Juist de kosmopolitische, cultureel verantwoord kwaliteitstoeristen slingeren de meeste CO2 de wereld in

Trekpleisters Ja, die propvolle, dampende boulevards vol toeristen zijn foeilelijk. Maar de wereld voor jezelf willen houden, dat is verwaand, zegt .

Gondels in Venetië.
Gondels in Venetië. REUTERS / Yara Nardi

Eind negentiende eeuw was het beroemde Kurhaus in Scheveningen nog niet omsingeld door casino’s, all-you-can-eat-sushirestaurants en wolken van loungemuziek. Er waren alleen maar maagdelijke duinen en onontdekte stilte. Ik zag laatst wat oude foto’s uit die tijd en dacht: konden we maar terug.

Maar een seconde later: nee, natuurlijk wil je dat niet, want toen zou je helemaal niet naar het strand kunnen. Alleen de internationale elite kwam toen naar Scheveningen: de Europese adel, de grootindustriëlen. Het gewone volk had daarvoor geen geld en geen tijd, dat ploeterde en zwoegde een leven lang, zonder één vakantiedag. Daarom was het strand toen zelfs op zomerse dagen akelig stil.

Dus die propvolle, dampende, kilometerslange boulevard van nu is misschien foeilelijk, het is ook een groot monument voor de gigantische sprong voorwaarts die onze maatschappij heeft gemaakt: iedereen kan nu naar zee.

Lees ook ons speciale stuk: Dit zijn de onontdekte parels binnen en vlak buiten Nederland.

Toch blijven mensen mopperen op die sociale vooruitgang.

Ilja Pfeijffer bijvoorbeeld, hij betreurde laatst in NRC dat het massatoerisme alweer op gang komt in Venetië, alsof we niets geleerd hadden van de pandemie. De dagjesmensen verschenen, cruiseschepen meerden aan, de Nederlanders, godbetert, dreigden te komen. „Het lijkt wel of ik Grand Hotel Europa voor niets heb geschreven”, verzuchtte hij.

Maar wat deed hij zelf dan in die stad? Hij was in Venetië, las ik, om de Nederlandse bijdrage aan de Architectuurbiënnale te openen. Een fijnbesnaard feestje van de culturele ons-kent-ons, dus dan mag het kennelijk wel. Maar dat consumerende proletenvolk, dat moet wegblijven.

Hier leek mee te spelen wat filmmaker Spike Lee ooit het ‘Christopher Columbus-syndroom’ noemde. Het misverstand dat je een bepaalde plek kunt ontdekken en dat je de parel daarna voor jezelf mag houden. Of niet per se voor jezelf alleen, maar wel voor jouw soort mensen. Want veel kritiek op massatoerisme komt voort uit onverholen dédain voor mensen uit lagere klassen. De mensen die ‘verkeerd’ vakantie vieren.

Nu is Pfeijffer een links geörienteerde schrijver, met oog voor zulke dingen, maar dat zegt niet altijd alles. Ook iemand als PvdA-burgemeester Ahmed Aboutaleb maakte laatst bij praatprogramma Beau het onderscheid tussen goede en slechte toeristen. Hij vertelde dat Rotterdam zich richt op de toeristen die houden van architectuur, kunst en ‘internationale cuisine’, zei hij: „De kwalitatief goede toerist die geïnteresseerd is in kwaliteit.” Kwaliteit is hier uiteraard een synoniem voor de dikke portemonnee. De stad mikt tegenwoordig onomwonden op de duurdere mensen, ook in het woonbeleid trouwens, een wonderlijke inkomensapartheid.

Geld in het laatje

Intussen gaat de wereld aan snobisme ten onder. Niet aan massatoerisme: juist die massa’s brengen bijvoorbeeld geld in het laatje voor het in stand houden van Venetië, wat, laten we wel wezen, al decennia een onderhoudsgevoelig openluchtmuseum is. Wat dit museum écht bedreigt, is de zeespiegelstijging. Klimaatverandering dus. En het zijn nu juist die rijkere, hoogopgeleide, kosmopolitische, cuisineliefhebbende, cultureel verantwoord rondvliegende kwaliteitstoeristen die de meeste CO2 de wereld in slingeren.

En die vermaledijde cruiseschepen dan? Ik mag ze ook niet, maar het in één klap vervoeren van soms wel 5.000 reizigers tegelijk is wel een staaltje duizelingwekkende efficiëntie. Dat rendement zal ik nooit halen als ik met mijn oude, slurpende Saab op een privécitytripje ga.

Hulde dus aan de mensen die niet malen om authenticiteit en geheimtips, maar liever kuddegewijs clichés afstruinen.

Vakantie is een uitvinding van de vakbond, een felbevochten recht. Laat mensen toch. Wie zich stoort aan massatoerisme, stoort zich eraan dat iedereen tegenwoordig maar op vakantie mag. Die wil de wereld voor zichzelf, die heeft heimwee naar de sociale verhoudingen uit de tijd toen de adel nog in het Kurhaus danste.