Recensie

Recensie Film

Het trauma van Srebrenica clasht en schuurt en doet pijn in ‘Quo Vadis, Aida?’

Oorlog Door de ogen van tolk Aida kijkt de Bosnische regisseur Jasmila Zbanic naar het trauma van Srebrenica.

Aida (Jasna Djuricic, midden) tolkt voor majoor Franken (Raymond Thiry) in ‘Quo Vadis, Aida?’
Aida (Jasna Djuricic, midden) tolkt voor majoor Franken (Raymond Thiry) in ‘Quo Vadis, Aida?’ Foto Elevation Pictures

Quo vadis, Aida? is een film over falen. Over hoe Verenigde Naties-tolk Aida er tijdens de val van moslimenclave Srebrenica in 1995 niet in slaagt om haar familie te redden. En over hoe de Nederlandse blauwhelmen onder aanvoering van kolonel Karremans het niet klaarspeelden om de moord op 8.000 moslims te voorkomen. Het is een film over trauma’s die in de film op elkaar botsen, en niet met elkaar te vergelijken, noch met elkaar te verenigen zijn. En toch brengt regisseur Jasmila Zbanic ze samen. En het werkt. Het clasht. Het schuurt. Het doet pijn. Het is drama zonder inlossing, zonder katharsis.

De militairen kwamen al uitgebreid aan het woord in Coen Verbraaks driedelige documentaireserie Srebrenica – De machteloze missie van Dutchbat. De genocidale massamoord werd in de BBC-documentaire A Cry from the Grave (1999) minutieus gereconstrueerd. Hierin kwam ook tolk Hasan Nuhanovic aan het woord, die aanvankelijk ook de hoofdrol zou hebben in de film die de Bosnische Zbanic (1974) op zijn boek De tolk van Srebrenica baseerde, maar die niet akkoord kon gaan met het dramatische indikken van zijn relaas. De oorlog in ex-Joegoslavië speelt in al Zbanic’ films een rol, met haar in Berlijn met een Gouden Beer bekroonde Grbavica (2006) over de systematische verkrachting van Bosnische vrouwen als oorlogsdaad door Servische Chetniks als meest aangrijpende voorbeeld. Maar in Quo vadis, Aida? kijkt ze de hel recht in de ogen. Dat ze daarom uiteindelijk weer een vrouw als hoofdpersoon koos, is een goede zet. Zbanic heeft in meerdere interviews haar bewondering uitgesproken voor de menselijke kracht van vrouwen die de oorlog hebben overleefd. Evenals haar verbazing over het feit dat de politieke mechanismen die tot Srebrenica hebben geleid ook vandaag nog in Europa werkzaam zijn.

Lees ook een interview met hoofdrolspelers Boris Isakovic (Mladic) en Johan Heldenbergh (Karremans) over ‘Quo Vadis, Aida?’

Dat is uiteindelijk wat het meest beklijft aan de film, aan het semi-documentair gedraaide hoofddeel, dat tussen kleine magisch-realistische intermezzi zit ingeklemd. Aida’s gezicht wordt de spiegel voor al die wanhopige en harteloze technocratische beslissingen. Haar (opgelegde) zwijgen schreeuwt het onzegbare uit. Haar doorzettingsvermogen staat haaks op de apathie van de militaire bureaucratie. En dan nog komen die Dutchbatters er eigenlijk genadig af. Daartussen door glibberen de Servische generaal Mladic en zijn cameraman, symbolen voor de psychopathie van de propagandaoorlog.

Het is geen eenvoudige film, er moet ook na afloop veel nagedacht en ontrafeld worden. Bij oorlogsfilms worden vaak grote woorden gebruikt, als monumentaal. Maar Quo vadis, Aida? maakt – wellicht ook door het vrouwelijke gezichtspunt – juist indruk omdat hij niet imposant of stellig wil zijn. Omdat hij laat zien dat herinneren en rouwen een proces zijn. En dat het vergeten begint op het moment dat dat in steen gehouwen wordt.