Hoe reëel is het om van Keti Koti een nationale feestdag te maken?

Vieren en herdenken De roep om de negatieve kanten van de koloniale tijd te erkennen groeit. Maar over de manier waarop is onenigheid.

Bezoekers bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam in 2017 tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij.
Bezoekers bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam in 2017 tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij. Foto Remko de Waal/ANP

Wethouders in de vier grote steden en organisaties pleiten voor een nationale feestdag op 1 juli, Keti Koti. Vier vragen.

1 Wat is Keti Koti?

Een van oorsprong Surinaamse feestdag om stil te staan bij afschaffing van de slavernij in Suriname in 1863. Keti Koti betekent ‘ketenen gebroken’ in Sranantongo, een Surinaamse taal, spreek uit als [kittie’kotti]. Er wordt in Nederland jaarlijks stilgestaan bij Keti Koti, in Amsterdam, Almere, Arnhem, Tilburg, Utrecht, de Zaanstreek, Zwolle, Rotterdam en Groningen. Vaak is er een herdenking op 30 juni en een viering op 1 juli.

2Wie willen een nationale feestdag, en waarom?

De wethouders van de vier grote steden willen dat landelijk wordt stilgestaan bij het slavernijverleden, schreven ze deze maand aan de Tweede Kamer: „Door te gedenken legt de samenleving verantwoordelijkheid af, maar committeert zij zich ook aan een toekomst waarin geen ruimte is voor racisme en kansenongelijkheid.” De Rotterdamse wethouder is van de VVD, de anderen zijn van GroenLinks.

Daar kwam afgelopen week een petitie bij van radiozender FunX, Stichting Nederland Wordt Beter en archief The Black Archives. Dinsdag werd de grens van 40.000 handtekeningen bereikt, waardoor de Tweede Kamer het burgerinitiatief moet behandelen. De petitie pleit naast „een nationale feest- en herdenkingsdag” voor een door de overheid georganiseerde nationale viering en herdenking „in samenwerking met nazaten”, vergelijkbaar met 4 en 5 mei.

Dat past bij de vraag naar meer erkenning voor de negatieve kanten van de koloniale tijd. De wethouders pleiten bijvoorbeeld ook voor meer onderzoek naar het koloniaal verleden en voor meer aandacht daarvoor op scholen.

Volgens historisch onderzoeker Karwan Fatah-Black (Universiteit Leiden) is meer discussie nodig over de plek van de slavernij „in de Nederlandse identiteit”. Koppel je het slavernijverleden aan discriminatie in de hedendaagse samenleving, of zie je dat los van elkaar, vroeg hij zich vorige week af in een opiniestuk in NRC. Verschillende interpretaties hoeven een nationale dag niet in de weg te staan, schrijft hij ook.Het zorgt wel voor wrijving en een „schijnbare tegenstelling”. Fatah-Black: „De grootste slavendrijvende beschaving [het Westen] ziet zichzelf vooral als de afschaffer van slavernij.”

Lees ook: Slavenhandel was niet alleen een zaak van Amsterdam

3Wie besluit over de nationale feestdag?

Het kabinet besluit over nationale feestdagen, maar Nederland kent geen wettelijk verplichte vrije dagen. Werkgevers en werknemers spreken onderling af of werknemers collectief vrij zijn op bepaalde dagen, dat staat vaak in de cao. Werkgevers hebben „geen behoefte” aan een verplichte vrije dag op 1 juli, zegt een woordvoerder van de werkgeversvereniging AWVN. „Werkgevers en werknemers willen zelf bepalen wat een vrije dag is.” Een extra vrije dag kost de samenleving „honderden miljoenen”, zegt de woordvoerder. In het geval van Bevrijdingsdag leidde dat in 80 procent van de cao’s tot een lustrumregeling: eens per vijf jaar vrij.

Tony’s Chocolonely en radiozender FunX geven hun werknemers dit jaar vrij op 1 juli.

4 Wat willen partijen aan de formatietafel?

GroenLinks, PvdA en D66 zijn voor een nationale feestdag op 1 juli, schrijven ze in hun partijprogramma’s. De VVD ziet een nationale dag waarop mensen „naar keuze” kunnen herdenken als mogelijkheid, mits „groepen niet tegenover elkaar komen te staan”, laat een woordvoerder weten. De VVD heeft „vooralsnog” in 2023 een landelijke herdenking voorzien, 150 jaar na het einde van de slavernij (tot 1873 stonden vrijgemaakten nog onder toezicht van de staat). GroenLinks en D66 stelden dit afgelopen zomer voor, naar aanleiding van de Black Lives Matter-protesten. VVD-leider Mark Rutte vond dat een goed idee.

Het CDA vindt dat er meer aandacht moet komen voor de Nederlandse geschiedenis, inclusief de negatieve kanten ervan, zoals het slavernijverleden. Dat kan via onderwijs of een nieuw nationaal historisch museum, aldus kamerlid Inge van Dijk. „Je hoeft niet voor alles een nationale feestdag te organiseren om er toch bij stil te staan.”