Frank de Boer opgestapt: weer struikelt hij over geloof in eigen filosofie

Nederlands elftal Frank de Boer, dinsdag opgestapt als bondscoach van het Nederlands elftal, was nooit onomstreden. De vroege uitschakeling op het EK was reden zijn positie op te geven.

Frank de Boer eerder dit jaar tijdens een persconferentie van het Nederlands elftal.
Frank de Boer eerder dit jaar tijdens een persconferentie van het Nederlands elftal. Foto Koen van Weel / ANP

Het hoofd van Frank de Boer, de bondscoach, schiet heen en weer. Korte, afgemeten passen, strakke blik. Een drinkpauze in de Puskas Arena, de zeventigste minuut, afgelopen zondagavond. Tsjechië is twee minuten daarvoor op voorsprong gekomen. De Boer loopt naar Memphis Depay en praat kort op hem in. Plan B treedt in werking. Maar eigenlijk is dan al duidelijk dat het niet gaat lukken. De tijd tikt weg, Tsjechië maakt 2-0, Nederland wordt geen moment gevaarlijk.

Frank de Boer, dinsdag opgestapt als bondscoach van het Nederlands elftal, heeft het hele EK geworsteld met de tijd. Die laatste twintig minuten in Boedapest – niet genoeg om een wonder te verwachten van spelers die richtingloos over het veld lopen. De groepsfase – onvoldoende om de spelers tactisch op de gewenste vlieghoogte te krijgen. De voorbereiding – te kort om een nieuw spelsysteem in te slijpen. Het was te veel voor een bondscoach die omstreden bleef. Na het vertrek van Ronald Koeman, vorig jaar naar FC Barcelona, praatte de KNVB met andere coaches voordat ze bij De Boer uitkwamen. Hij was net drie keer ontslagen – bij Internazionale, Crystal Palace en Atlanta United. Zijn successen bij Ajax (vier keer landskampioen) waren toen alweer jaren geleden.

De resultaten vielen meteen al tegen. Vier overwinningen in negen wedstrijden, voordat de EK-voorbereiding begon. Meest pijnlijk: de nederlaag tegen Turkije (4-2) in de kwalificatiewedstrijd voor het WK van 2022. Het sentiment van onoverwinnelijkheid dat Ronald Koeman terugbracht bij het Nederlands elftal, na het missen van twee eindtoernooien, verdween onder De Boer. En toen moest hij nog – vlak voor het EK – zijn systeem overboord gooien. Voor een coach die dat doet, is alleen groot succes genoeg. Anders brengt hij zichzelf in de problemen.

Voetbalstarheid

Het was aan het begin van de EK-voorbereiding dat voor het eerst gesproken werd over de getallenreeks 5-3-2. Eerst was het „een optie”. Tijdens oefenwedstrijden tegen Schotland en Georgië bleek het menens en vlak voor het eerste EK-duel was het duidelijk: het Nederlands elftal had een nieuw tactisch systeem. Geen kleinigheid in een land van conservatieve voetbalmeningen. 4-3-3 is het voetbalsysteem dat in Nederland bestaansrecht heeft verworven door grote successen uit het verleden, met ‘totaalvoetbal’ als invulling. Spectaculair, aanvallend voetbal. Toch wilde De Boer het anders doen; 5-3-2 paste het beste bij zijn spelers, vond hij. Zeker Denzel Dumfries op rechts was er geknipt voor.

Lees ook: deze reconstructie over Frank de Boers mislukte trainersavonturen in het buitenland

Bij Frank de Boer weet je dan zeker: hij zal dit niet snel loslaten. „Ik ga meestal af op mijn eigen gevoel. Ik bepaal of de ideeën goed zijn of niet. Ik heb mijn filosofie over hoe we moeten spelen en hoe niet”, zei hij tijdens dit EK.

Het is een vorm van voetbalstarheid, die inmiddels kenmerkend is voor zijn trainerscarrière. Bij Internazionale (2016), Crystal Palace (2017) en Atlanta United (2019-2020) wilde hij steeds veel veranderen. Nieuwe tactische systemen, andere taken voor spelers. Bij alle clubs ging het mis. De spelers konden of wilden zich niet aanpassen aan de ideeën van De Boer. Soms stonden zijn plannen zó ver van de clubfilosofie af dat hij al snel in de problemen kwam. Michael Parkhurst, destijds aanvoerder van Atlanta, zei later in NRC: „Frank zat in een moeilijke positie vanaf dag één. Het wekte bij sommige jongens irritatie dat hij zich op de defensieve tactieken richtte. Zo van: dit is niet wie wij zijn, wat wij doen.”

Bij het Nederlands elftal waren er drie weken om de spelers aan het nieuwe systeem te laten wennen. Feitelijk twee, omdat de meeste basisspelers na een lang clubseizoen later aansloten. Stefan de Vrij, die het systeem speelt bij Internazionale in Italië, zei dat het daar twee jaar had gekost om het goed te leren. Oefenduels met Schotland en Georgië verliepen stroef. Het was duidelijk dat de spelers nog niet overtuigd waren. Ze moesten, zeiden ze, „wennen”, „lering trekken”, „analyseren”, „slijpen, slijpen, slijpen”.

Dat Frank de Boer pas zó laat koos voor een systeemwissel, staat haaks op de manier waarop hij dit EK op andere vlakken voorbereidde. Al in oktober was hij begonnen om zijn spelers mentaal rijp te maken. Toen al sprak hij met ze over toernooivoetbal. Dat je in een „soort roes” moet raken, altijd „gefocust” moet blijven. Hij liet filmpjes maken om de boodschap voor het EK nog beter over te brengen.

Lees ook: een uitgebreide terugblik op het EK - hoe Frank de Boer zijn spelers mentaal rijp maakte voor succes dat niet kwam

Hoe anders ging het met de allerbelangrijkste voorwaarde die een coach moet scheppen: duidelijkheid over de tactiek. Zijn ideeën daarover moesten last minute overgebracht worden. Pas vlak voor de eerste wedstrijd tegen Oekraïne leken de spelers er vertrouwen in te hebben.

Aanvoerder Georginio Wijnaldum legde toen uit dat zij er langzaam in waren gaan geloven. „Je kon zien dat het nieuw was voor sommigen, ook in het veld. Maar we zijn steeds positiever geworden over het systeem. De laatste training was ook heel positief. We hebben er nu echt vertrouwen in”, zei Wijnaldum. Het klonk oprecht, al zat hij naast zijn baas, de bondscoach.

Alarmerend, zeker achteraf, was de korte ineenstorting tijdens die eerste wedstrijd. Een zekere zege, 2-0 voor, werd in een paar minuten weggegeven. Daar ging een tactische wijziging van Oekraïne aan vooraf. Toen al bleek dat het Nederlands elftal zoveel energie nodig had om het nieuwe systeem überhaupt goed uit te voeren, dat aanpassingsvermogen en flexibiliteit ontbraken. Het werd 2-2, waarna uiteindelijk Dumfries nog de winnende goal maakte. Een doelpunt als make-up: maskerend voor de buitenwereld.

Een nieuwe Frank de Boer

Na die wedstrijd was een nieuwe Frank de Boer te zien. Hij was ontspannen, er leek een last van hem af te zijn gevallen. Een ander mens, vonden sommige analisten. Accurater vermoedelijk: hij was steeds meer zichzelf. De stemming in het land werd beter, het vertrouwen in hem en zijn team groeide, de kritiek op het systeem verstomde. Dumfries speelde spectaculair: dat had De Boer misschien toch niet zo slecht gezien.

Toch was voor de bondscoach zelf duidelijk dat zijn spelers nog altijd op elkaar ingespeeld moesten raken. Hij coachte elke wedstrijd tot de laatste minuut, op detailniveau, ook al was het allang beslist. Vooral de links- en rechtsback hield hij in de gaten. Zij konden, zei hij, wel „hulp gebruiken”, omdat ze het systeem nog niet kenden. Veelzeggend was misschien ook wel zijn blijdschap over de ‘route’ van Oranje naar de finale. Iedereen had het over de relatief eenvoudige tegenstanders – De Boer over de ruime voorbereidingstijd die hij voor elke wedstrijd zou hebben. Het was tijd die hij hard nodig had. Tijd die er uiteindelijk niet kwam.

De rode kaart van Matthijs de Ligt tegen Tsjechië – weer zo’n onverwacht moment – legde veel zwakheden bloot. De organisatie verdween. Het spel, het hele toernooi al niet geweldig, verkruimelde. Leiders zoals Georginio Wijnaldum en Memphis Depay lieten het afweten. De keuzes van De Boer werden steeds moeilijker te volgen. Donyell Malen, de gevaarlijkste man bij het Nederlands elftal, wisselen voor Quincy Promes? Daarna dan toch ook Wout Weghorst brengen? Na afloop kon Frank de Boer het allemaal nauwelijks uitleggen. Malen zou niet fit genoeg zijn voor meer dan zestig of zeventig minuten op dit niveau. Al snel bleek dat hij bij PSV eigenlijk altijd hele wedstrijden speelt én het meest scoort in het laatste kwartier. Een vraag over de warmte in Boedapest – Oranje kwam er laat aan zonder tijd om te acclimatiseren – wuifde hij weg.

In de catacomben van de Puskas Arena sprak Frank de Boer over een „bittere pil”. Toch was hij nog steeds, typerend, overtuigd van zijn filosofie. Twijfelen aan het 5-3-2-systeem deed hij niet. „Ik weet zeker dat we hier verder mee kunnen”, zei De Boer. Hij doelde op de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Noorwegen, begin september. In de kwalificatiereeks die zo moeizaam begon tegen Turkije. Meteen was het een landelijke discussie: was De Boer nog wel de man die het Nederlands elftal naar dat toernooi, volgend jaar in Qatar, zou kunnen leiden?

Twee dagen later, dinsdagmiddag, moest Frank de Boer op gesprek komen bij zijn bazen in Zeist. Hij had zijn besluit toen al genomen. De KNVB was het ermee eens: in zijn contract was opgenomen dat hij de kwartfinale moest halen. De Boer heeft zijn baan als bondscoach altijd mooi gevonden. De druk die erbij komt kijken vond hij wel extreem - vooral zijn gezin had daar last van, zei hij tijdens het EK. Nu zegt De Boer in een verklaring: „Die druk neemt nu alleen maar toe, en dat is geen gezonde situatie voor mij, noch voor de selectie in aanloop naar zo’n belangrijke wedstrijd voor het Nederlands voetbal op weg naar WK-kwalificatie”.