Opinie

Genieten

Ellen Deckwitz

Zondagmiddag kwam de neef (15) woedend thuis. Wat bleek: toen hij eerder die middag aan het IJ verkoeling had gezocht en net verzaligd met zijn voeten in het water zat, had een mevrouw hem op de schouder getikt. „Jij bent zeker helemaal aan het genieten, hè”, had ze gezegd. Toen zijn moeder dit hoorde, ontplofte ze.

„Hoe durft dat mens te zeggen dat je aan het genieten bent?!”, riep ze.

„Het lef!”, brieste de neef.

„Wat is er mis met genieten?”, vroeg ik voorzichtig.

„Niets natuurlijk”, gromde de neef, „behalve wanneer mensen zeggen dat je het aan het doen bent!”

„Het is enorm betuttelend”, brieste de zus. „En bovendien word je je dan superbewust van jezelf en is het hele genieten meteen weg.”

Zo had ik er echt nog nooit naar gekeken.

„Sowieso is genieten een verschrikkelijk concept”, vervolgde ze. „Het is veel te resultaatgericht, het is te erg verbonden aan prestatie.”

Hm. Paulien Cornelisse schreef eens dat Nederlanders eerst hard moeten werken voor ze zichzelf toestaan te genieten. Een beloning zonder dat daar eerst voor geleden is, past volgens haar niet bij onze calvinistische mentaliteit.

„Je kan bovendien helemaal niet actief genieten”, mopperde de zus. „Het overkomt je, je kunt het vaststellen maar niet forceren. Het is een stemming die zich niet laat afdwingen, ook al neem je het je voor, ook al creëer je bewust de omstandigheden die tot het genieten kunnen leiden.”

‘Nou, nou”, zei ik, „je kunt je toch wel ontspannen, of je overgeven aan een situatie, een fijn diner of een mooie reis, en daaruit kan...”

„Het-kan-niet”, beet ze me toe en ik zei maar even niets meer.

„Eigenlijk is iets benoemen alleen slim bij iets vervelends”, begon de inmiddels wat bijgekomen neef. „Tijdens de eerste lockdown zei opa bijvoorbeeld dat ik wel moest balen. En toen dacht ik van nou ja, het is vervelend, maar ik baalde echt niet de hele tijd.”

„Het benoemen haalde de angel eruit?”, probeerde ik.

„Ja. Dat was eigenlijk wel fijn aan corona. Het was een nare periode, dus niemand vroeg of je genoot. Het enige waar men van uitging, was dat je er de pest in had, maar dat viel in werkelijkheid best wel mee, juist omdat je van tevoren had gedacht dat je de hele tijd superongelukkig zou zijn.”

Hij zei dat hij zich alweer stukken beter voelde en zette de televisie aan voor Nederland-Tsjechië.

„Het is dus eigenlijk verstandiger”, zei hij terwijl hij zijn oranje sjaal omdeed, „dat iemand zegt dat je moet balen in plaats van genieten.”

En ten slotte:

„Balen is pas echt genieten.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.