Opinie

Het CDA moet Pieter Omtzigt serieus nemen om te overleven

Partijpolitiek Het CDA is bezig te imploderen, zien en . Als de partij zich opnieuw uitvindt als beschermer van de gewone burgers komt het misschien nog goed.
Het CDA bevindt zich al jaren in een neerwaartse spiraal, betogen Jan Schinkelshoek en Gerrit Voerman.
Het CDA bevindt zich al jaren in een neerwaartse spiraal, betogen Jan Schinkelshoek en Gerrit Voerman. Foto Karoly Effenberger

Het is meer dan rogge die er schraal bij staat. Het CDA lijkt getroffen door wat een voormalige partijcoryfee als Jan de Koning, opgevoed met de Bijbel, vermoedelijk ‘de tien plagen van Egypte’ zou hebben genoemd.

De partij is maar nauwelijks bekomen van de commerciële activiteiten van het jonge partijlid Sywert van Lienden, of Pieter Omtzigt, het stemmenkanon uit Twente, trekt de deur achter zich dicht. Met zo’n ferme zwaai dat men zich begint af te vragen hoe het eigenlijk met de partijcultuur zit. Hoe gaan christen-democraten met elkaar om? Zijn de financiën wel netjes geregeld? Kun je er ook invloed kopen? Tussen alle perikelen door zegt ook een van de CDA-aartsvaders, Dries van Agt, z’n partijlidmaatschap op.

Het CDA, eens de dominante bestuurspartij in het centrum van de vaderlandse politiek, is bezig te imploderen. Na de teleurstellende verkiezingsuitslag van 17 maart gaat het hard bergafwaarts. De partij maakt een stuurloze indruk, speelbal van middelpuntvliedende krachten: de partijvoorzitter is een interimmer, de partijleider wil maar geen indruk maken en de tweede populaire man stapt op. Bovendien vormt zich een fikse interne oppositie en een ‘verantwoordingscongres’ werpt de schaduwen dreigend vooruit.

De christen-democratische misère is meer dan een samenloop van ongelukkige omstandigheden. Het CDA is al tijden bezig om zich in een uitzichtloze impasse te manoeuvreren. Deels overkomt het de partij, deels roept het die over zich af.

Natuurlijke teruggang

Het begint, onvermijdelijk, met de natuurlijke teruggang. Als gevolg van allerlei structurele ontwikkelingen – ontideologisering, secularisering, deconfessionalisering, individualisering – zijn de christen-democraten vanaf het midden van de jaren zestig stap voor stap de vanzelfsprekende achterban kwijtgeraakt. Net als bij een andere volkspartij, de PvdA, is het klassieke reservoir kleiner geworden. En wat zich nog wel christen noemt, stemt al lang niet meer automatisch op het CDA.

Die structurele trend is zelfs aanleiding geweest om in de jaren zeventig KVP, ARP en CHU om te vormen tot een gezamenlijk CDA. Door succesvolle lijsttrekkers als Lubbers (jaren tachtig) en Balkenende (jaren nul) kon die neergang tijdelijk worden gestuit.

Lees ook: Drek en tranen in het verscheurde CDA

Maar sinds tien jaar lijkt het niet meer te houden. Zeker met terugwerkende kracht lijkt 2010 een kantelpunt. Na lange, heftige en verbeten debatten nam het CDA een afslag rechts. Het ging met open ogen een vorm van samenwerking aan met de rechts-populistische, xenofobe, polariserende partij van Geert Wilders. Die beslissing heeft de christen-democratie verscheurd, een scheuring die diepe sporen heeft getrokken. Meer dan ooit werd zichtbaar dat er twee kampen waren: een christelijk-sociale en een conservatieve vleugel. Die spanning is er eigenlijk altijd al geweest. Je kunt zelfs zeggen dat het bij de christen-democratie hoorde. Maar nog nooit eerder was een kamp zo dominant.

Zonder zich veel om aan de kant geschoven minderheid te bekommeren schurkten partijleiders als Sybrand van Haersma Buma na het experiment met Wilders aan tegen de retoriek van het populisme. Het was de ‘boze, bezorgde burger’ die de maat der dingen werd. Pleidooien voor een christen-democratischer toon verdwenen binnen kortste keren in de onderste bureaula.

Het CDA, eens de dominante bestuurspartij, is bezig te imploderen

Electoraal bood die afslag niet het gewenste effect. Zelfs de beroerde uitslag van 2010 (21 zetels) bleek onbereikbaar. Drie keer op rij moest het CDA tegen afleggen tegen de VVD, de partij waarmee het soms met, soms tegen Mark Rutte de concurrentie aanging. De nederlaag van de Kamerverkiezingen van dit jaar onderstreepte de impasse waarin de christen-democratie ook onder Wopke Hoekstra was verzeild geraakt. Was het meer dan een VVD-light? Of was er vooral leegte?

Lees ook: Hij voelde zich nooit echt thuis in de CDA-fractie

In dat vacuüm kon een fenomeen als Pieter Omtzigt z’n tienduizenden stemmen trekken. Hoewel al bijna twintig jaar lid van de Tweede Kamer namens het CDA, ontpopte Omtzigt zich als verrassende buitenstaander, een self made man die zich – tegen het partijestablishment – omhoog werkt: ten bate van ‘gewone mensen’. Aanvankelijk een strijdbare eenling uit de regio, groeide hij uit tot een politicus van nationale bekendheid. Zijn bijna legendarische vasthoudendheid rond de kindertoeslagaffaire bevestigde wat hij al had laten zien na de ramp met de MH 17 en op Malta.

In het leegbloedende CDA sloeg Omtzigts optreden bij de achterban extra goed aan. Natuurlijk omdat hij als een van de weinigen binnen partij en fractie een helder, aansprekend verhaal had, het verhaal van de arme burger die vermalen dreigt te worden door bureaucratische machten.

Nieuw sociaal pact

Alleen dat al gaf hem vleugels. Dat hij er mee kon vliegen, had er ook mee te maken dat hij de goede toon binnen het CDA trof. Omtzigts pleidooi voor een nieuw sociaal pact oversteeg de bijna klassieke, tikkeltje sleets geworden tegenstelling binnen de verdeelde christen-democratie. Aan de ene kant appelleerde hij aan christelijk-sociale pleidooien voor een overheid als schild voor de zwakken, terwijl hij anderzijds voldoende kritisch deed over Europa en immigratie om de conservatieve vleugel aan te spreken. Z’n verhaal paste ook nog eens perfect bij de tijdgeest, het had precies voldoende populistische klank – tegen de elite in de bananenmonarchie die het gewone mensen moeilijk maakt – om vele voorkeurstemmen ook van buiten het CDA op te leveren.

Het CDA, de uitgewoonde christen-democratie, weet zich er geen raad mee. Het kan doorhobbelen op de weg die het tien jaar geleden is ingeslagen. Dan loop het net zo af als met Egypte na de tien plagen. Beter is dat het probeert zich te hervinden met behulp van wat Pieter Omtzigt heeft aangereikt. Dat begint ermee hem serieus te nemen.