Opinie

Waarom zijn we niet bereid om iemand die zich vrouw voelt als vrouw te zien?

Gender De deelname van een transgender sporter aan de Olympische Spelen leidt tot discussie. Vier de rijke variatie in vrouwenlichamen, schrijft .
Transgender gewichtheffer Laurel Hubbard in actie op het WK in Anaheim, California, in 2017. Foto Mike Nelson/EPA
Transgender gewichtheffer Laurel Hubbard in actie op het WK in Anaheim, California, in 2017. Foto Mike Nelson/EPA

Ook als ze geen enkele medaille in de wacht sleept, schrijft de Nieuw-Zeelandse gewichtheffer Laurel Hubbard volgende maand geschiedenis: als eerste openlijk transgender atleet treedt ze dan aan op de Olympische Spelen in Tokio. En dat is voer voor discussie.

Die begon vorige maand al, toen Hubbard zich voor de Spelen kwalificeerde, maar het nog niet zeker was of het Nieuw-Zeelandse Comité haar zou selecteren. Is dat wel eerlijk, klonk het. Hubbard zou een fysiek voordeel halen uit de lichamelijke veranderingen die tijdens haar puberteit waren opgetreden, waarin haar lichaam mannelijker werd. Zo’n ‘mannelijke’ puberteit geeft onder andere stevigere botten, meer longinhoud en meer spiermassa vergeleken met cisgender (oftewel niet-transgender) vrouwen.

Hubbards medestanders wuiven die zorgen weg door te wijzen op de strenge eisen die het Olympisch Comité in 2015 opstelde voor de deelname van transgender vrouwen, zoals het drastisch onderdrukken van de hoeveelheid testosteron in het bloed gedurende een periode van ten minste 12 maanden voor de Spelen. Dat zou de voordelen uit de puberteit grotendeels wegvagen. Als die voordelen er überhaupt wel zouden zijn: soms zou het eerder een nadeel zijn om veel testosteron aan te maken, zoals bij duursporten.

Genetisch zetje in de rug

En zo vervalt de discussie in het heen en weer gooien van deelname-eisen, bloedmetingen en wedstrijdresultaten. De werkelijke vraag zou moeten zijn: waarom mag Hubbard geen voordeel hebben van haar lichaam, zoals iedere atleet met een Olympische droom gebaat is bij een genetisch zetje in de rug?

Vanuit het kamp dat moeite heeft met Hubbards deelname in de vrouwencategorie, klinkt vaak het argument dat zij een ‘biologische man’ zou zijn. Daarmee zeggen zij in feite: Hubbard voelt zich wel vrouw, maar ze is eigenlijk een man. Dat is kenmerkend voor waar de acceptatie van transgender personen op dit moment staat: we zijn bereid iemand die zich vrouw voelt vrouw te noemen, maar niet om haar daadwerkelijk zo te zien.

Over de biologie van het menselijk lichaam is nog veel onbekend, maar zoveel is zeker: geen twee lichamen zijn hetzelfde en de strenge tweedeling man/vrouw is op zijn zachtst gezegd wankel. Met het idee dat sekse binair zou zijn, hoef je bij serieuze biologen allang niet meer aan te komen. In werkelijkheid is er sprake van een ‘bimodale verdeling’ waarin veel lichamelijke overlappen optreden: veel mannen hebben een veel vrouwelijker lichaam dan veel vrouwen, veel vrouwen een veel mannelijker lichaam dan veel mannen. De aanwezigheid van een Y-chromosoom is geen onfeilbare indicatie dat een foetus een jongetje blijkt te zijn.

Bovendien zijn er volop aanwijzingen dat ons gender (hoe we ons geslacht ervaren) genetisch is bepaald. Anders gezegd: ook of je je man, vrouw of geen van beide vóelt, is biologie. De enige accurate manier om iemands geslacht te weten is dan ook, heel eenvoudig: vraag het. Dat doet bijvoorbeeld het IOC: aan psychologen geeft Laurel Hubbard al minstens vier jaar aan een vrouw te zijn – ook een van de deelname-eisen. Erkennen dat Hubbard een vrouw is, is dus geen kwestie van beleefdheid maar van biologie.

Lees ook: Vrouw in de atletiek: de onmogelijke keuze tussen lichaam en loopbaan

Eerlijkheid in de sport

Tot slot de vraag of het ‘eerlijk’ is. Over wat eerlijk is in de sport zijn boeiende gesprekken te voeren. Is het eerlijk dat de Amerikaanse viervoudig olympische turnkampioen Simone Biles manoeuvres kan uitvoeren die haar concurrenten niet kunnen, juist omdat zij erg klein is (1,42 meter)? De voormalige Russische basketballer Jekaterina Lisina is dan weer 2,05 meter.

En is het eerlijk dat het IOC tot 2004 geen enkele transgender sporter liet meedoen in zijn/haar/hun categorie? Of dat het tot 2015 van transgender atleten eiste dat zij chirurgie ondergingen aan hun genitaliën? Eind vorig jaar bood de Nederlandse staat nog zijn excuses aan voor een dergelijke eis, die tot 2014 werd gesteld voor het aanpassen van de geslachtsaanduiding in het paspoort. Die eis was een schending van het mensenrecht op lichamelijke autonomie.

Het is goed om moeilijke discussies niet uit de weg te gaan en niet in beleefd zwijgen te vervallen als een maatschappelijk controversieel thema ter sprake komt. Maar in plaats van ons vast te bijten in de discussie of Laurel Hubbard nou wel of geen voordeel heeft van de fysieke veranderingen die tijdens haar puberteit optraden, zouden we haar lichaam en haar deelname aan de Olympische Spelen moeten vieren als een erkenning van de rijke biologische variatie in vrouwenlichamen.