Servische veiligheidsagenten veroordeeld wegens oorlogsmisdaden

VN-rechtbank In de laatste rechtszaak van het voormalige Joegoslaviëtribunaal zijn twee geheim agenten veroordeeld tot twaalf jaar cel. Niet alle aanklachten zijn bewezen.

Franko Simatović, als hoge officier van de Servische veiligheidsdienst betrokken bij oorlogsmisdaden, verschijnt ter zitting in Den Haag.
Franko Simatović, als hoge officier van de Servische veiligheidsdienst betrokken bij oorlogsmisdaden, verschijnt ter zitting in Den Haag. Foto Piroschka van de Wouw/Reuters

De laatste twee verdachten van het Joegoslaviëtribunaal zijn woensdag allebei veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf. Jovica Stanišić en Franko Simatović waren via de Servische veiligheidsdienst betrokken bij oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië in de eerste helft van de jaren negentig.

De rechtszaak tegen het Servische duo is de laatste Joegoslavië-zaak van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen, de VN-rechtbank die resterende zaken van het eind 2017 gesloten Joegoslaviëtribunaal afhandelt. Drie weken geleden veroordeelde dezelfde rechtbank de voormalige Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic in hoger beroep tot levenslange gevangenisstraf.

Stanišić en Simatović waren respectievelijk hoofd en hoge officier van de veiligheidsdienst van het Servische ministerie van Binnenlandse Zaken. Beiden waren in de jaren negentig vertrouwelingen van de Servische president Slobodan Milošević. Volgens de aanklager waren ze schuldig aan het opzetten, financieren en trainen van paramilitaire eenheden die door Servië werden ingezet tijdens de Joegoslavische oorlogen in de periode 1991-1995. Deze milities hebben met moord, verkrachting en deportatie terreur gezaaid in Kroatië en Bosnië en Herzegovina.

‘Gedwongen verwijdering'

Deskundigen zien in de zaak de mogelijkheid om aan te tonen dat de regering in Belgrado betrokken was bij operaties van paramilitaire groepen. De aanklager beschouwt Stanišić en Simatović als mede-daders in een ‘gedeelde criminele operatie’ (joint criminal enterprise, JCE) met als doel de „gedwongen en permanente verwijdering van de meerderheid van niet-Serven uit grote delen van Kroatië en Bosnië en Herzegovina”.

Lees meer over de erfenis van het Joegoslaviëtribunaal

De drie rechters uit de Bahama’s, Tanzania en Zuid-Korea achten echter alleen betrokkenheid bij etnische zuivering in het Bosnische dorp Bosanski Šamac overtuigend bewezen. De aanklager is er volgens de rechters niet in geslaagd om voor allerlei andere plaatsen te bewijzen dat de twee mannen betrokken waren.

De zaak tegen Stanišić en Simatović heeft een lange voorgeschiedenis. In 2003 werden ze gearresteerd en voorgeleid. Een proces van vier jaar eindigde in mei 2013 met volledige vrijspraak, gevolgd door een vernietiging daarvan in 2015 door het beroepscollege. Tussen juni 2017 en april van dit jaar werd het proces opnieuw gevoerd. Naar verwachting gaan de twee mannen in beroep. De tijd die ze al gevangen zaten, meer dan zes jaar, gaat van de straf af.