Opinie

Paardebloemen

Toen ik in januari begon aan dit serietje over een bloementuin op mijn balkon, zag ik vooral heel duidelijk hoe ik het in juli zou eindigen: met een explosie van oranje, blauwe, paarse en rode bloemen, zoemende bijen, klapperende vlinders en ikzelf daar dan tussenin, als een bergbeklimmer op de top van de Kilimanjaro, helemaal zenned out en tien jaar jonger, zegevierend uitkijkend over het asfalt, het beton en de lichtreclame van Primark. We did it!!! De poëzie won!

Vandaag is de deadline voor de laatste aflevering en ik zal het maar eerlijk toegeven: dit visioen is niet uitgekomen. Ten eerste hebben alle bomen blaadjes, waardoor je de lichtreclame van Primark niet meer ziet. Ten tweede: ja, alles wat ik zaaide heeft leven voortgebracht, maar het meeste is heel mini en het is allemaal overwegend groen.

Een kleine inventarisatie: één rank dingetje met drie krullende blaadjes in het vakje met snijbiet in de moestuinbak, vijf frutsels – ‘stengeltjes’ voelt te stevig – in het vakje met de radijsjes en zes pluimpjes in het vakje met de wortels. In de bak met – als ik het me goed herinner — koolzaad en een assortiment aan bloembollen, zitten felgroene stipjes, sprieten en iets wat zich lijkt te ontwikkelen tot iets hyacint-achtigs. Uit een pot met – volgens mij – geraniums, steekt een soort haaientand omhoog. In een andere bak met sierbloemen zitten een soort minipalmen en een bosje groene blaadjes. Cosmea of vogelmuur?

De grootste blikvangers echter, en de enige planten die het balkon nog een andere kleur geven dan groen, zijn twee enorme planten waarvan ik aanvankelijk hoopte dat het dahlia’s waren, maar die zich inmiddels duidelijk hebben ontpopt tot iets paardebloemachtigs. Met gele bloemetjes en een dikke bruine stam, zo’n tachtig centimeter hoog. Ze geven schaduw aan de plantjes in de moestuin. Bromvliegen en pissebedden lijken ze heel leuk te vinden, en ik gebruik de blaadjes voor thee (al een paar dagen, en ik leef nog steeds). Ik heb ze nooit gezaaid of geplant, ze zijn uit zichzelf komen aanwaaien. Dat is een van de dingen die dit tuintje me leerde: alles wat wij mooi of lekker vinden, lijk je uit de grond te moeten trékken. Andere planten presenteren zichzelf gewoon en die planten noemen we ‘onkruid’. Misschien zegt dat minder over de planten dan over ons.

„We moeten geduld hebben”, blijft mijn buurman steeds zeggen. Want ja, inderdaad, dat was een groot thema. Maar als ik nu kijk naar het resultaat van vijf maanden geduld, dan was de grootste les voor mij geloof ik dit: soms gaan de dingen niet zoals je wilt en juist dat maakt het leuk. Je stopt iets in de grond – je stelt het leven een vraag – en vervolgens laat het leven iets gebeuren. En dan is het aan jou om daarin het antwoord te zien, hoe dat antwoord er ook uit ziet.

Misschien krijgen we de kleurexplosie later nog, misschien niet. Het maakt me niet zo veel uit, eerlijk gezegd. Ik blijf alles sowieso water geven en dan zien we wel wat er komt. Alles is welkom.