Reportage

Enorm slagwerkarsenaal voor marathon met ‘ijzeren muziek’ van Shalygin

Klassieke muziek Vrijdagavond klinkt in de Haagse Paleiskerk een slagwerkmarathon met muziek van Maxim Shalygin. Initiatiefnemer is slagwerker Konstantyn Napolov: „Ik wil geen dingen doen die ik al kan.”

Konstantyn Napolov en Maxim Shalygin (zwarte pet) oefenen voor ‘Maxim Shalygins Slagwerkmarathon’ in de Paleiskerk in Den Haag.
Konstantyn Napolov en Maxim Shalygin (zwarte pet) oefenen voor ‘Maxim Shalygins Slagwerkmarathon’ in de Paleiskerk in Den Haag. Foto David van Dam

Maar liefst 114 slagwerkinstrumenten staan er opgesteld in de Haagse Paleiskerk, variërend van kleine belletjes tot enorme gongs. Slagwerker Konstantyn Napolov en zijn collega’s van ensemble Shapeshift repeteren ‘Red bells of Joan Miró’ van Maxim Shalygin, met snerpend hoge crotales, aangestreken marimbatonen en een gewijde metalen groove. Het is een van de vijf stukken die ze vrijdagavond uitvoeren in een marathon met Shalygins slagwerkmuziek, georganiseerd door Classical NOW!

Shalygin en Napolov, vaste waarden in de Nederlandse muziekscene, kwamen allebei zo’n tien jaar geleden uit Oekraïne naar Den Haag en leerden elkaar kennen op het Koninklijk Conservatorium. Op een terras tegenover de Paleiskerk halen ze herinneringen op aan die tijd, hoe anders alles was in Nederland, hoe verbijsterd ze waren over de variëteit aan slagwerkinstrumenten die er bleek te bestaan. En over die keer dat ze een loodzware gong het gebouw uit sjouwden, zodat Shalygin thuis op zijn kamer kon experimenteren met klanken en technieken. „Als componist mocht ik niet op de slagwerkafdeling studeren. Dus besloot ik de gong te lenen. Na een maand of vier heb ik hem netjes teruggebracht – niemand had hem gemist”, zegt Shalygin met een grijns.

Drie maanden

Shalygins slagwerkmarathon is het startschot voor een nieuwe concertserie die Classical NOW! In Den Haag organiseert. Classical NOW! wil „de klassieke muziek bevrijden uit het keurslijf van het standaardconcert”, aldus artistiek coördinator Dimitri van der Werf. „Het concertleven is heel strikt georganiseerd en nogal voorspelbaar. In de achttiende en negentiende eeuw ging dat veel spontaner. Wij willen kunnen inspelen op de actualiteit, musici een podium bieden wanneer de inspiratie vers is. Deze marathon met werk van Maxim is drie maanden geleden bedacht. Dat is bij veel zalen ondenkbaar.” Dit jaar organiseert Classical NOW! nog minifestivals rond Sjostakovitsj en Messiaen.

Konstantyn Napolov en Maxim Shalygin waren verbijsterd toen ze de variëteit aan slagwerkinstrumenten ontdekten die er bleek te bestaan.

Foto David van Dam

„Scherp”, roept slagwerker Napolov, gevraagd Shalygins muziek te karakteriseren. „Kracht! Musique de fer!” Shalygins werken lopen zeer uiteen qua vorm en klank, maar Musique de fer, ‘ijzeren muziek’, neemt een speciale plaats in in zijn slagwerkoeuvre, vindt Napolov: „Dat stuk is echt Maxim. Net als ‘Lacrimosa’ [voor zeven strijkers, JS], hoewel dat heel anders klinkt.”

Satanisch gekrijs

Uitgesproken en compromisloos is Shalygins oeuvre in elk geval, en hij is uitgegroeid tot een van de interessantste componisten van zijn generatie. De anekdote met de geleende gong is tekenend: toen hij ‘Canti d’inizio e fine’ voor celliste Maya Fridman componeerde haalde hij een cello in huis, hij wil instrumenten kunnen aanraken, op zoek naar nieuwe klanken en nieuwe technieken. En daarbij vermijdt hij conventies – de Canti, waarin Fridman speelt en zingt maar ook satanisch krijst, zijn huiveringwekkend intens.

Shalygins nieuwste stuk beleeft vrijdag zijn wereldpremière: de solo ‘Octopus’, waarin Napolov tegelijkertijd marimba, vibrafoon en glockenspiel moet spelen. Is dat moeilijk? „Nu niet meer”, lacht Napolov. Hij heeft er tweeënhalve maand op geoefend: „Ik wil geen dingen doen die ik al kan. Ik wil uitgedaagd worden om de mogelijkheden van slagwerk te verruimen.” ‘Octopus’ is onderdeel van de Dutch Golden Collection, geïnitieerd door Napolov om ambitieus en innovatief slagwerkrepertoire te stimuleren.

Shalygins muziek mag vaak grimmig en rauw klinken, ze bezit emotionele diepgang en een zekere stuurse schoonheid. Hij is opgegroeid in een heel lelijk fabrieksstadje, vertelt Shalygin, geen man van grote woorden, maar wel van sterke beelden. Elke dag stond hij om half 6 op, keek uit het raam naar al die lelijkheid, en een halfuur later was hij in de muziekschool om bajan (een soort accordeon) te studeren. Het was een gevaarlijke buurt met veel geweld, hij raakte betrokken bij vechtpartijen. Toch had hij een gelukkige kindertijd. De lelijkheid is een herinnering aan de les die hij al vroeg leerde: je droom najagen is veel belangrijker dan luieren. Onlangs heeft hij een bevriende kunstenares gevraagd om het uitzicht uit zijn kinderraam na te schilderen, zegt Shalygin: „Zodra het schilderij af is hang ik het boven mijn piano.”

Maxim Shalygins Slagwerkmarathon, vr 2/7, 19.30u & 21.30u, Paleiskerk Den Haag. Inl.: www.classicalnow.nl