Terrein in Gouda waar vrachtwagens staan opgeslagen.

Foto Pim Ras/Hollandse Hoogte

Interview

Hoogleraar: ‘Een hogere CO2-uitstoot moet ondernemers chagrijnig maken’

Dick de Waard EU en G7 willen dat bedrijven de risico's van klimaatverandering voor hun bedrijfsvoering gaan benoemen. Expert Dick de Waard juicht dat toe. „Duurzaamheid begint bij de grote ondernemingen. Maar het sijpelt vanzelf de keten in.”

Een lage waterstand in de Rijn kan de levering van grondstoffen in gevaar brengen. Zeespiegelstijging leidt op termijn tot meer overstromingen en verzilting van drinkwater. Bij een langdurige hittegolf kunnen tekorten aan koelwater ontstaan. De overheid zal gebruik van fossiele brandstoffen vaker aan banden leggen om klimaatdoelen te halen. Het vertrouwen van consumenten in een product kan dalen als er milieuvervuilende palmolie in wordt gebruikt. En de CO2-prijs zal voorlopig ongetwijfeld blijven stijgen.

Ondernemingen krijgen te maken met meer en grotere klimaatgerelateerde risico’s. Logisch dus dat de ministers van Financiën van de G7, een club van zeven rijke industrielanden, willen dat bedrijven die risico’s in kaart brengen en vermelden in hun jaarverslag. In een verklaring na het overleg dat de G7 begin juni in Londen hield – met deelname ook van hun centralebankpresidenten, het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank – pleitten de ministers voor „verplichte klimaatgerelateerde financiële transparantie”.

Meer openheid is goed voor de bedrijven zelf, is de gedachte. Die zouden zich daardoor bewust worden van de gevolgen van klimaatverandering. Maar het is volgens de G7 ook van belang voor de financiële sector, die daardoor de risico’s van investeringen beter kan inschatten. Uiteindelijk moet transparantie leiden tot minder uitstoot van broeikasgassen. Want het bedrijfsleven mag dan officieel geen partij zijn in het Klimaatakkoord van Parijs, het zijn wel de bedrijven die voor de reductie van CO2 moeten zorgen.

Dick de Waard, hoogleraar auditing (vooral controle van de bedrijfsboeken op duurzaamheidsrapportage) aan de Rijksuniversiteit Groningen, is blij met het besluit van de G7. Tientallen jaren heeft hij zelf voor accountant EY duurzaamheidsrapporten van bedrijven beoordeeld. Zijn conclusie is dat meer transparantie over klimaatrisico’s hard nodig is. „Al in het beroemde leerboek van professor Heertje op de middelbare school ging het over de vier productiefactoren in de economie: zonder ondernemingszin geen onderneming, zonder natuur geen onderneming, zonder mensen geen onderneming, en zonder geld geen onderneming”, zegt hij in een telefoongesprek. „En vervolgens gaat het in de echte economie alleen maar over geld. Als ondernemingen verantwoording afleggen over wat zij hebben gedaan, is het eigenlijk raar dat ze niet vrijwillig schrijven over bijvoorbeeld mensenrechten en milieu.”

Geen deadline, geen planning

Het aantal multinationals met een klimaat- en milieustrategie groeit wel in rap tempo, maar de meest vervuilende bedrijven blijven achter. Data-analysebedrijf Signal Climate Analytics onderzocht in opdracht van persbureau Reuters de klimaatstrategie van de 250 grootste vervuilers van de wereld, samen verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de mondiale CO2-uitstoot – waaronder Amazon, Shell en Boeing. Conclusie: niet meer dan 41 ervan hebben een idee van hun bijdrage aan de vervuiling. En daarvan hebben er slechts 27 een strategie om hun CO2-uitstoot te reduceren.

De Waard verwacht niet dat het G7-voorstel snel in beleid wordt omgezet. „Het is voorlopig niet meer dan een voornemen. Er is geen deadline, er is geen planning.” Toch vindt hij het „hoopgevend”. In hun slotverklaring noemen de G7-ministers expliciet het model van de organisatie Taskforce Climate-related Financial Disclosures, de TCFD. En dat beschouwt De Waard als „een grote stap”.

Hij legt dat uit: „In april kwam de Europese Unie met een voorstel voor een richtlijn. Op grond daarvan zullen alle grote Europese ondernemingen uitgebreid verslag moeten doen van hun duurzaamheidsprestaties. Ze moeten melden wat hun CO2-voetafdruk is, dus welke impact het bedrijf heeft op klimaatverandering. Maar ze moeten ook de impact van het klimaat op de onderneming in kaart brengen, volgens het model van de TCFD. Want het klimaat slaat ook wel eens terug.”

Deze rapportage wordt al in 2023 in de EU ingevoerd. Alle ondernemingen met meer dan 250 werknemers, 40 miljoen euro omzet en 20 miljoen balanstotaal moeten dan over duurzaamheid rapporteren. „In Europa gaat het volgens mij om zo’n vijftigduizend ondernemingen, in Nederland om ongeveer duizend”, aldus De Waard. Op dit moment wordt het plan uitgewerkt.

Lees ook: Scherpere eisen van Europa en Nederland aan ‘groen‘ ondernemen

Tot nu toe gebeurt de rapportage op vrijwillige basis. Sommige bedrijven doen dat prima, maar er zitten er ook tussen die, zoals De Waard het noemt, ‘een agenda’ hebben. Die het duurzaamheidsverslag bijvoorbeeld gebruiken voor ‘greenwashing’ – groener proberen te lijken dan je bent. „Niet elke onderneming is even oprecht”, aldus De Waard. „Dan helpt het als er wetgeving komt met keiharde criteria. En met een verplichte verificatie door een externe partij.”

Familiebedrijven

De Groningse universiteit heeft twee jaar geleden voor het Planbureau voor de Leefomgeving onderzoek gedaan naar duurzaamheid in de jaarverslagen van de tweehonderd grootste Nederlandse bedrijven. Daaruit bleek dat vooral private ondernemingen, met name de familiebedrijven, minder goed rapporteren. De top van de beursgenoteerde bedrijven doet dat redelijk goed.

De Waard: „Er zijn ook veel bedrijven die zeggen dat ze klimaat en milieu belangrijk vinden en een strategie hebben. Maar zoek je concrete cijfers, dan blijft er weinig over. Hoe groot is de uitstoot bij toeleveranciers? Tot hoeveel klimaatschade leidt het gebruik van een product door de consument?

„Nu zie je nog wel eens een bedrijf dat meldt vorig jaar een miljoen ton CO2 te hebben uitgestoten en dit jaar maar achthonderdduizend ton. Dat is een forse besparing. Maar wat als tegelijkertijd de productie is gehalveerd? Ik wil niet weten hoeveel minder water een bierbrouwer heeft gebruikt, maar hoeveel minder per flesje bier.”

Kennis over klimaatrisico’s is voor bedrijven zelf van groot belang, zegt De Waard. „Neem een groot transportbedrijf, met honderd vrachtwagens, allemaal diesels. Dat wil graag klimaatneutraal rijden, maar dan wordt de kilometerprijs 3 cent hoger. Zijn klanten zijn nu nog niet bereid dat te betalen. Het bedrijf moet dus het kantelpunt vinden om zijn wagenpark te vernieuwen. Doe je het te vroeg, dan verlies je van goedkopere concurrenten en ga je failliet. Doe je het te laat, dan ga je ook failliet. Om de juiste keuze te maken, is veel kennis nodig.”

Het stelt hoge eisen aan het accountantsonderzoek, ontdekte De Waard in zijn tijd bij EY. „Voor euro’s geldt: één en één is twee. Maar voor CO2-emissies is dat al een stuk lastiger. Als een bedrijf schrijft dat het honderdduizend ton CO2 heeft uitgestoten, terwijl het misschien wel honderdvijftigduizend ton had moeten rapporteren, hoe toon je dat dan aan?”

De keten in

Bij duurzaamheidsverslaglegging komt het volgens De Waard aan op woordkeuze, dat ligt vaak heel subtiel. Hoe weet je zeker dat een bedrijf volledig is? „Daarvoor moet je de onderneming goed kennen. Goed volgen van het economische nieuws kan daarbij helpen, net als gebruik van databases en andere bronnen, en veel interviews doen in de onderneming. Je moet scherp zijn op signalen, op documenten die je aantreft. Het is een zeer bewerkelijke controle.”

De Waard verwacht dat de impact van een degelijke duurzaamheidscontrole groot zal zijn. „Het begint bij de grote ondernemingen. Maar het sijpelt vanzelf de keten in. Want zo’n onderneming vraagt aan zijn toeleveranciers: ik moet rapporteren over mijn CO2-voetafdruk en verwacht van jou niet alleen de juiste cijfers, maar ook een positief resultaat. Dus als jij mijn producten wil blijven vervoeren, moet je wel zorgen dat je wagenpark wordt vernieuwd.”

Ook banken zullen klimaateisen gaan stellen. Volgens De Waard passen sommige al financieringsvoorwaarden aan. Een bedrijf dat veel meer CO2 uitstoot dan de concurrentie, betaalt een hogere rente. „Dat geld gaat niet als winst naar de bank, maar het wordt gebruikt om het klimaatbeleid van de klant te verbeteren. De Europese Investeringsbank werkt ook zo.”

De Waard verwacht dat de veranderingen de komende jaren snel gaan. „Ondernemers moeten chagrijnig worden van een stijgende curve in de CO2-uitstoot. Dan krijgen we eindelijk concrete doelstellingen, en worden managers misschien wel afgerekend op hun keuzes. Ondernemers krijgen nu een beloning als ze een goed winstcijfer halen. Hopelijk geven we ze dan een beloning als ze een reductiedoel hebben gehaald.”