‘De huisarts zei: 99 procent van de huwelijken is zo, dus wen er maar aan’

Exgenoten Hoe kijk je terug op een relatie? De kinderloze jaren van Koos en Paula vlogen voorbij. Na de geboorte van hun dochter werd Paula’s wereld een stuk kleiner.

Illustratie Martien ter Veen, op basis van privéfoto’s

Koos

‘Paula en ik raakten aan de praat in het café. Een mooie meid. Ik vond haar leuk en dat zei ik ook meteen. Diezelfde avond bracht ik haar terug naar de zusterflat waar ze woonde. Daar zat een strenge portier waar je als jongeman niet zomaar langs kwam. Anders had ik zeker iets geprobeerd.

„Al snel kwam ze bij ons thuis over de vloer. Ik kom uit een gezin met elf kinderen, we woonden krap, maar iedereen was welkom. Waar er dertien kunnen eten, kunnen er ook zestien eten. We sportten allebei veel. Voetbal, tafeltennis, badminton, bowlen. Ik ging naar haar wedstrijden kijken en zij naar de mijne en na afloop bleven we plakken.

„Toen we na twee jaar een huisje konden huren, trouwden we. Het had er allicht mee te maken dat we allebei uit zo’n druk gezin kwamen, maar de eerste tien jaar van ons huwelijk hadden we geen enkele behoefte aan kinderen. We werkten, sportten, gingen veel uit en hadden het goed saampjes.

„Toen Paula rond haar dertigste toch een kind wilde, vond ik dat ook prima. Maar na de geboorte van onze dochter was het wel over met het leuke dingen doen. Ik werkte keihard en Paula was veel alleen. Op een avond kwam ik thuis van de bowling en vertelde ze dat ze niet meer gelukkig was. Na veel praten kwamen we tot de conclusie dat het beter was om uit elkaar te gaan.

„Ik denk nog steeds dat ik oud met haar had kunnen worden. Ach, zo gaat het leven. Ik ben inmiddels heel gelukkig met mijn derde vrouw en Paula is getrouwd met een oude maat van mij. Ze is nog steeds een vriendin van wie ik veel houd.”

Paula

‘Ik was hartstikke smoor op Koos. Hij had bijna buitenlandse looks. Mooie kleren. En dan dat levenslustige, die jovialiteit. ‘Ik heb mijn prins op het witte paard gevonden’, zei ik tegen mijn zussen. We gingen veel uit samen en als we dan thuis kwamen en iedereen sliep, vreeën we op de keukentafel, of de overloop, desnoods op de trap.

„Ik was twintig toen ik trouwde en nog helemaal niet bezig met kinderen. We genoten van onze vrijheid. Die eerste tien jaar zijn omgevlogen. Toen begon het bij mij toch een beetje te kriebelen. Koos vond alles best.

„Na de geboorte van onze dochter werd mijn wereld opeens een stuk kleiner. Ik was gestopt met sporten en uitgaan, mijn sociale leven droogde op. Terwijl Koos gewoon doorging op de oude voet. Hij werkte veel en bowlde, met alle daarbij behorende gezelligheid natuurlijk. Ik gunde hem dat, hoor, maar intussen werd ik zelf steeds ongelukkiger. Ik ben nog een keer naar de huisarts geweest en die zei: 99 procent van de huwelijken is zo, dus wen er maar aan.

„Ik weet nu dat trouwen werken is. Dat ik de sleur waaronder ik destijds leed ook zelf had kunnen doorbreken door het aan te kaarten, desnoods door ruzie te zoeken. Maar ja, dat had ik nooit geleerd.

„De scheiding was een moeilijke beslissing, waarover ik wel drie jaar heb nagedacht. Gelukkig hebben we alles vriendschappelijk kunnen regelen. Omdat hij onregelmatig werkte, bleef onze dochter bij mij wonen. En omdat ik de hele situatie mijn schuld vond, wilde ik geen alimentatie. Koos bemoeide zich eigenlijk niet met de opvoeding, maar heeft me later weleens gezegd dat hij blij is met hoe ik het heb gedaan.”