Werkwijze Wob-verzoeken VWS ‘strookt niet met wet’

Drie vragen over Wob-verzoeken coronacrisis De behandeling van Wob-verzoeken door het zorgministerie moet beter en sneller, oordeelde de rechter. De vraag is of VWS zich hier iets van aantrekt.

Zicht op verschillende ministeries in het centrum van Den Haag.
Zicht op verschillende ministeries in het centrum van Den Haag. Foto Lex van Lieshout / Hollandse Hoogte

De rechter heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport maandag op de vingers getikt voor het niet naleven van de wet bij verzoeken tot openbaring van documenten over de coronacrisis. Meerdere media, ook NRC, procederen tegen het ministerie vanwege de omgang met Wob-verzoeken. Nieuwsuur boekte een zege bij de rechtbank Midden-Nederland.

1 Wat houdt de uitspraak in voor het ministerie en media?

Het gaat om een zaak die het actualiteitenprogramma al in het najaar aanspande tegen het ministerie voor het niet of niet-tijdig afhandelen van Wob-verzoeken uit de zomer van 2020. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bepaalt dat documenten die ten grondslag liggen aan besluiten in principe moeten worden gedeeld tenzij daar zwaarwegende argumenten tegen zijn. De beslistermijn is normaal gesproken vier weken, met nog vier weken uitstel.

Na de hectiek van de eerste coronagolf hervatte het ministerie in juni 2020 de behandeling van Wob-verzoeken. Gezien de veelheid van verzoeken is daarbij gekozen voor een alternatieve werkwijze. Het ministerie stelt dat er tweehonderd Wob-verzoeken zijn over 2,8 miljoen coronagerelateerde documenten. Die worden nu over acht deelonderwerpen vrijgegeven: overleggen VWS, overleg ‘overig’, medische hulpmiddelen, scenario’s en maatregelen, vaccinaties en medicaties, digitale middelen, besmettelijkheid kinderen en testen en restcategorie RIVM.

Voor sommige categorieën geldt dat nu pas de documenten, maand voor maand, worden opgeleverd over de eerste crisismaanden. Dat is dus ruim een jaar na de besluitvorming waarover de documenten gaan. „Het is de taak van de overheid om te zorgen dat ze afrekenbaar is”, zegt Nieuwsuur-hoofdredacteur Joost Oranje. „In plaats daarvan zien we de institutionalisering van een werkwijze die niet strookt met de wet.”

De rechter oordeelt dat de „openbaarmakingsbeslissingen uit eigen beweging” het ministerie niet van de verplichting ontslaat individuele Wob-verzoeken tijdig te behandelen. Wel heeft de rechter oog voor de „bijzondere omstandigheden” veroorzaakt door corona. De rechter zegt met zoveel woorden dat het ministerie er blijkbaar voor kiest niet meer inzet toe te wijzen aan Wob-verzoeken.

De rechter bepaalde dat VWS na de uitspraak niet nog zes maanden, zoals het ministerie voorstelde, mag doen over de beantwoording van de drie Wob-verzoeken van Nieuwsuur. Deze moeten binnen twee maanden behandeld zijn, op straffe van een dwangsom van 250 euro per dag tot een maximum van 37.500 euro.

2Wat is het probleem? De stukken worden toch vrijgegeven?

Het is ten eerste een principiële kwestie: journalisten, of burgers, bepalen zelf welke informatie ze opvragen en over welke periode. De overheid moet deze verzoeken in behandeling nemen. Vooral de door het ministerie gekozen gefaseerde publicatie per maand bemoeilijkt bestudering van documenten in relatie tot elkaar voor bijvoorbeeld een reconstructie van het testbeleid of de vaccinatiestrategie.

De rechter acht het daarnaast „onwenselijk” dat pas begin 2022 alle documenten zullen zijn vrijgegeven door het ministerie. Een indiener van een Wob-verzoek kan immers „pas na ontvangst van alle deelbesluiten controleren of volledig op hun aanvraag is beslist”. Hiermee komt de „rechtsbescherming” in gevaar, omdat een eventueel beroep tegen een Wob-besluit van de overheid zich over „verschillende procedures” verspreidt.

Wim Voermans, hoogleraar Staats en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, hekelde in Nieuwsuur maandagavond de „weerstandshouding” ten aanzien van het inwilligen van Wob-verzoeken die al langer onderdeel van de Nederlandse bestuurscultuur is. „Er wordt getraineerd.”

3Wat gaat het ministerie nu doen?

De dwangsom van 250 euro per dag zou een „sterke prikkel” moeten zijn, volgens de rechter. En een termijn van twee maanden om te voldoen aan de verzoeken van Nieuwsuur zou „bijvoorbeeld door inzet van meer mensen en middelen” niet ten koste hoeven gaan van zorgvuldigheid.

Maar of de specificieke Wob-verzoeken nu sneller behandeld gaan worden, blijft de vraag. Dinsdag werd de uitspraak nog „bestudeerd”, een inhoudelijke reactie bleef uit. Het is een „ingewikkelde klus”, stelt een woordvoerder van het ministerie. Die laat weten dat er afgelopen jaar vijfentwintig extra juristen zijn aangetrokken en een speciaal systeem is aangeschaft om door de documenten te zoeken.