Na een jaar mediastilte kondigen boeren weer protestacties aan

Stikstof Een advies gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om de stikstofuitstoot in de Gelderse Vallei en het Groene Hart aan te pakken, stuit op weerstand. Boeren kondigen protest aan.

De Achterhoekse boer Jos Hoitink uit Beltrum heeft gebruikgemaakt van de saneringsregeling. Zijn vier stallen zijn inmiddels gesloopt.
De Achterhoekse boer Jos Hoitink uit Beltrum heeft gebruikgemaakt van de saneringsregeling. Zijn vier stallen zijn inmiddels gesloopt. Foto Eric Brinkhorst

Het rapport stond amper in de krant en de boeren hadden hun verzet al aangekondigd. Afgelopen vrijdag schreef De Telegraaf over een uitgelekt advies over de stikstofaanpak. „Het mes moet flink in de veehouderij in het Groene Hart en de Gelderse Vallei”, kopte de krant.

Een paar uur later kreeg Jan Willem Erisman, hoogleraar milieu en duurzaamheid aan de Universiteit Leiden samen met landschapsarchitect Berno Strootman auteur van het advies, een persbericht doorgestuurd. „Het mes in stikstofprofessoren??” stond er boven het artikel en: „Deze invloedrijke club (...) wil de Gelderse Vallei en het Groene Hart leegvegen en vullen met een grote Vinexwijk.” Was getekend: boerenprotestgroep Agractie.

Naar het Binnenhof

Na ruim een jaar relatieve mediastilte rond de boeren en de stikstofaanpak, waarin de aandacht vooral uitging naar de Covid-19-bestrijding en problemen rond de kabinetsformatie, is de boer terug van bijna weggeweest. Agractie roept op tot een protest: volgende week, op het Binnenhof – net als voor de coronacrisis.

Nederland belandde in mei 2019 in een stikstofcrisis door een uitspraak van de Raad van State. Die oordeelde dat te weinig was gedaan om de stikstofneerslag terug te dringen. De afgelopen maanden verschenen verschillende rapporten hoe deze crisis te bezweren: in maart van de hand van de topambtenaren van de Algemene Bestuursdienst, eind mei van boerenorganisatie LTO samen met bouwclubs, begin juni kwam de Sociaal-Economische Raad met een rapport, nu Erisman en Strootman, en het Planbureau voor de Leefomgeving is volgende week aan de beurt.

Maar niet alleen de aandacht voor het onderwerp groeit, de wrevel en de spanningen groeien mee.

Het advies van Erisman en Strootman kwam er op eigen initiatief, zegt Erisman telefonisch, maar is gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Vorig jaar zomer deelde Erisman het voorstel voor het onderzoeksplan met LNV, in februari was de financiering rond. „Ze waren heel enthousiast, omdat ze zelf erg zoekende zijn qua stikstokaanpak.”

Zijn onderzoek adviseert de stikstofcrisis op twee manieren aan te pakken: maatregelen voor de korte klap en ingrepen voor de langere termijn. En, benadrukt Erisman, het heeft niet per se als doel „het mes in de veehouderij” te zetten.

Winst op korte termijn

Op korte termijn moeten het kabinet en de boeren aan de bak in drie gebieden: in de Gelderse Vallei (Gelderland, dichtbij de Veluwe), het Groene Hart (het veenweidegebied in de Randstad) en op de zandgronden in Gelderland, Overijssel, Drenthe en Noord-Brabant. Op deze drie plaatsen – verantwoordelijk voor de helft van de stikstofuitstoot in de landbouw, volgens Erisman – kan „ontiegelijk grote winst” worden geboekt. Met name door boerenbedrijven uit te kopen, via kringlooplandbouw (bijvoorbeeld door minder meststoffen uit te spoelen of bij het grasmaaien rekening te houden met de vogels) of via technische ingrepen in de stallen die ervoor zorgen dat er minder giftige stoffen worden uitgestoten.

Als je in deze gebieden de uitstoot flink terugdringt, kan er de komende vijf jaren weer gebouwd worden, zegt Erisman.

Neem de Gelderse Vallei. De provincie zette een stopregeling voor kalverhouderijen uit met ruimte voor tientallen bedrijven, zegt Erisman. Maar ruim honderd boeren meldden zich aan. Wat doe je dan? „Daar moet extra geld bij. Geef die boeren de mogelijkheid om te stoppen. En zorg dat er genoeg ambtenaren zijn die de procedures om te stoppen kunnen afhandelen. Daar is nu een tekort aan.”

Hoorden we dit vaker, alle ballen op het uitkopen van boeren? Een landelijke uitstapregeling voor varkenshouders leek een doorslaand succes. Honderden varkenshouders schreven zich in, schreef LNV begin 2020 – veel meer dan verwacht. Maar het liep af met een sof, maakte het ministerie woensdag officieel bekend. Van de ruim 500 ingediende aanvragen stopten 280 varkensboeren. Gevolg: van de geschatte stikstofreductie die deze regeling zou veroorzaken, blijft slechts een derde over. Want behalve dat er minder boeren meededen, lagen hun bedrijven ook verder van de kwetsbare natuurgebieden af en stootten zij minder stikstof uit dan verwacht.

Lees ook:Nooit meer ‘van zaadje tot karbonaadje’

Er moeten verschillende maatregelen naast elkaar worden gebruikt, benadrukt Erisman. „Wij beslissen niet welke maatregelen genomen worden: als opkopen niet nodig is, hoeft het van mij niet.” Zo kan in het Groene Hart bijvoorbeeld het reduceren van de veestapel juist effectief zijn. Maar dan moet er wel geld voor worden vrijgemaakt, dat is nu vaak niet het geval. Je kunt van een boer niet vragen om van 60 naar 40 koeien te gaan en evenveel te produceren, zegt Erisman. Veehouders die de stap aandurven om met minder vee te werken, moeten, vindt hij, voldoende tijd en financiële steun krijgen om hun nieuwe businessplan op orde te krijgen.

De ruimte die in het Groene Hart vrijkomt, creëert ook vergunningsruimte om woningen te bouwen, zegt Erisman.

Geen draagvlak

Voor de lange termijn moet het beleid zich ook richten op vier andere gebieden (onder meer Nationaal park de Weerribben in Overijssel en de grenszone tussen Noord-Brabant en Limburg ) waar naast stikstofreductie andere grote problemen op de loer liggen. Van bodemdaling en droogte tot slechte grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. In deze gebieden moet de overheid de komende twintig jaar fors investeren, zegt Erisman, óók voor de boer. „Boeren hebben recht op duidelijkheid voor de lange termijn.”

Boerenorganisatie LTO schaart zich niet achter het advies van Erisman en Strootman, „omdat er geen draagvlak voor is” onder de leden. Waarom dat er niet is, legt LTO niet uit in haar online bericht. Volgens Mark van den Oever, van boerenprotestclub Farmers Defence Force is het onderzoek „de druppel die de emmer deed overlopen”. „Ze willen het landelijk gebied leeghalen tot er geen boer meer over is.”

Of de opkomst volgende week in Den Haag groot is, is nog maar de vraag. Van den Oever laat weten niet naar Den Haag te gaan en „enkele regionale acties” te organiseren. „We hebben al vaak genoeg gestaan in Den Haag. Dat haalt niks uit.” LTO houdt zich op de vlakte.