Rekenkamer: het toezicht op bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen faalt

Milieuregels De Algemene Rekenkamer heeft een kritisch rapport gemaakt over de controle van bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Volgens de instantie ontbreekt bij de toezichthouders elk overzicht.

Het industrieterrein van Chemours in Dordrecht. Het bedrijf, dat niet genoemd wordt in het rapport van de Rekenkamer, werd meermaals berispt om zijn omgang met gevaarlijke stoffen.
Het industrieterrein van Chemours in Dordrecht. Het bedrijf, dat niet genoemd wordt in het rapport van de Rekenkamer, werd meermaals berispt om zijn omgang met gevaarlijke stoffen. Foto Koen van Weel/ANP

Het toezicht op bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen faalt. Inspectiediensten houden slecht bij welke overtredingen ze constateren en weten niet welke bedrijven vaak milieuregels overtreden. Het is bovendien onduidelijk hoe sancties uitwerken die toezichthouders opleggen. Hierdoor is het toezicht niet effectief en bestaat het risico dat bedrijven bewust de regels overtreden.

Dat blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Het rapport is deze woensdag naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Algemene Rekenkamer onderzocht het toezicht op de circa vijfhonderd ondernemingen in Nederland die werken met chemische stoffen, van olie-opslagbedrijven tot staalfabrikant Tata Steel en de raffinaderijen van Shell. Regionale omgevingsdiensten en inspecteurs van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) controleren of deze bedrijven zich aan de milieuregels houden. Bij overtreding kunnen de diensten de bedrijven waarschuwen, extra controleren, dwangsommen opleggen of in het uiterste geval sluiten.

Anders classificeren

De Rekenkamer begon in 2019 te onderzoeken of het toezicht op deze bedrijven toereikend is. Daarbij ontdekte ze dat er, in strijd met wat de wet voorschrijft, hierover nauwelijks consequent informatie centraal wordt bijgehouden of gedeeld. Omgevingsdiensten, inspecteurs en andere toezichthouders classificeren de informatie die er wel is vaak anders. Zo schrijft de ene dienst op hoe zwaar een overtreding was, de andere slechts dát er een overtreding is geweest.

De Rekenkamer heeft de gegevens daarom bij de inspectiediensten opgevraagd en deze zelf geordend en gerangschikt. Voor het eerst is nu duidelijk dat tachtig bedrijven verantwoordelijk zijn voor de helft van de overtredingen. Bij deze relatief kleine groep zijn de afgelopen vijf jaar 1.750 keer één of meer overtredingen vastgesteld. Bij één ervan zijn in vijf jaar honderd overtredingen geconstateerd. De namen van de betrokken bedrijven maakt de Rekenkamer niet bekend.

Tussen 2014 en 2019 zijn zo’n 20.000 controles uitgevoerd. Bij een op de vijf zijn één of meer overtredingen geconstateerd, variërend van een omgevallen jerrycan dieselolie tot het weglekken van giftige vloeistoffen.

Miljardenschade

Omdat inspectiediensten het overzicht missen, weten ze niet wie de ‘veelplegers’ zijn onder de bedrijven, wat de effectiviteit is van opgelegde sancties, wat de tekortkomingen zijn in het toezicht en inconsequenties in de handhaving. Op landelijk niveau ontbreekt elk inzicht of bepaalde omgevingsdiensten minder streng controleren dan andere.

De Rekenkamer vreest dat de ecologische en economische schade de komende jaren toeneemt als het toezicht op de sector niet verbetert. De ILT schat dat bedrijven in chemie en landbouw het milieu jaarlijks voor ruim 4 miljard euro schade berokkenen. Het meeste ervan wordt veroorzaakt door onjuist verwerkt afval (1,8 miljard euro) en aangetast grond- en oppervlaktewater (1,6 miljard).

Uit de analyse van de Rekenkamer blijkt dat bedrijven die zich schuldig maken aan milieucriminaliteit niet hoeven vrezen voor forse straffen. De afgelopen tien jaar zijn driehonderd zaken voor de rechter gebracht, waarvan meer dan de helft is afgedaan met een boete van minder dan 10.000 euro. Slechts een fractie van de bedrijven wordt voor meer dan 50.000 euro beboet. Het aantal milieuzaken dat de politie aanleverde, liep de afgelopen jaren overigens terug: van 75 in 2016 naar 24 in 2019.

De boetes zijn, volgens de Rekenkamer, „zo laag” dat „de afschrikwekkende werking beperkt is”. Arno Visser, president van de Rekenkamer, noemt het „daardoor heel aannemelijk dat bedrijven een gecalculeerd risico nemen”.

Namen openbaar

De Rekenkamer zegt dat het niet aan haar, maar aan het bevoegd gezag is namen van betrokken bedrijven openbaar te maken. Visser pleit ervoor dat de rijksoverheid en de inspectiediensten „op korte termijn” publiceren welke zich wel en niet aan de regels houden. „Een van de problemen is dat niemand weet om welke bedrijven het gaat, maar er wordt wel over gespeculeerd.”

Lees ook dit eerdere nieuws over de veiligheidssituatie bij chemische bedrijven: Negen van de tien chemische bedrijven houden zich niet aan de regels

Openbaarmaking kan volgens de Rekenkamer helpen bij een beter geïnformeerd debat over de industrie. Zo zouden aandeelhouders of omwonenden vragen kunnen gaan stellen over de situatie bij sommige productielocaties. Bij sommige fabrieken kan juist blijken dat ze ten onrechte onder vuur liggen. Visser: „Maar of je naast een veelpleger woont, dat weet je nu niet.” Zelf kan de Rekenkamer de bedrijvenlijst niet openbaar maken: het instituut controleert alleen de overheid, niet de bedrijven zelf.

De Rekenkamer heeft ook geanalyseerd welke maatregelen werken. Met name waarschuwingen en hercontroles lijken te helpen om nieuwe overtredingen te voorkomen. Dwangsommen hebben minder effect.

De effectiviteit van het sluiten van een bedrijf valt lastig te meten. Dit komt in Nederland slechts zelden voor: 6 keer op 20.000 inspecties.