Nederland misleidde Europese Commissie ten gunste van de pulsvisserij

Pulsvisrel Steeds meer pulsvissers kregen een vergunning terwijl ambtenaren wisten dat het niet in de haak was.

Bemanning aan boord van de TX36. In de laatste week dat de pulsvisserij is toegestaan is de TX36 tot de laatste toegestane uren bezig met pulsvissen.
Bemanning aan boord van de TX36. In de laatste week dat de pulsvisserij is toegestaan is de TX36 tot de laatste toegestane uren bezig met pulsvissen. Foto Niels Wenstedt

De boel bewust bedonderen en cruciale informatie achterhouden voor de Europese Commissie en andere lidstaten, om de eigen industrie te bevoordelen. In Den Haag mogen sommige politici graag zeggen dat dit iets is van ‘andere, minder integere’ EU-landen. Maar Nederland kan er zelf ook wat van, blijkt uit onderzoek van de NOS. Op basis van interne documenten en e-mails van ambtenaren van het ministerie van Landbouw schetste de omroep maandag een onthutsend beeld van hoe ver Nederland de afgelopen jaren is gegaan om ‘zijn’ pulsvissers te helpen. De NOS verkreeg de documenten via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. Ondanks groeiende weerstand bij andere lidstaten en natuurorganisaties tegen deze ‘elektrische’ vorm van visserij, wist Nederland steeds meer vergunningen goedgekeurd te krijgen door de Commissie – en daarbij werd misleid en verzwegen of het een lieve lust was. Hoge ambtenaren hadden hun ondergeschikten opdracht gegeven „maximaal creatief” te zijn.

Zo verdubbelde Nederland in 2011 nagenoeg zijn hele pulsvisvloot (van 22 naar 42 schepen), nadat toenmalig staatssecretaris Henk Bleker (CDA, Landbouw) toestemming van Brussel had gekregen om ‘wetenschappelijk onderzoek’ te doen met twintig boten. Brussel ging er daarbij vanuit dat dit met de bestaande boten zou worden gedaan, maar Bleker gaf twintig nieuwe boten een vergunning. Ambtenaren wisten dat dit niet in de haak was – een van hen zei zelfs dat dit „contra legem” was – maar dat was verder geen probleem. De ambtenaren hadden opdracht gekregen dergelijke lastigheden te verzwijgen voor de Commissie.

Hetzelfde geldt voor het creatieve rekenwerk rond de eerste 22 vergunningen, schrijft de NOS. Volgens destijds geldende Europese regels mocht maximaal 5 procent van de totale vissersvloot uit pulsvisschepen bestaan. Die 22 schepen bedroegen meer dan dat, maar Nederland gebruikte 2006 als ijkjaar, toen de vissersvloot nog groter was, waardoor de som op papier kloppend leek. Later verdubbelde Nederland zijn vloot nog eens op slinkse wijze. In Brussel spande Den Haag zich in voor een verruiming van de 5 procent-regel naar 10 procent. Ambtenaren zeiden vervolgens dat de 42 schepen, inclusief de ‘wetenschappelijke’, overeenkwamen met 5 procent van de vloot. Een ambtenaar noemde de exercitie „het verdubbelen van een toch al zeer dubieus aantal”. Maar die bezwaren bereikten de Commissie nooit. „Het is van belang dat deze vragen met zo min mogelijk aandacht worden afgehandeld”, aldus een andere ambtenaar.

Uit onderzoek van NRC bleek eerder al dat Nederland de grenzen van het toelaatbare opzocht om de pulsvissers te helpen. Nu blijkt ook dat Nederland die grenzen voorbij is gegaan. Dat is extra pikant omdat Nederland zelf geregeld lidstaten de maat neemt omdat ze niet integer zouden zijn in belangrijke economische dossiers. De Commissie zelf heeft nog niet gereageerd. Tegen de NOS zei het ministerie dat „het niet goed is dat interne signalen onvoldoende zijn opgepakt.”