Opinie

De afschaffing van de slavernij is bij uitstek geschikt voor een derde nationale feestdag

Koloniaal verleden

Commentaar

De oproep van vier wethouders van de vier grote steden aan een volgend kabinet om met een nationale feestdag aandacht te schenken aan het Nederlands slavernijverleden, heeft tot hevige discussie geleid.

Sommigen vrezen dat zo’n dag zal uitmonden in een ‘schulddag’ en tot polarisatie zal leiden. Anderen vrezen dat de herdenking van de slavernij gekaapt wordt als er te veel nadruk komt te liggen op de afschaffing ervan in plaats van de onderdrukking, of als er te veel aandacht is voor de doorwerking van het koloniale verleden op discriminatie van nu. Weer anderen menen dat er ‘genoeg’ vrije dagen zijn, dat anders íédereen een nationale feestdag gaat claimen, dat 1 juli niet de juiste datum is, dat slavenhandel in de Oost ondersneeuwt als louter de trans-Atlantische slavenhandel wordt benoemd, dat ook gekeken moet worden naar moderne slavernij.

Lees ook: Hoe reëel is een nationale feestdag?

Dat debat, of de vrees ervoor, moet een herdenking en viering van de afschaffing van slavernij niet in de weg staan. Hoeft een nationale herdenking en viering ook niet in de weg te staan. Zie de jaarlijks terugkerende discussie rondom 4 en 5 mei over wie er herdacht wordt, wie er mogen spreken, en over de manier waarop het verleden aan het heden wordt gekoppeld. Juist zo’n levendig – en ja soms hevig – debat draagt bij aan de kennis over een gedeelde geschiedenis.

Zoals de verhalen over de Tweede Wereldoorlog in de loop der jaren nog altijd bijdragen aan het bewustzijn over wat er ruim tachtig jaar geleden is gebeurd, kunnen de verhalen over de koloniale geschiedenis, als deze in alle openheid besproken wordt, ook onderdeel worden van een collectief geheugen. De datum is dan een haakje waaraan de kennisoverdracht wordt opgehangen.

Zie de talloze gesprekstafels, ontbijten of toneelstukken die er deze donderdag op Keti Koti (de Surinaamse feestdag ter viering van de afschaffing van de slavernij) al plaatsvinden. Zie hoe in steeds meer gemeenten de nog tastbare sporen van het slavernijverleden zichtbaar worden gemaakt door middel van wandelingen of plaquettes. Dergelijke initiatieven, vaak van onderop, deels geïnspireerd door de Black Lives Matter-beweging, bloeien overal op.

Lees ook: Slavenhandel was niet alleen een zaak van Amsterdam

Ze laten zien dat slavenhandel niet alleen een zaak was van Amsterdam of Rotterdam – het héle land was erbij betrokken. En in het héle land raakt een huidige generatie daarvan ook doordrongen. Die erkenning is misschien wel de belangrijkste reden om te herdenken en vieren dat in 1863 de slavernij werd afgeschaft (overigens was Nederland een van de laatste Europese mogendheden die dat deden). Het is ook erkenning van een blijvende verbondenheid met Suriname, de Antillen en Indonesië.

Dát die afschaffing herdacht en gevierd moet worden, staat gelukkig bij weinigen ter discussie. Nu nog een datum en een grove invulling. Juist daarbij is daadkracht van het kabinet gewenst, en gezien de ontwikkelingen op lokaal niveau is het terecht dat de vier grote steden naar het Binnenhof kijken bij hun roep om vanaf jubileumjaar 2023 een nationale feestdag te houden.

In Nederland zijn er daarvan, naast algemeen erkende feestdagen als Kerst en Pasen, twee: Koningsdag en Bevrijdingsdag. Twee dagen waarop de samenleving centraal staat en waarop de verbondenheid van Nederlanders wordt gevierd. De afschaffing van de slavernij is daarom bij uitstek geschikt voor een derde nationale feestdag.