Opinie

Bellingcat wijst de weg naar nieuwe vormen van politie

Overheden komen schaal en bevoegdheden tekort om internet als opsporingsmiddel te benutten. Politie-expert ziet kansen bij Bellingcat, in de Veiligheidscolumn.
Beeld uit de documentaire Bellingcat - Truth in a Post-Truth World'.
Beeld uit de documentaire Bellingcat - Truth in a Post-Truth World'.

Ik las We are Bellingcat, an intelligence agency for the people van Eliot Higgins, de oprichter van het collectief. Het is een fascinerend boek over de opkomst van de ‘open source research’ en de online journalistiek. Van onbetaalde online speurtochten van een amateur-journalist tot een mondiaal netwerk van online journalisten, AI-deskundigen, speurders en experts die ontdekken wat een snoepwinkel het net is voor creatieve en nieuwgierige mensen.

„Identify, verify, amplify”. Die drie woorden geven aan wat Bellingcat doet. Ze ontwikkelden nieuwe zoekstrategieën voor het internet. Al doende mobiliseerden ze deskundigen en geïnteresseerden die hielpen bouwen aan dit nieuwe collectief. Voorbeelden te over: bewijs over de betrokkenheid van de Syrische regering bij de gifaanval op Ghouta, de identificatie van het raketplatform vanwaar vlucht MH17 was neergeschoten en van de betrokken militairen, de identificatie van de Russische GROe-officieren die bij de vergiftiging van dubbelagent Skripal waren betrokken en de desinformatiecampagnes van overheden. Hubert Smeets besprak het boek voor NRC.

Niet te stuiten

Open source research groeit revolutionair, wereldwijd en is niet te stuiten. Bellingcats initiatief heeft inmiddels navolging gekregen onder ngo’s, binnen universiteiten, bij nieuwsmedia en bedrijven. Het collectief vent zijn methodieken zelf uit. Bellingcatleden geven workshops om anderen te scholen in hun methoden en publiceren ze op hun website. Het is een beweging geworden: het goede doen op het internet, ongebonden en integer.

In de digitale ruimte organiseren zich ook overheden. Bellingcat houdt daarvan afstand. Terecht, het heeft andere doelstellingen. Maar de normatieve uitgangspunten raken die van organisaties als Amnesty International en het Internationaal Strafhof en hier en daar ook die van de opsporing en daarmee van de politie. Bellingcat hielp de Nederlandse politie geweldig bij het MH17-onderzoek.

Je zou willen dat Bellingcat-achtige vaardigheden en de innovatiekracht een voorbeeld zouden zijn voor de bestrijding van internationaal georganiseerde criminaliteit, die nog steeds wordt onderschat. Maar ook van terrorisme, milieucriminaliteit, mensenhandel en oorlogsmisdaden. Die zouden zeer gebaat zijn bij Bellingcat-achtige benadering. Dat lukt niet via politiekorpsen. Het is mooi en zeker een compliment waard dat de politie erin slaagt om te infiltreren op het darkweb, of data van een provider van versleutelde communicatieapparatuur binnen te halen die criminele groepen gebruiken. Of door zelf als provider op te treden van beveiligde telefoonsystemen.

Aard van het internet

Er gebeurt veel. Maar toch: het schiet ernstig tekort. Dat ligt minder aan de politiemensen en hun inzet dan aan de aard van het internet. Het belangrijkste is natuurlijk dat het net zich onttrekt aan staatsgrenzen. Opsporingsbevoegdheden zijn doorgaans beperkt tot het eigen land, internationale samenwerking is ingewikkeld en traag, privacyregels vormen een beperking, internetbedrijven werken niet mee.

Een tweede probleem is dat bewijsvoorwaarden niet zijn afgestemd op de virtuele werkelijkheid, maar nog uitgaan van de werkelijkheid van voor die tijd. Het wettig en overtuigend bewijs is het bewijs van de reële wereld, nog nauwelijks dat van de virtuele wereld. Het opsporingswerk dat Bellingcat deed voor de MH17-ramp, moest voor een belangrijk deel worden overgedaan door het JIT voor het strafproces.

Een derde probleem is dat de ontwikkelingen zo snel gaan en zo mondiaal zijn dat die voor de politie niet zijn bij te houden. Zij blijft toch te traag en internationaal te gefragmenteerd. Inge Philips vertrok hierom van de politie naar het bedrijfsleven. En Peter de Kock, die als politieman met Bellingcat samenwerkte in het MH17-onderzoek en nieuwe methodieken ontwikkelde voor de opsporing, begon zijn eigen bedrijf.

Permanent tekort

In beide gevallen was mijn reactie - wat jammer, had dat niet voorkomen kunnen worden? Ik kom daarvan terug. De belangrijkste oorzaken van het opsporingstekort liggen immers niet bij de politie maar bij de eigen aard van het net. Het tekort is permanent en niet acceptabel. Er zijn andere organisatievormen en strategieën voor nodig: vormen die de beperkingen van nationale politiekorpsen, van justitiële autoriteiten en van soevereiniteit niet kennen.

Bellingcats methoden - de systematische inschakeling van collectieven van betrokken en deskundige burgers, met innovatieve AI-toepassingen, niet gebonden aan grenzen - bieden een bijna oneindige bron van te valideren informatie voor de opsporing. Daar ligt een voorbeeld voor de opsporing buiten de politie, via collectieven vermoedelijk, en een geweldig ontwikkelingsgebied voor de aanpak van internationale criminaliteit.

Experimenteel, in ieder geval voorlopig, en dus riskant, maar de moeite meer dan waard. Sterker nog, onvermijdelijk. Het is eerder vertoond. Interpol is in de jaren twintig van de vorige eeuw ontstaan als particulier initiatief tegen grensoverschrijdende vrouwenhandel. De FATF, de wereldwijde waakhond tegen witwassen, is een informele club, maar zeer effectief.

Opsporingscollectief

Wen maar vast aan het idee, het worden de informele netwerken, de collectieven die in het gat springen van de statelijke beperktheid en terughoudendheid op het internet. Voor de politie en het OM is het zaak om aan te sluiten en te bezien hoe ze kunnen bijdragen. Voor de wetgever om te zien hoe bewijsmiddelen kunnen worden afgestemd op het internet. Voor de ontwikkelaars van burgernetwerken voor de opsporing: hoe ze de relatie met statelijke actoren kan onderhouden zonder haar integriteit te verliezen. En voor de nieuwe collectieven: hoe ze infiltratie en oneigenlijke beïnvloeding kunnen voorkomen. Is er een Eliot Higgins voor een opsporingscollectief denkbaar?

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld. Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar politie en mensenrechten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.