Opinie

VWS volgt altijd de Gezondheidsraad – bij gebrek aan kennis

gezondheidsraad

Commentaar

De wetenschap staat soms ver af van de praktijk van alledag. Vandaar dat de adviezen van de Gezondheidsraad het afgelopen half jaar soms verwarring zaaiden. In ziekenhuizen, verpleeghuizen, huisartsenpraktijken en bij het publiek.

Zoals recent beschreven in NRC zijn degelijkheid en kwaliteit het kenmerk van de adviezen waar de Gezondheidsraad de beste medische wetenschappers voor vraagt. Maar dus ook traagheid. Voorheen deed de Gezondheidsraad er twee jaar over om alle nieuwste inzichten te verzamelen, wegen en vervolgens een advies te formuleren. In de coronacrisis moest soms binnen enkele weken een advies worden uitgebracht. Dat vinden de betrokken wetenschappers heel snel.

Dat ís ook snel als je bedenkt dat die inzichten afgelopen anderhalf jaar in hoog tempo veranderden doordat de wereld werd overvallen door een nieuw virus.

In de dagelijkse praktijk gaf die noodzakelijke degelijkheid soms wel problemen. In februari dit jaar zagen ziekenhuizen de ene na de andere Covid-19-patiënt aankomen, en al waren er vaccins ingekocht, ze gingen nog níét naar het ziekenhuispersoneel. Het leek erop dat de Gezondheidsraad de urgentie van de crisis niet voelde, zoals ook Ernst Kuipers, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, en intensivist Diederik Gommers constateerden in NRC.

In april hadden huisartsen hun 63- en 64-jarige, en enkele obese, patiënten opgeroepen voor een prik met het AstraZeneca-vaccin op vrijdag en het weekend. Op vrijdagmiddag kondigde demissionair minister De Jonge (Volksgezondheid, CDA) aan dat er acuut werd gestopt met het toedienen van AstraZeneca omdat de Gezondheidsraad de risico’s voor 60-minners op bijwerkingen te groot achtte. Later werd vaccinatie met AstraZeneca voor 60-plussers hervat. Maar het onheil was geschied: duizenden mensen waren afgezegd en moesten weer wachten. Anderen twijfelden voorgoed aan het vaccin.

En dat terwijl de EMA én het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen het vaccin al hadden beoordeeld en goedgekeurd.

De Jonge wachtte vrijwel altijd de adviezen van de Gezondheidsraad af en hield zich eraan. Dat deed hij één keer niet, eind december, toen hij besloot 20.000 ziekenhuismedewerkers in de acute zorg voorrang te geven bij vaccinatie, boven ouderen -anders dan de Gezondheidsraad had geadviseerd. De redenen waren goed – als te veel artsen en verpleegkundigen op de spoedeisende hulp en in intensive cares ziek werden van Covid-19 konden er ook geen patiënten worden geholpen. Toch kwam dat besluit hem op zo veel kritiek te staan – „gezwicht voor de ziekenhuislobby” – dat hij intern verzuchtte dat hem dat nooit meer ging overkomen.

Die onzekerheid over het maken van juiste beslissingen in de crisis is mede ontstaan doordat er op het departement van VWS weinig medische kennis aanwezig is. Hugo de Jonge zelf was leraar en wethouder, ministers Bruno Bruins en daarna Tamara van Ark waren ambtenaar en beroepspoliticus. De secretaris-generaal van het departement tot maart dit jaar, Erik Gerritsen, bestuurskundige. Ook zijn interim-opvolger Siebe Riedstra, studeerde politicologie. De directeur-generaal Curatieve Zorg tot vlak voor de coronacrisis, Bas van den Dungen, studeerde bestuurskunde. Pas sinds het aantreden in mei 2020 van zijn opvolger Ronnie van Diemen zit er in de hogere regionen één ervaren arts.

Voor een volgend kabinet is een medisch geschoolde minister of secretaris-generaal onmisbaar.