Herinneringen aan festivals blijven je scherper bij

Kunstzomer 2021: mooie momenten De festivalzomer kan beginnen! De cultuurredactie blikt vooruit – na twee jaar wachten! – op de lange, veelzijdige festivalzomer van 2021. Met klassieke muziek, theater, beeldende kunst en popmuziek. Maar eerst halen we herinneringen op aan mooie festivalmomenten.

Illustratie Gijs Kast

Kennismakingen en ontmoetingen in brede zin, daar gaat het over. Je onderdeel voelen van iets groters. Opgetild worden door een gedeelde vervoering. Als je het zo beschouwt, maakt het eigenlijk geen verschil of je je verheugt op Lowlands, Into the Great Wide Open of Kamermuziekfestival Utrecht. Steeds gaat het om precies dat wat we met zijn allen vijftien maanden node hebben gemist: de ervaring live muziek of theater op hetzelfde moment te ondergaan, met anderen en op een bijzondere plek. En dat dan ook nog in een meerdaagse setting. Je komt, je geniet, én je mag nog een keer. Win, win, win.

Eigenlijk is elk festival zijn eigen cultuurpretpark; (meestal) zonder rijen en met alleen gelijkgestemden, of dat nou indiepop-liefhebbers zijn op Welcome to the Village, of kamermuziekliefhebbers in kerkjes. En zo groot is dan de euforie, dat zelfs modder, steentjes in je laarzen, een bloedende teen in een gescheurde slipper of de noodzaak van een telescopische plasemmer in je tent er geen afbreuk aan doen.

Is het vanwege de opwinding, de ongewoonheid en de herhaling dat je festivals beter onthoudt dan gewone voorstellingen en concerten? Hoe Judith Herzberg gedichten leest onder een boom (Wonderfeel), hoe opera werkt bij zonsopgang en hoe het voelt om met tienduizend man naar The Editors (Lowlands) te luisteren, terwijl de Hollandse stortregen op je noodponcho klettert en intussen het schema met de programmering in al die andere tenten in je zak brandt, want waar gaan we hierna naartoe… en wat missen we dan?

Festivalherinneringen blijven bij. Scherper dan gewone voorstellingen en concerten. In technicolor, vaak zelfs met geuren. Voor de één ruikt de zomer zilt en Oerol, voor de ander naar de blakerende mediterrane hitte van de Italiaanse kust en het Rossini Opera Festival, voor weer een ander naar de bottendreunende bassen en het onverslaanbare saamhorigheidsgevoel van Defqon1.

Na een goeddeels gemiste festivalzomer in 2020 en een geannuleerde voorzomer in 2021 gaan de terreinen vandaag weer open, de kerkjes weer van het slot en de festivals van start. Onze recensenten staan te springen, maar waarom precies? Wat maakt al die verschillende festivals op duinen, in openluchttheaters, polders en natuurmonumenten zo speciaal?

De cultuurredactie van NRC blikt met artikelen, interviews en tips in alle genres vooruit naar een actieve, alle zintuigen stimulerende festivalzomer. Om in de stemming te komen, vertellen onze recensenten hier alvast over het waarom van hun voorpret. Wie weet ontmoet u ze straks daar, met de tenen in het gras of de rug tegen een koele kathedraalmuur.

, plaatsvervangend chef Cultuur

‘Heerlijk met een leipe comedian in een vochtige kelderzaaltje’

Festivals breken de sleur. Na een keurig aangeharkt seizoen in goedverzorgde theaters brengen de zomerfestivals de ruigheid, het nooitgedachte en het grenzeloze terug in het bestaan van de kunstbezoeker. Dat zit in de kunst zelf, maar meer nog in de omstandigheden. Zoals op de Edinburgh Fringe, waar je leipe, compromisloze comedians ziet in vochtige kelderzaaltjes en op verstikkende zolders. Op Boulevard in Den Bosch telefoneerde ik in een kraakpand met een in plastic bijna vacuüm getrokken acteur die voor me hing, over de existentiële vraag of ik een aardige man ben of niet, en lag ik op een bed in een pop-up hotel in de immense Brabanthallen te luisteren naar verhalen. Bij Over het IJ werd ik met vier andere bezoekers in een taxi gepropt voor een wilde rit door Amsterdam-Noord en keek ik vanaf de tribune over het eindeloze water achter een feeërieke voorstelling. Van zulke festivals krijg je zin in het leven, zin in de kunst.

‘Je mee laten voeren met de kudde zonder dat je weet waarheen’

Met een grote, rood-wit gestreepte gehoorbeschermer op haar hoofd leek ze nog iets kleiner. Ik wist dat, maar ik kon het niet zien want ze zat op mijn schouders. We keken naar De Jeugd van Tegenwoordig op het Bevrijdingsfestival onder de Euromast in Rotterdam, een paar jaar terug.


De ironie van die bandnaam ontging me niet: ik droomde terug naar mijn eerste festival, ook een Bevrijdingsfestival, maar in Haarlem en ik was tien jaar ouder dan haar. Ik ontdekte er een parallelle wereld, meer nog dan een ontsnapping aan ouders en school: die bestónden gewoon even niet binnen de hekken van een festival waar een constante stroom van muziek en ervaringen stroomde en bubbelde. M’n eerste crowdsurf, m’n eerste biertje te veel (stiekem meegesmokkeld onder m’n trui), leren pogoën, shirts kopen die je niet bij de Large hoefde te bestellen, bij het invallen van het donker je als een jonge bizon in een stoffige kudde gewillig mee laten voeren zonder dat je precies weet waarheen.

Zij vond er weinig aan, De Jeugd, maar ik was even terug.

‘De hoogtepunten zijn gelukkig altijd onvoorspelbaar’

Zoals kinderen in Artis de eendjes vaak het leukst vinden, zo zijn de gratis attracties op festivals de meest memorabele. Het sinaasappelschillengevecht op Lowlands. De camera-arm op Pinkpop die boven je zwaait met een zanger erop. Een stel gekke straatmuzikanten, nergens aangekondigd maar het beste wat je die dag gezien hebt.

Een festival kan nog zo’n fantastische line-up hebben: de hoogtepunten zijn onvoorspelbaar. Met z’n allen een superfan van de band over de hoofden tillen bij het crowdsurfen is festivalgoud. Saamhorigheid, ook met stonede wappies die wél weten hoe de deejay heet die een kilometer verderop met zijn armen staat te zwaaien, is waar het allemaal om draait.

De grote vrije buitenruimte, die hebben we gemist. Tom Petty opende ooit Pinkpop. Ik stond nog in de rij bij de ingang en hoorde hem van verre. Petty’s lied ‘Into the Great Wide Open’ bestond nog niet. Maar het gevoel, van een veld vol beloftes waar popmuziek vleugels krijgt, was er.

‘Festivals zijn eilanden van mogelijkheden’

De eerste keer dat ik Houellebecqs vertaalde titel Mogelijkheid van een eiland hoorde, bedacht ik dat het een mooi synoniem zou zijn voor de onvoorspelbaarheid van een festival. Binnen de fijne cocon rondom live-optredens blijft de belevenis onvoorspelbaar. Dat zag ik tijdens North Sea Jazz, waar ingetogen jazzriedeltjes liefhebbers tot ongekende hoogtes vervoeren, of tijdens Zwarte Cross, waarbij de sfeer alles was en de muziek een belangrijke bijzaak. Ik herinnerde me de bas die de grond deed trillen tijdens het technofestival Mysteryland, en de grillige sfeer.


Ook de momenten waarop het misging zijn me bijgebleven, zoals de keer dat ik net een toiletstop maakte terwijl Prince een verrassingsoptreden gaf in Rotterdam. Hoe op het Caribische salsafestijn Antilliaanse feesten in België iedereen zijn innerlijke piraat omhelst. Na een broeierige nacht op de festivalcamping zag ik een slaperige man met een fles whisky uit het naastgelegen maisveld strompelen. Ik herinner me de minzame knik mijn kant op, voordat hij zich weer in het feestgedruis stortte. Net zoals op een eiland, valt en staat de ervaring met de energie van je medebewoners.

‘Uit alle richtingen klinkt de luide roep om Michael’

‘MICHAEEEL!” Ik heb in een klassieke concertzaal nog nooit iemand gezocht door samen met het hele publiek keihard diens naam te roepen. Stel je voor. Op een popfestival heb ik dat nog nooit niet gedaan. Op Lowlands, dat is traditie, zoek je Michael. Ik ken Michael niet. Niemand kent Michael. Toch, of je nou met tienduizenden wacht op een artiest of alleen op een frietje, om de zoveel tijd zal iemand „MICHAEL?!” roepen en direct uit alle windrichtingen hulp krijgen.

Voor de vroegere Lowlandsganger die denkt: „En Theo dan?” Het begon inderdaad met de legendarische Theo, die even uit een wachtrij zou zijn gestapt voor een plasje. Hij bleef iets te lang weg, zijn vrienden zijn gaan roepen en even later zocht het hele festival hardop naar Theo.

De oneindige zoektocht, is dat niet wat een festival heerlijk maakt? Optreden na optreden, laatste noot na laatste noot, en telkens wéten dat je zoektocht naar muziek, theater, dans, nog niet over is. Het festivalboekje valt inmiddels bijna uit elkaar, toch sla je hem weer open. Waar gaan we nu naartoe?