‘Mijn opa’s machteloosheid frustreert mij diep’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Leila Jordens-Cotran (71) ontdekt in haar familiegeschiedenis nog steeds nieuwe pijnlijke feiten.

Kees van de Veen

‘Ik ben Palestijnse en Libanese en Nederlandse – in die volgorde. Er is een sterke verbondenheid met alledrie maar een verschil in gevoel. In Nederland, waar ik al vijftig jaar woon, geniet ik van mijn vrijheid en de mogelijkheden om me te ontwikkelen. In Libanon ben ik opgegroeid, nog steeds wonen er veel familieleden en vrienden. Mijn Palestijnse identiteit is het meest emotioneel. Dat komt door mijn familiegeschiedenis.

„Mijn ouders verlieten in 1948 wegens oorlogsgeweld de stad Akko in het Britse Mandaat Palestina. Met het hoognodige vertrokken ze naar Libanon, van plan terug te keren als de oorlog ophield. Ik werd geboren in Tripoli, de tweede stad van Libanon. Na mijn geboorte huurden mijn ouders een huis in Beiroet. Ik ben katholiek opgevoed. Dat we Palestijns én christelijk waren was voor mensen soms verwarrend; in Libanon stonden voornamelijk de moslims aan de kant van de Palestijnen. Sinds ik filosofie kreeg op de middelbare school ben ik niet gelovig meer. Een god die zich bemoeit met de mensen vond ik ongeloofwaardig.

„Het leven in Libanon was erg prettig. Mijn familie was ruimdenkend, als meisje kon je studeren, uitgaan en dansen. Mijn vader was accountant en kon werk vinden. Maar vlakbij ons huis was een Palestijns vluchtelingenkamp. Dat vervulde je met schuldgevoel. Wij hadden een goed leven, maar ons volk leed.

„Mijn ouders konden zelf ook niet terugkeren naar hun geboorteland. Joden uit de hele wereld mochten wel naar Israël emigreren, hoewel ze er nooit gewoond hadden. Dat verschil is voor ons, voor mij, nog steeds zeer pijnlijk. Vooral omdat het Westen, met al zijn mensenrechtenverdragen, dat zomaar accepteert. Daar werd bij ons thuis heel veel over gepraat.

‘Ik was 21 toen ik naar Nederland kwam. Hans had ik ontmoet op een archeologiekamp in de Libanese bergen. We zijn getrouwd in Beiroet en zouden in Libanon blijven, maar konden geen baan vinden. We besloten voor een paar jaar naar Nederland te gaan. Als getrouwde vrouw kreeg je in 1971 bijna vanzelf de Nederlandse nationaliteit.

„We kregen twee kinderen, in Libanon brak de burgeroorlog uit. Familie zei: kom niet terug, het is te gevaarlijk. Je kon vermoord worden bij checkpoints om je Palestijnse accent, of je godsdienst zoals die blijkt uit je identiteitsbewijs. Westerlingen als mijn man werden ontvoerd. Toen de oorlog eindelijk stopte, vijftien jaar later, waren wij volledig opgenomen in het Nederlandse leven. De kinderen zaten op school, ik had Nederlands recht gestudeerd en een baan gevonden als juridisch medewerker. Later ben ik in Maastricht gepromoveerd.

‘Dat we Palestijns én christelijk waren was voor mensen soms verwarrend’

„Kort na mijn aankomst in Nederland heb ik met mijn man en vrienden het Palestina Komité in Groningen opgericht, een actiegroep die de solidariteit met de Palestijnen wil versterken. Wij gaven lezingen en verstrekten informatie. Vooral in het begin kwamen daar agressieve reacties op. Stenen door de ruit, nachtelijke telefoontjes waarin we werden uitgemaakt voor antisemiet. Het activisme heb ik later losgelaten, maar de actuele ontwikkelingen volg ik nog steeds bijna dwangmatig. Er verschijnen steeds nieuwe studies over het Midden-Oosten en ik heb het gevoel dat ik niets mag missen.

„Soms wordt het weer extra persoonlijk. Drie jaar geleden kwam ik erachter hoe mijn grootouders uit Akko verdreven zijn. Zij woonden ook in Beiroet, maar daar spraken ze weinig over. Een nichtje ontdekte mappen vol correspondentie tussen mijn opa en de Israëlische autoriteiten. In heel net Engels – hij was arts en had zijn studie afgerond in Baltimore – schreef mijn opa over zijn landerijen buiten de stad, waar hij citrusfruit verbouwde en tabak, bananen, granaatappels. Hij wilde de grond blijven bewateren, maar had een vergunning nodig van de Israëlische militaire gouverneur om de stad uit te mogen. Daar heeft hij ontzettend vaak om gevraagd, blijkt uit zijn brieven. Het mocht niet baten. In een Israëlische noodverordening stond: als je je land een jaar niet verzorgt geld je als absentee (afwezige), dan wordt er beslag op gelegd. Rond 1950 hoorde mijn opa dat zijn landerijen in brand waren gestoken. Een jaar later is hij ook vertrokken.

„Het was nieuw voor mij dat mijn opa via zulke treiterijen was onteigend. Wat ik had gelezen over de etnische zuivering van Palestina werd ineens tastbaar. Zijn totale machteloosheid frustreert mij diep.

‘Als ik na een reis weer in Nederland aankom voel ik me gelukkig. Toch voel ik me in Libanon nog altijd meer thuis. Libanezen begrijpen precies wat er gaande is in Israël en met de Palestijnen. In Nederland blijven veel mensen de kant van Israël kiezen, hoewel ook zij weten, of kunnen weten, wat er gebeurd is en nog steeds gebeurt.

„Er wordt zoveel gepraat over gelijkheid, mensenrechten, het verbod op discriminatie en racisme. Maar zodra het om de Palestijnen gaat gelden hier andere maatstaven. Die dubbele moraal vind ik zeer teleurstellend.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl