Recensie

Recensie

Autobiografie Sinéad O’Connor: ‘Ik ben een getroebleerde ziel die in een microfoon moet schreeuwen’

‘Rememberings’ De Ierse zangeres Sinéad O’Connor wil onafhankelijk zijn van „mensen met een penis” en wist ook het door haar verfoeide succes van zich af te schudden.

‘Ik leek op een alien”, schrijft Sinéad O’Connor over het moment dat voor het eerst het gemillimeterde commandokapsel zag dat haar imago voorgoed zou bepalen. „I loved it”, constateerde ze tevreden. „Net Star Trek.” De kapper, die na heel wat overredingskracht haar lange lokken had weggeschoren dacht er anders over. Hij huilde.

Het zijn zeker niet de enige tranen die vloeien in Rememberings, de autobiografie van de Ierse zangeres. Het is een boek dat leest als een smartlap. Achter O’Connors succes (dankzij de monsterhit ‘Nothing Compares 2 U’) gaat een intens triest levensverhaal schuil.

Als klein meisje is Sinéad overgeleverd aan de wispelturige grillen van haar tirannieke moeder, bij wie ze na een ouderlijke vechtscheiding achterblijft. Ze wordt niet alleen vernederd, verwaarloosd en afgetuigd, maar ook de straat opgestuurd om te bedelen en stelen. Collectebussen worden thuis opengebroken en leeggeschud.

De passages over die taaie jeugd hakken er extra hard in omdat O’Connor ze door haar eigen kinderogen schetst. Zo zie je de naïeve verwondering waarmee ze het misbruik aanvankelijk ondergaat uitgroeien tot uitzichtloze wanhoop en noodgedwongen berusting. Berekenend beschrijft ze waarom ze opzettelijk haar hockeystick op school laat liggen: dan kan ze er thuis niet mee worden afgeranseld. Bovendien weet ze dat klappen van de bezemsteel minder hard aankomen.

Hoewel muziek uiteindelijk ontsnapping biedt, zal ze nooit meer van haar trauma’s, kleptomanie, eetstoornissen en mentale problemen afkomen. Eenmaal gevlucht van het conservatieve Ierland naar Londen begint haar volgende strijd: die voor artistieke onafhankelijkheid. Na een styling-advies van haar platenbonzen („kortere rokjes, meer sieraden”) foetert ze eerst: „Dus jullie willen dat ik eruitzie als de minnaressen voor wie jullie je vrouw verlieten?” Dan liever kaal, besluit ze. „Want dan maakte het ook niet meer uit wat ik aanhad.”

De reactie van haar grienende kapper spreekt boekdelen. Doe het niet, smeekt hij: ,,Wat moet je vader hier wel niet van denken, of je vriend?” Maar haar hele bedoeling was nu juist om compleet onafhankelijk te worden van „mensen met penissen”.

Succes als obstakel

Ondertussen is er nog een obstakel dat de weg naar geluk verspert: succes. Ze wil het niet. Dat mantra keert telkens terug: ze is geen popster, maar punker/protestzanger/activist. „Ik ben een getroebleerde ziel die af en toe in de microfoon moet schreeuwen.” Als ze in 1990 hoort dat ‘Nothing Compares 2 U’ op nummer één staat, barst ze in huilen uit.

Surreëel is de vijandige ontmoeting met de schrijver van haar wereldhit: Prince. Hij laat haar eerst door een limousine ophalen, om haar vervolgens te bedreigen én belagen (in een – jawel – kussengevecht waarbij „the stupid bastard” een zwaar voorwerp in zijn kussen verstopt). Als het O’Connor lukt te vluchten, achtervolgt hij haar in zijn auto. Pas als zij bij wildvreemden aanbelt, gaat „de duivel” er weer vandoor.

Behalve opdringerige mannen lukt het haar ook om het succes van zich af te schudden. Tijdens het televisieprogramma Saturday Night Live verscheurt ze een foto van de Paus Johannes Paulus II, uit protest tegen kindermisbruik binnen de katholieke kerk. Door die actie groeit ze uit tot persona non grata. Volgens velen vergooide ze zo haar carrière. Onzin, vindt ze. „Het bracht me weer op het juiste spoor.” Wat alles verpestte, was die verfoeide nummer-één-plaat.

Tragisch genoeg, eindigt Rememberings eigenlijk op dat moment. Hoewel er nog zo’n honderd pagina’s te gaan zijn, zijn er verder nauwelijks herinneringen, geeft O’Connor toe. Opeenvolgende mentale inzinkingen hebben te veel gaten in haar geheugen geslagen. Hink-stap-springend stuitert ze lukraak door de tijd. De droge opsomming van platen, suïcidale fases, verdwijningen en plotselinge bekering tot de islam („Very Star Wars”, zegt ze over haar hoofddoek) flitsen allemaal in sneltreinvaart voorbij zonder duiding of reflectie.

En ook al hamert ze erop dat alles goed gaat, de tegenstrijdige boodschappen stellen allerminst gerust. „Ik weet niet waarom ik lieg”, besluit ze. „Ik vermoed omdat ik niet wil dat mensen denken dat ik gek ben.”