Waarom zijn Griekse choreografen ineens zo gewild?

Julidans Tot voor kort waren hun namen nergens te vinden, nu prijken ze op festivalaffiches in Europa en daarbuiten. Waar komen ze ineens vandaan, al die Grieken in de hedendaagse dans?

Scène uit ‘Elenit’ van Euripides Laskaridis.
Scène uit ‘Elenit’ van Euripides Laskaridis. Foto Julian Mommert

Zo zie je ze nooit, zo kom je ze achter elkaar tegen: Grieken. Dat wil zeggen: Grieken in de hedendaagse dans. Nog maar net bekomen van de beelden- en symbolenrijkdom van Transverse Orientation van Dimitris Papaioannou, een van de hoogtepunten van het voorbije Holland Festival, kan de nieuwsgierig geworden liefhebber in Julidans maar liefst drie ‘nieuwe Grieken’ bewonderen. Wat is er aan de hand in Griekenland?

Niet alleen op de Nederlandse (dans-)festivals duiken tegenwoordig regelmatig Griekse makers van hedendaags danstheater op. De laatste tijd sieren hun namen ook de line-ups van festivals in Europa en daarbuiten, ze krijgen residenties bij internationaal gerenommeerde danscentra of ontwikkelmogelijkheden bij danswerkplaatsen. Wie bijvoorbeeld de selectie van Aerowaves bekijkt, de gerenommeerde, Londense ‘hub’ voor nieuw talent die al 25 jaar fungeert als springplank naar internationale podia en festivals, komt ze daar sinds vijf jaar veelvuldig tegen. Christos Papadopoulos, Anastasia Valsamaki, Alexandros Stavropoulos, Sofia Mavragani, Aris Papadopoulos & Martha Pasakopoulou, Katarina Andreou-Bard en Iris Karayan – het is een cliché, maar alleen hun namen klinken al als dans – ze behoorden allemaal tot ‘The Twenty’ van Aerowaves Spring Forward, de uitverkorenen van hun jaargang.

ELENIT // 2019 // trailer from Euripides Laskaridis on Vimeo.

Ook Euripides Laskaridis (45), die met Elenit vanavond Julidans opent, behoorde in 2015 tot de gelukkigen. Met de verbazingwekkende solo Relic stapte hij als rubensiaanse vrouw op pumps rond in een schuimrubberen kostuum. Twee jaar later volgde Titans, met opnieuw een verkleedpartij die de gelaagdheid van het individu in een vervreemdend universum toonde. In Elenit gaat hij voluit, met een groot ensemble in een krankzinnig barok theatercircus met windmachine, dinosaurus en andere wonderlijke figuren, waarin hij zelf als een soort uitgezakte, langneuzige Marie-Antoinette de regie over het bestaan zoals het is, of eigenlijk: was, probeert te houden. Tevergeefs natuurlijk. De mens is nu eenmaal een gemankeerd wezen, aldus de Griek.

Die thematiek is zo oud als, inderdaad, de Griekse tragedie. „Elenit klinkt een beetje zoals wij Hellas uitspreken, onze naam voor Griekenland, en lijkt op de zéér Helleense naam Helena”, vertelt hij vanuit Athene, met de telefoon aan zijn oor op weg naar zijn coronatest, verplicht voor zijn reis naar Amsterdam. „‘Elenit’ is ook de Griekse benaming voor asbestcement, ooit aangeprezen als onverwoestbaar bouwmateriaal, maar later ontmaskerd als kankerverwekkend.” Hoogmoed – van de westerse mens met name – kwam weer eens voor de val. Het schijnbare gebrek aan samenhang in Elenit is kortom bedrieglijk.

Laskaridis deelt de voorliefde voor fantasierijke theaterbeelden met Dimitris Papaioannou, bij wie hij een aantal jaar als danser werkte. Maar zijn stijl is (schijnbaar) chaotischer, aangezet, minder helder belijnd dan Papaioannous wilsoniaanse precisie. „Verzadigd”, noemt hij het zelf.

Bij Papaioannou leerde hij Christos Papadopoulos (44) kennen, van wie Julidans Opus presenteert. Hij koos, vanuit die gedeelde ervaring en inspiratie, een volkomen andere weg. In Opus beent hij Bachs Kunst der Fuge uit tot op het bot, geduldig en precies, met voor elke noot een beweging. Complex en minimal tegelijk. Daartussen ligt een brede waaier aan variëteiten; enorme verscheidenheid is exemplarisch voor de hedendaagse Griekse dans.

OPUS-Christos Papadopoulos from Christos Papadopoulos on Vimeo.

Kolonelsregime

De nieuwe Griekse golf lijkt een kwestie van ‘elk nadeel heeft zijn voordeel’, is de voorzichtige conclusie van danscurator en danswetenschapper Steriani Tsintziloni. In haar lezing over de hedendaagse Griekse dans schetst zij een Grieks danslandschap dat er tot in de jaren negentig van de vorige eeuw vrijwel onontgonnen bij lag. Er waren balletscholen en een balletgezelschap verbonden aan de Nationale Opera, maar de hedendaagse dans, gebaseerd op Amerikaanse moderne en postmoderne technieken, begon zich pas vanaf de jaren tachtig te roeren. Oorlogen en het onderdrukkende Griekse kolonelsregime (1967-1974), én de gekoesterde Griekse klassieke kunst, hadden tot dan toe een rem gezet op de ontwikkeling. Een beeld dat wordt bevestigd door de handboeken, waarin voor 2000 nauwelijks namen van Griekse choreografen zijn te vinden.

In het Griekenland dat zich net uit de armoede had gewerkt, zagen ouders een onzekere carrière in de dans ook bepaald niet als een ideale loopbaan voor hun kinderen. Reden waarom veel Grieken eisten dat hun kroost ten minste éérst naar de universiteit ging, aldus Laskaridis. Onder de Griekse danskunstenaars van zijn generatie wemelt het van de economen, politicologen, ingenieurs en juristen. Zelf is hij van huis uit architect, Papadopoulos politicoloog. Laskaridis: „In de jaren negentig moest je héél vastberaden zijn om danskunstenaar te worden.”

Tot 2000 was de hedendaagse dans een obscure aangelegenheid. Dimitris Papaioannou (57), destijds al een underground celebrity, presenteerde voorstellingen in een gekraakte elektriciteitscentrale. Veelbesproken, standaard uitverkocht, maar zonder enige financiering. Het jaar 2004 was een kantelpunt, stelt Steriani Tsintziloni in haar lezing. Papaioannou gaf de hedendaagse dans een enorme boost met zijn weelderige regie en choreografie van de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Athene: een openbaring voor de Grieken zelf, die trots konden zijn op hún choreograaf, die bovendien waardering oogstte in het buitenland. Dat opende de deur voor een nieuwe generatie. Een optimistische periode brak aan.

En toen kwam de wereldwijde financiële crisis. Griekenland werd keihard geraakt en als gevolg van de strenge regels van het IMF en de EU moesten harde bezuinigingsmaatregelen worden doorgevoerd. Niemand had nog geld. Tsintziloni suggereert dat de golf van experimenten die toen losbrak een gevolg was van dat gebrek aan middelen. „Niemand had iets te verliezen.” Door het ontbreken van knellende tradities in de theaterdans voelden danskunstenaars een grote vrijheid om hun eigen weg te zoeken – een ontwikkeling die enigszins doet denken aan het na-oorlogse Nederland, waar de dans in een paar decennia tot bloei kwam.

Niet dat je maar wat kon aan rotzooien, zegt Papadopoulos. Griekse choreografen zijn bloedserieus: „Maatschappelijke turbulentie creëert nieuwe narratieven. Als je in een dergelijke moeilijke situatie theater wilt maken, móét je vanuit een authentieke noodzaak werken en een eigen stem vinden. Het publiek maakt ook scherpe keuzes, omdat het maar voor één voorstelling geld heeft, niet voor vijf.”

Geld is er nog steeds niet in Griekenland, noch een structureel gesubsidieerd hedendaags gezelschap, alleen ad-hocgroepjes rond één choreograaf. Ze werken op projectbasis en met steun van internationale co-producenten. In Griekenland zelf zijn particuliere financiers als Onassis Stegi en Stavros Niarchos Foundation de laatste tien jaar een belangrijke steunpilaar geworden. De overheid houdt vooralsnog de hand op de knip. Maar de nouvelle vague Grècque rolt door.

Julidans, 1 t/m 16 juli, diverse locaties in Amsterdam. Elenit (1 en 2 juli), Opus (10 en 11 juli), Private Song van Alexandra Bachzetsis (10 en 11 juli). Inl: julidans.nl