische ziektes. „Een democratie is gebouwd op vertrouwen in het bestuur, de politiek en de instituten. Het verlies daarvan is een grote dreiging”, zegt hij.

Slovenië volgt Polen en Hongarije met muilkorven waakhonden en media

Slovenië lijkt daarmee Hongarije en Polen achterna te gaan, oostelijke EU-lidstaten die sinds Fidesz (vanaf 2010) en PiS (sinds 2015) aan de macht zijn, afglijden tot illiberale of zelfs autoritaire regimes. In alle drie de landen zijn het conservatieve, populistische en polariserende politici die – onder het mom van het bestrijden van de oude communistische elite én de Europese Unie – de rechtspraak, de onafhankelijke media en andere waakhonden muilkorven. Vooral de Hongaar Viktor Orbán is voor Jansa een groot voorbeeld. Beide waren in de jaren 80 politieke dissidenten – Jansa zat zelfs in de gevangenis – en zijn sinds de val van de Berlijnse Muur verschillende keren aan de macht geweest en steeds verder geradicaliseerd.

Een groot verschil is dat Jansa’s electorale aantrekkingskracht veel minder groot is, ongeveer een kwart van de bevolking steunt hem. Anderhalf jaar geleden werd hij voor de derde keer premier omdat de vorige regering viel en genoeg partijen geen nieuwe verkiezingen wilden. Hij leidt een wankele regering met een krappe basis in het parlement en heeft zeker niet de grondwettelijke meerderheid om het staatsbestel of zelfs benoemingsprocedures aan te passen. „Je zou kunnen zeggen dat de instabiliteit van de regering ons voor erger behoedt”, zegt Vesel. Binnen een jaar zijn er nieuwe verkiezingen in Slovenië.

‘Monopolie van leugens’

Meer nog dan met de colleges van staat, zoekt Jansa de confrontatie met journalisten. en morrelt aan de vrijheid van de pers. Vlak na zijn aantreden publiceerde hij, op de site van de regering, een epistel van 2.600 woorden over „oorlog met de media”. Daarin schreef de premier over „een atmosfeer van intolerantie en haat die gecreëerd wordt door een klein kringetje vrouwelijke redacteuren” en zijn intentie om „het monopolie van leugens neer te halen”. Zijn eerste mikpunt was het nationale persbureau STA. Net als de publieke omroep een organisatie waar de regering geen directe zeggenschap over heeft, maar wel de subsidie en de raad van toezicht van bepaalt. Eind vorig jaar noemde hij het bureau een „nationale schande” en trok hij de publieke financiering in. Daarmee verloor het persbureau 2 miljoen euro per jaar, de helft van het budget.

Lees ook Zo knevel je de kritische pers in Midden-Europa

„Ondertussen wordt een ecosysteem van regeringsgezinde media opgetuigd”, zegt Mojca Zorko, die de binnenlandredactie van STA leidt. „Hun bereik kan worden vergroot als wij als minder betrouwbaar worden gezien en ons werk niet meer kunnen doen.” Ongeveer 10 procent van haar ruim tachtig collega’s heeft STA al verlaten vanwege de onzekere toekomst. Ook inhoudelijk wordt het werk moeilijker, omdat ministeries geen informatie meer verstrekken en toegang tot bronnen moeilijker wordt. „Een ander enorm probleem is dat wij een conflict in gesleept worden. Wij zijn als persbureau politiek neutraal. Maar als je aangevallen wordt, wil je jezelf verdedigen. En zodra je dat doet, zegt de regering: zie je wel, ze zijn tegen ons.”

Een deel van de subsidie heeft STA inmiddels teruggekregen, omdat die bij wet geregeld is en Jansa niet de politieke macht heeft om die nu te veranderen. Wat dat betreft heeft hij „meer overeenkomsten met Donald Trump dan Orbán”, zegt Zorko. Hij roept, dreigt en polariseert, maar krijgt geen meerderheid van de kiezers achter zich, noch de macht om nationale wetten en structuren fundamenteel te veranderen.

Het eerste conflict van het Europees voorzitterschap dient zich al aan. Slovenië sloot zich onder een eerdere regering aan bij het Europese OM, dat dit voorjaar begonnen is misbruik met EU-subsidies te onderzoeken. Jansa moet daar twee aanklagers voor leveren, maar wil de door de Sloveense officieren van justitie voorgedragen kandidaten niet nomineren. Toen Europees hoofdaanklager Laura Kövesi daar haar beklag over deed, betichtte hij haar van „politieke spelletjes” – uiteraard via Twitter.