Er zijn nog zoveel plekken te ontdekken in Nederland

Onontdekt dichtbij Redacteuren en medewerkers van NRC delen hun favoriete plekken die een omweg of een tripje waard zijn , in een straal van grofweg vier uur reizen vanaf Utrecht.
Foto ANP/Getty Images/bewerking NRC

Wat gaan we doen deze zomer? De Deltavariant, het gedoe met testen, checkapps en reisadviezen die met de dag lijken te veranderen – toch nog maar een beetje in de buurt blijven dan? De grootste ontdekking van het afgelopen jaar was toch vooral dat er in eigen land nog zoveel te ontdekken valt. Hoewel je in een land ter grootte van een krant nooit meer ergens de eerste zal zijn, hooguit heel even de enige.

We vroegen redacteuren en medewerkers van NRC naar hun favoriete plekken, in een straal van grofweg vier uur reizen vanaf Utrecht. Plekken die een omweg of een tripje waard zijn en waarvoor je niet vier weken van tevoren online hoeft te reserveren. Hier zijn ze dan, van Warffum tot Luik, van brutalistisch beton tot een kerk van bomen.

Maar niet piepen als iemand anders per ongeluk toch op hetzelfde idee kwam. Om in lijn te blijven met het pleidooi voor massatoerisme van Arjen van Veelen: iedereen heeft recht op hetzelfde verborgen plekje.

Lees het pleidooi van Arjen van Veelen: Echt, de wereld gaat niet ten onder aan massatoerisme

Robuust cultuurlandschap

Het kan in één, twee, drie of acht etappes: een fiets- of wandeltocht over de Westfriese Omringdijk. De grote charme is: uitzicht – 360 graden rondkijken in oer-Nederlands weide- en waterland. De lengte van de tocht is ruim 150 kilometer, in de kop van Noord-Holland. Op de route liggen monumentale steden en stadjes als Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen en Medemblik.

Na de terpen en wierden in Groningen en Friesland begonnen hier de grote waterwerken van de middeleeuwen. Wat eerst kleine dijkjes waren, groeide uit tot een gesloten cirkel die het boerenland boven Alkmaar droog moest houden. Door mensenhanden gemaakt, robuust cultuurlandschap, sinds ruim achthonderd jaar.

Contrast van kunst en industrie

Foto Hans-Peter Merten

Het lijkt alsof roetzwarte mannen hier gisteren nog hun stoffige overalls in stalen kledingkasten achterlieten. De Hoogovens bij het stadje Völklingen in het Saarland (een kleine honderd kilometer ten zuidoosten van de stad Luxemburg) vertellen heftige verhalen over zware industrie en ongezond werk. Het contrast met moderne arbeid (overwegend achter toetsenborden) wordt bovendien nóg scherper dankzij een nieuwe functie die deze Völklinger Hütte inmiddels ook vervullen, als Kunstencentrum. Rauwe industriële geschiedenis en hedendaagse gestileerde kunsten bieden een scherp en verrassend decor aan elkaar. Hét evenement van dit jaar, de UrbanArt Biennale, is verschoven naar 2022. Wisselende foto-exposities en kunstinstallaties zijn te bezoeken na reservering.

Generaties Van de Hulst

Nieuwersluis is een dorpje aan de Vecht tussen Amsterdam en Utrecht. Ik ga er graag naar het gerestaureerde fort, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, waar je op picknickbanken taart kunt eten die is gemaakt door de immer vrolijke gastvrouw. En er zijn hangmatten. Vlak bij het fort is iedere eerste zondag van de maand het atelier van W.G. van de Hulst open, entreekosten zijn er niet. Je wordt ontvangen door de derde generatie W.G. van de Hulst, een voormalig fotograaf van Oor en de Volkskrant, die je rondleidt langs het geëxposeerde werk van zijn vader en zichzelf. Wie het vriendelijk vraagt, mag een blik werpen op de tekeningen van de eerste generatie, de W.G. van de Hulst van de kinderboekjes.

Dartele bosvarkens

Heel graag ga ik naar de bosvarkens op het terrein van landgoed Zuylestein in Leersum óf in de bossen achter gevangenis Esserheem in het Drentse Veenhuizen, waar hotel Bitter & Zoet een stuk bos voor de eigen wolvarkens heeft afgebakend. Beide plekken zijn goed bereikbaar, je bent er als het ware gratis in een dierentuin. De aard van varkens is veel darteler en ondernemender dan ik wist. Ze zitten elkaar achterna, sjezen slippend door de bocht en halen andere grappige toeren uit. De eigenaren van beide groepen varkens verzorgen de dieren met aandacht. Af en toe laten ze een dier slachten en verkopen dan zelf het vlees.

Eiland bij Den Dolder

De Willem Arntzs Hoeve ligt naast station Den Dolder, naast de provinciale weg, tussen Den Dolder en het bos. Ik vind het altijd leuk om te zeggen dat ik er nog een paar maanden heb gezeten om mensen te zien schrikken. Ik was niet gehospitaliseerd, maar zat als artist in residence in Het Vijfde Seizoen. Dat is alweer tien jaar geleden, maar ik rij er nog wel eens naar toe om die tijd te herbeleven – en een beetje over het terrein te dwalen. Het hangt min of meer los van de wereld, het is een soort eiland in de tijd, zonder dat je er precies je vinger erop kunt leggen waarom. Een deel van de verklaring is dat het ooit is opgezet als een plek waar honderden mensen kunnen wonen en werken, maar je ziet er bijna niemand, omdat de geestelijke gezondheidszorg zo veranderd is. Het hele terrein is in de nadagen van een inrichting oude stijl, en wacht op een nieuwe fase: woonhuizen, herbestemming, et cetera. Het is alleen nog niet zo ver.

Een onnatuurlijke leegte

Het mooiste van Park Soesterberg is de wezensvreemde leegte, en dat komt omdat het zo lang verboden gebied is geweest – de randstad eromheen is gewoon doorgegaan met druk worden, maar in de tijd dat het een Amerikaanse vliegbasis was, kon er geen burger in. Nu wel. In dit geval is het een onnatuurlijke leegte – het is een park waar overal nog de vliegbasis doorheen schijnt, en dat maakt het onweerstaanbaar. Het is tussengebied, waar de komende jaren van alles gebouwd en aangeharkt zal worden. Maar nu nog niet. Nu zijn er overal plakken asfalt, hangars, een kerosineheuvel, bunkers en andere vreemde bouwwerken met rare aansluitingen en bordjes erop: een verlaten basis, waar steeds meer natuur door het asfalt begint te breken. Onweerstaanbaar.

Zitmonument

Als je in Nieuwendijk rechts langs het haventje loopt, kom je via een schelpenpad bij Het Harlingvliet (ook bekend als ‘Het Vuile Gat’, omdat de stroming vroeger zo verraderlijk was). Er is een monument geplaatst voor wethouder C. Molendijk, in de vorm van een lange, granieten bank. Het uitzicht over de rivier, met natuureiland Tiengemeten in de verte, is fenomenaal. Er broeden allerlei vogelsoorten en er is geen verkeer te horen. Alleen maar natuur. Stilte. Rust.

Klapekstervalleitje

Foto Ton Poortvliet/Hollandse Hoogte

Het valleitje aan de noordelijke rand van de Kobbeduinen op Schiermonnikoog is omzoomd met lage duin – op één plaats onderbroken door een meertje. In het valleitje is het vaak nat. Aanvankelijk was het moeilijk toegankelijk door dichte duindoorngroei. Sinds er jonge koeien op de Schierse kwelders grazen (alweer heel wat jaren) zijn er koeienpaadjes. Toen we het valleitje lang geleden ontdekten, zat er een klapekster in een boompje. Een jaar later zat er weer een klapekster. Sindsdien noemen we het het klapekstervalleitje, maar een klapekster hebben we er nooit meer gezien. Wel veel andere vogels. Vinken, gorzen, kiekendieven, buizerds en ruigpootbuizerds, boomvalken, ganzen, eenden – er trekt van alles langs. In het broedseizoen mag je er niet komen. Ga er zitten (neem een isolatiematje mee) en kijk of er iets gebeurt. Meestal is het miniem. De nieuwste ontwikkeling was dat het goudknopje er groeit – een van oorsprong Zuid-Afrikaans zoutminnend plantje.

Afslag van het Pieterpad

Weinig paden zo platgetreden als het Pieterpad. Toch hoef je soms maar één afslag te nemen om de mierenstroom tussen Pieterburen en de Pietersberg achter je te laten. Junne, een buurtschap in de bocht van de Overijsselse Vecht, is zo’n afslag waard. Het landgoed en het terras Junners rond de boerderij zijn een ideale tussenstop tijdens een wandeling door het monumentale natuurgebied bij Ommen, waar bos en hooilanden elkaar afwisselen en je met een beetje geluk de rode wouw ziet vliegen.

Echt vergeten veldslag

De Slag om de Schelde, waarbij tezamen circa 13.000 geallieerde militairen werden uitgeschakeld, wordt wel de ‘vergeten veldslag’ genoemd. Gelukkig is daar nu de film om ons eraan te herinneren dat er meer was dan het Ardennenoffensief en de Slag om Arnhem. Een veel grotere veldslag die nog steeds vergeten wordt, is de Slag om het Hürtgenwald, een bos nabij Aken, waar in 1944 meer dan 56.000 Amerikanen door de Duitsers werden uitgeschakeld (13.000 gedood, de rest gewond, vermist of krijgsgevangene gemaakt).

De Slag om het Hürtgenwald wordt door bijna niemand herdacht. Er komen ieder jaar wat militaire historici kijken naar de resten van de langste veldslag die in de Tweede Wereldoorlog is uitgevochten: van 19 september tot 16 december 1944. Ook zijn er wat individuele groepjes Amerikanen die hun gesneuvelde maten komen herdenken. En er is een klein Duits museumpje dat grotendeels gaat over de wederopbouw van de dorpen die tijdens de veldslag zijn verdwenen.

Wie zou deze veldslag willen herdenken? De Duitsers hebben er geen behoefte aan. Ze hielden stand ten koste van 28.000 uitgeschakelde militairen, maar ze verloren de oorlog. En de Amerikanen hebben er al helemaal geen behoefte aan: ze beschouwen het Hürtgenwald als een nederlaag van de eerste orde.

Waaraan was deze nederlaag te wijten? Het geallieerde luchtoverwicht bleek niet te helpen – de Duitse bunkers lagen goed verscholen in de bossen. De Amerikaanse Sherman-tanks liepen vast in de dicht beboste heuvels. En ten slotte: de Duitse granaten ontploften in de boomkruinen, een regen van hout- en granaatsplinters veroorzakend. Het duurde lang voordat de Amerikanen begrepen dat je niet moest gaan liggen maar staan om te overleven.

Over water lopen

Kunsttip: de pier die Paul de Kort in 2016 bouwde in het Zwarte Meer. Het kaarsrechte wandelpad ernaartoe, tussen twee perfect geploegde akkers door, is een kilometer lang. Bij iedere stap stijgt je verwachting, de spanning bouwt zich op. Een hoge dijk verhult tot het laatste moment het uitzicht. En dan, na de laatste klim, is er die prachtige beloning: een smalle pier die richting de horizon reikt, omhelsd door niets dan lucht, wolken, water en het oorverdovende gekwetter van vogels.

Groene Kathedraal

Een klassieker onder de landschapswerken in de Flevopolder is De Groene Kathedraal van Marinus Boezem bij Almere, een prachtige gotische kerk gemaakt van bomen. Van een afstandje is het nauwelijks als kunstwerk herkenbaar – een clubje bomen op een grasveld. Maar als je dichterbij komt en op de verhoging klimt waarop de kathedraal is ontsproten, dan ontvouwt zich de plattegrond van een driebeukige kerk. De bomen vormen de zuilen waarop het denkbeeldige dak rust, de betonnen paden spiegelen de kruisribben van het imaginaire gewelf. Als je toch in de buurt bent: een recente aanvulling aan de collectie land art in de Flevopolder is Riff, PD#18245 van Bob Gramsma, in Biddinghuizen. Als je het vanuit de lucht bekijkt, is het net een wolkvormige landingsplek voor ufo’s.

Het Wilde Westen

Voor de mooiste safari te paard kun je natuurlijk vele uren vliegen naar Zuid-Afrika of Botswana. Maar ook dichter bij huis kun je wild spotten vanaf een paardenrug. In Nationaal Park Zuid-Kennemerland, bij Bloemendaal, liggen kilometers nauwelijks bereden ruiterpaden die door heuvelachtig terrein leiden, langs meertjes en zandverstuivingen, door dennenlanen en sprookjesbossen. In deze tijd van het jaar staat de meidoorn nog prachtig in bloei en is het gekwetter van de vogels oorverdovend. Vaak struikel je er over de herten en Schotse hooglanders, die graag languit op de zandpaden liggen, maar meestal goedmoedig opzijstappen zodra ze een paard zien aankomen. Ook graast er een kudde Konikpaarden in het gebied, waar je als soortgenoten gerust vlak langs kunt rijden. Laatst zag ik het silhouet van een eenzame hengst die aan de overkant van een vennetje op een duintop stond. Het voelde meteen een beetje als het Wilde Westen.

Het spannendst is misschien wel de kudde schapen die je soms tegenkomt. Als die met zijn tientallen een heuvel over draven en als een witte golf op je afkomen, kiest zelfs het allerbraafste paard wel eens het hazenpad. Gelukkig is het hele natuurgebied omheind, dus mocht je vallen: je paard zal je altijd weer snel terugvinden.

Een rondje stappen vanaf de parkeerplaats bij het bezoekerscentrum vergt een kleine drie uur. Tip: rijd tegen de klok in, dan heb je de horizonvervuilende schoorstenen van Tata Steel altijd achter je liggen en kun je je echt op de Afrikaanse savanne wanen.

Hotel op palen

Foto Wim Oskam/Hollandse Hoogte

Bij een hotel gaat het niet altijd om de sterren of om de luxe. Logeren hoeft niet altijd in een charmant kasteeltje of een designerkamer met een regendouche. Soms wil je vooral op een bijzondere plek wakker worden. In het Eemshotel in Delfzijl bijvoorbeeld. Dat staat, op betonnen palen, op de plek waar de Dollard uitmondt in de Waddenzee en lijkt op een olieplatform. Maar dan met ramen aan alle kanten. Zodat je ziet hoe eb en vloed elkaar ontmoeten, hoe de meeuwen elkaar toeschreeuwen en de zon opkomt. Zelfs zeemist en lichtjes op de Duitse windmolens krijgen iets magisch.

Vijfhonderd zotte meters

De Vlamingen zelf noemen de brede straat tussen de Zwarte en Rode Berg in het Vlaamse Heuvelland „vijfhonderd zotte meters” en een „fameuze winkelstraat verbijsterend in zijn lelijkheid”. Beide ‘bergen’ liggen langs de Franse grens, ten zuiden van Ieper. Hoewel de Rodebergstraat met zijn frietkotten Vlaamser dan Vlaams lijkt, is er alles aan gedaan om hier een heuse Tiroler sfeer te creëren met op de top van de Zwarte Berg restaurant Tirol, een heus houten Alpenchalet met balustrade en hellend dak.

Voorts zijn er China Garden, casino Las Vegas, een bedevaartkapel à la Lourdes, het wijngoed Entre-deux-Monts en een heerlijk belastingvrije grenswinkel die de wereld aan drank en sigaretten verkoopt, maar vooral de Amer Picon. Ga je daar binnen, dan vrees je dat een douanier je in de kraag vat. Deze Frans-Vlaamse streek legde Wim Chielens in het boek Grens/Frontière 1713-2013 (2013) zo weergaloos vast, dat ik erheen moest, een keer vanuit het al even befaamde poëziedorp Watou iets verderop.

Om de Tiroler sfeer te verhogen loopt tussen beide bergen de kabelbaan Cordoba, een toeristische attractie die in 1957 werd gebouwd door Oostenrijkse Alpenspecialisten. Weg van alle drukte zweef je in deze zetellift boven de wijngaarden. Ook voor de literair geïnteresseerden is het hier onweerstaanbaar: op de Mont Noir ligt Villa Marguerite Yourcenar, genoemd naar de Franse schrijfster van het beroemde boek Het hermetisch zwart (L’Œuvre au noir, 1968). Dit alles komt samen op luttele zotte meters.

Begaanbare sculpturen

Voor wie wandelschoenen heeft en niet schrikt van kunst zonder uitleg, ligt er even buiten Düsseldorf een bijzondere ervaring te wachten: Museum Insel Hombroich. In naam een eiland, maar meer een park, aan de oever van de Erft, een zijrivier van de Rijn. Insel Hombroich (spreek uit: hombroog) is een eigenzinnig soort Gesamtkunstwerk, een samenspel van natuur, beeldende kunst en architectuur. Smalle paadjes voeren je door het hoge en lage groen, plezierig rommelig aangelegd, naar een tiental adembenemende modernistische paviljoens. Deze ‘begaanbare sculpturen’, zoals ze wel worden genoemd, zijn met hun open deuren onweerstaanbaar uitnodigend. Natuurlijk licht stroomt er royaal naar binnen, van boven, van opzij. Ook wind en afgevallen bladeren hebben vrije toegang.

De kunst die binnen is tentoongesteld krijgt alle ruimte. Maar naambordjes, of tekstborden, ontbreken. Je wordt hier, net als buiten, op je eigen zintuigen teruggeworpen. Kijk maar wat je ziet en wat je er zelf van vindt. Dat was de gedachte van verzamelaar Karl-Heinrich Müller (1936-2007), die dit museumpark in de jaren tachtig van de vorige eeuw liet aanleggen en er zijn verzameling onderbracht.

Brancusi, Calder, Cézanne, Chillida, Giacometti, Matisse, Picabia, Rembrandt, Rietveld, Bart van der Leck en veel meer. Niet chronologisch of thematisch geordend, maar vrolijk door elkaar. En daar tussen ook objecten uit andere werelddelen, tijden en culturen: een Boeddhabeeld uit Azië, een ceremoniële houten trommel uit Afrika. Een mooie, wilde tuin der kunsten.

Slapen in een zandtrechter

De meeste mensen gaan vanaf Harlingen per veerboot naar Vlieland of Terschelling: doodzonde om de stad links te laten liggen. Harlingen is een oude, ruwe diamant, waar visserij en scheepvaart zichtbaar de hoofdrol spelen. De mare gaat dat door de armoe de oude binnenstad niet is opgeofferd aan projectontwikkelaars en om die reden zo fraai is. Offroad is de buurt achter het spoor: de dokken aan de Willemskade. Daar wordt het expeditieschip de Willem Barentsz gereconstrueerd, kun je logeren in een voormalige zandtrechter en vers bier drinken en van havengezichten genieten bij het proeflokaal van brouwerij het Brouwdok.

Industriële idylle

Foto ANP/Irvin van Hemert

Een akker, een bos, een beek, een kerk, een textielfabriek. Aan de zuidrand van het Brabantse Goirle ligt een cultuurlandschap vol industriële idylle. In de tijd van textielfabrikanten was het er lang niet zo stil en schoon als nu. Maar de schoorstenen van baksteen zijn tot monumenten verworden en de ooit vervuilde Nieuwe Leij (in dialect: Lààj) klatert gemoedelijk door het groen. Parkeer je auto achter de fabriek van Van Puijenbroek en maak een wandeling over landgoed Gorp en Roovert, langs het Bankven, misschien wel naar Hilvarenbeek. Niet vergeten onderweg wat bramen te plukken.

De heks van Almen

Theatermaker en actrice Manja Bedner bestierde lange tijd het kleinste theater van Amsterdam, vanuit haar eigen souterrain. Na haar verhuizing naar de Achterhoek miste ze haar theatertje en besloot ze een nieuw ‘kamertheater’ te bouwen in een schuur op haar eigen erf.

Ze tekent verhalen op uit de streek en maakt daar modern theater van, zoals de dit jaar wegens succes verlengde voorstelling De Heks van Almen. Vanwege corona kon ze niet in haar kleine theater terecht, maar – des te mooier – op het dorpsplein. Precies de plek waar ooit de eerste heksenverbranding van Nederland plaatsvond, wat de voorstelling veel meer gewicht geeft.

Blijf eten en/of logeren in Almen, bijvoorbeeld in landhotel de Hoofdige Boer, voor een avond vol moderne reflecties op het feminisme aan de hand van een oud streekverhaal.

Melk tappen

Boerderij Huis in ’t Veld, op de rand van het Sallandse Lettele, is zo’n boerderij die al vele eeuwen van vader op zoon is overgegaan. Die lijn der generaties dreigde na elf generaties doorbroken te worden, toen de jongste telg Rick in Utrecht ging studeren en daar op de kunstacademie ook nog eens verliefd werd op een studente, Arjuna. Maar de boerderij riep toch en het stel heeft de boerderij intussen tot biologisch boerenbedrijf getransformeerd. Daar hoort ook een melkbrouwerij bij, waar je fietsend door het coulissenlandschap heerlijke verse melk voor jezelf kunt tappen.

Mininatuur

Midden in de Rotterdamse binnenstad, tussen het treinspoor en de Essenburgsingel, ligt het minuscule natuurgebiedje Essenburgpark. Het park wordt beheerd door wijkbewoners en dat merk je aan alles: het is er brandschoon, op de modderige paden liggen stukken hout tegen natte voeten en op de meest idyllische plekken duiken picknicktafels op. Na een regenachtige meimaand lijkt het er misschien wat ontploft, maar stiekem is juist dat zo bijzonder: tuinplanten, stadsbomen, haagstruiken, bamboe en appelbomen als erfenis van de volkstuintjes groeien er dwars door elkaar. Eigen bewoners heeft het park ook: ’s nachts wordt er een vos gespot en inmiddels is er zelfs een buizerd neergestreken. Ga er in je eentje zitten, met een hoop vrienden, gewoonweg lopen over de oude spoordijk of, als je durft, over een van de gammele loopbruggetjes – alsof de stad even mijlenver weg is.

Gravelpad naar de stilte

Onderweg op de mountainbike naar de singletrackparcoursen bij het pittoreske bosdorpje Lage Vuursche doorkruis ik altijd het maagdelijk witte en autoloze gravelpad tussen Tienhoven en Egelshoek. Daar, tussen de Breukeleveense (‘Stille’) Plas en de Tienhovense plassen, waan je jezelf voor even ver weg van de bewoonde wereld. Een bijzonder stukje ongerepte natuur waar ontelbaar veel weide- en moerasvogels broeden en rondvliegen. Op z’n mooist tijdens het gouden uurtje net na zonsopgang, waarbij ik vaak moet denken aan ons bezoek aan het imponerende natuurreservaat Maasai Mara in Kenia, waar de vogels overigens wel een behoorlijk stuk groter waren.

Een eeuw geleden

Foto ANP/Anjo de Haan

Geen dorp is onaangetast door de tijd, ook het Noord-Groningse Warffum niet. Tussen charmante oude huizen staan tamelijk zielloze nieuwe, tegenover een deftig pand houdt een verwaarloosde garage zich overeind. Toch is er een stukje Warffum waar je ineens weer in een gaaf oud dorpje bent, landelijk is het er, er staat een molen, er is een boomgaardje, in de huisjes heerst nog de sfeer van ruim een eeuw geleden. De sfeer van piepkleine huisjes waar mensen met veel kinderen moesten wonen, de sfeer van een arts met angstaanjagende instrumenten, of van een schooltje met één lokaal. Het openluchtmuseum Het Hoogeland is zo goeiig en klein, twintig gebouwtjes, weilandrust rondom. Heerlijk.

Zendstation en zandverstuiving

Kootwijk het dorp, niet ver van Apeldoorn, mag, behalve de eigen, geen naam hebben. Maar de omgeving is werkelijk waar prachtig, een hoogtepunt op de Gelderse Veluwe. Ga er wandelen over de hei en bezoek Radio Kootwijk met het iconische monumentale zendstation dat boven de natuurpracht uittorent en schreeuwt om raves die een weekend of langer duren. En wat te denken van Kootwijkerzand, de grootste zandverstuiving van West-Europa, met een uitkijktoren om dit onwerkelijke stukje Nederland goed te overzien. Niet overslaan als je richting de Veluwe trekt.

Tunnel op zee

Waarschuwing: dit is geen spirituele oproep (maar ook weer wel). Mijn geheime plek is vlakbij (maar soms ook onbereikbaar ver). Die ultieme bestemming is overal (maar ook weer nergens). En wie die betoverende spot na lang zoeken eindelijk heeft gevonden wil nooit meer iets anders. Ik heb het natuurlijk over: De Tunnel.

Bent u er nog?

Nogmaals: hier spreekt geen doorgedraaide dansleraar of andere geestelijke goeroe, maar een waterrat die preekt dat het paradijs dichterbij is dan je denkt – en voor iedereen bereikbaar. Om in De Tunnel terecht te komen hoef je niet te bidden of mediteren, maar hooguit te kunnen zwemmen, al zou ik een surfplank (of desnoods bodyboard) willen aanraden.

De Tunnel (in slecht Nederlands ook wel ‘barrel’ geheten) is namelijk het magische moment waarop de zee zich om je heen vouwt en je op volle snelheid door een buis van water suist, die je uiteindelijk (als alles goed gaat) ook weer laat gaan en uitspuugt als herboren mens.

En echt, die perfecte cilindervormige golven die iedereen kent van tropische walhalla’s als Hawaii en Zuid-Afrika zijn vaker in onze eigen Noordzee te vinden dan je zou verwachten. Je moet er alleen wél wat voor doen: dagelijks de deining, windrichting en barometer in de gaten houden. Als alle omstandigheden perfect samenwerken is De Tunnel opeens overal, van Cadzand tot Callantsoog (zoek op Instagram naar ‘Rekkab’ en gij zult vinden).

Laatste waarschuwing: het uur U duurt maar even, dus je moet er meteen bij zijn. Surfers zeggen: gaan als ze er staan. Dus ga, en word gelukkig.

Het bos roept

Om te kamperen, maar ook een fijne plek om een dag naar toe te gaan: Camping Het Bos Roept in Slootdorp. De vele vaste gasten zorgen voor een goede sfeer en in het prachtige bos wil je uren verdwalen. In het gras bij de camping staat een sympathieke, knalrode cateringbus met heerlijke, plantaardige gerechten en een terrasje ervoor. Niet de voordehandliggende vegan gerechten, juist niet. Gerechten waarbij je het vlees totaal niet mist.

Brutalistisch subliem

Brutalisme is in, ook in Nederland. Toen de grote hoekige of juist sculpturale gebouwen van béton brut en grindbeton uit de jaren 1960-1980 nog niet zo oud waren, riepen ze vooral hoon, spot en haat op. Maar nu ze steeds vaker worden gesloopt, blijken steeds meer mensen gevoelig voor hun sublieme, huiveringwekkende schoonheid.

De subliemste plek in Nederland ligt tussen het Rembrandtpark en de ringweg A10 in Amsterdam. Hier staat nog altijd het door Piet Zanstra (1905-2003) ontworpen Rembrandtparkgebouw, een toren van 19 verdiepingen en een immense, platte betondoos, nog altijd brutalistisch subliem te wezen. Met huiveringwekkend harde hand regeert hier werkelijk overal het grindbeton. Niet alleen zijn de toren en de laagbouw bekleed met panelen van grindbeton, maar ook het plein tussen de twee bouwdelen en de omheiningen.

Land van maakbaarheid

Foto Corné Sparidaens

In het algemeen roept de Maasvlakte, aangelegd in twee delen in de Noordzee in de jaren 1965-2015, minder gevoelens van trots op dan oude polders als de Beemster die op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat. En zeker nu kolencentrales, olieraffinaderijen, opslagtanks, containerterminals en kolossale distributiecentra steeds meer worden gezien als de foeilelijke uitingen van een op hol geslagen globale economie die de klimaatverandering veroorzaakt, wordt het moeilijker om de lof te zingen op de Maasvlakte. Toch is de Maasvlakte, waar alle energiecentrales, fabrieken en andere bouwwerken een megamachine vormen, het indrukwekkendste landschap in Nederland, het land van de maakbaarheid bij uitstek.

Berlijn-achtige ruwe bolster

Het is geen plek waar je per ongeluk even langs fietst, maar dat draagt eigenlijk alleen maar bij aan het verborgenpareleffect van het Rotterdamse Weelde. Verstopt diep in het halfverlaten en roestige Vierhavengebied, ligt hier het grootste terras van de stad. Het is een soort combinatie van stadsstrand, hipsterfestival en Berlijn-achtige ruwe bolster – precies waar we zin in hebben na maanden van kille lockdowns.

Symbool voor alles

Twee jaar geleden, voelt als twintig jaar geleden, liep ik met mijn geliefde over een loopbruggetje tussen twee tientallen meters hoge rotszuilen van zandsteen die er van beneden nog uitzagen alsof ze elk moment in elkaar konden donderen. De Externsteine in het Teutoburgerwoud. Ik wist van niks, we waren vrienden achterna gereisd die op de kaart een recht lijnstuk naar het oosten hadden getrokken, maar ik vond het er prachtig. Door een speciaal soort erosie, Wollsackverwitterung, lijken de rotsen op gammel opgestapelde zakken wol. Er zouden 10.000 jaar oude sporen van menselijk gebruik gevonden zijn. In een zijwand is in de middeleeuwen een reliëf van de kruisafname gebeiteld. De natuur eromheen is schitterend. Het enige lelijke eraan is dat de nazi’s de stenen in de jaren dertig claimden als oud-Germaans heiligdom. Terwijl de Externsteine natuurlijk symbool staan voor álles. Het verstrijken van de tijd op geologische en menselijke tijdschalen. Het willen beheersen, door de mens, van de rest van de natuur. Hoe mensen die ontzag voelen, behoefte krijgen aan magie en religie. En aan liefde – ik kan geen foto van die rotsen zien zonder liefde te voelen.

Het poortje bij Luik

Op vijf minuten lopen van het bruisende Place Saint Lambert in hartje Luik, een stad die de meeste mensen nog altijd met zware industrie associëren, is een arcadisch heuvellandschapje verstopt. Koeien, boomgaarden, moestuintjes, groene weiden. Heel stil, er komt niemand, want het is moeilijk te vinden: je komt er via een onopvallend, stenen poortje in de Rue Pierreuse (nummer 113). Je kunt er wandelen, mijmeren onder een fruitboom en uitkijken over het gewoel van de stad, die ver weg lijkt maar heel dichtbij is.

Het laagdrempeligste museum

Laagdrempeliger dan Oscam bestaat niet. Het museum, gevestigd in winkelcentrum Amsterdamse Poort, naast metro- en treinstation Bijlmer Arena, hééft niet eens een drempel. ’s Ochtends gaan de rolluiken omhoog, en dan kan iedereen gratis naar binnen (oké, er dient nog even te worden gereserveerd). Oscam biedt kleine, interessante tentoonstellingen, waarin het (Nederlandse) koloniale verleden en zwarte cultuur vaak een grote rol spelen, zoals nu een installatie over roofkunst, waarvoor museumsouvenirs zijn gebruikt. De aardige jonge medewerkers staan altijd open voor een gesprek, en je kunt er ook drinken en eten. Dinsdag en vrijdag is er een internationale fusionkeuken, woensdag en donderdag en zaterdag eet je er vegan Surinaams.