Extra lessen voor leerlingen in Rotterdamse achterstandswijken

Op Zuid Scholieren in Rotterdamse achterstandswijken moeten via extra lessen hun achterstanden inhalen ten opzichte van kinderen in de rest van de stad.

Onderwijswethouder Said Kasmi (midden) op bezoek bij een school in Rotterdam-Zuid waar leerlingen extra lessen krijgen.
Onderwijswethouder Said Kasmi (midden) op bezoek bij een school in Rotterdam-Zuid waar leerlingen extra lessen krijgen. Foto Frank de Roo

Ruim 1.300 leerlingen op acht middelbare scholen in Rotterdam-Zuid krijgen vanaf het volgende schooljaar extra uren les. Diezijn bedoeld om de achterstanden in te halen die schoolkinderen oplopen ten opzichte van kinderen in andere wijken in de stad.

De Rotterdamse wethouder Said Kasmi maakte dit maandagmiddag bekend op de Calvijn Julianaschool in de wijk Charlois, een van de acht scholen die de zogenoemde dagprogrammering gaan aanbieden.

„Met de extra leertijd krijgen kinderen meer ruimte hun talenten te ontdekken en ontplooien. Iets dat niet altijd even vanzelfsprekend is om van huis uit mee te krijgen”, aldus de wethouder.

Leerlingen op alle dertig basisscholen in Rotterdam-Zuid krijgen sinds het schooljaar 2019-2020 al tien uur extra les per week, gefinancierd uit het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). De uitbreiding naar het voortgezet onderwijs wordt ook betaald uit dat programma, met een bijdrage van de gemeente. Het is vooralsnog een proef met een looptijd van één jaar.

Volgens Marco Pastors, directeur van NPRZ, dringt ook in Den Haag het besef door dat als je iets voor kinderen in achterstandswijken wil doen, de scholen daarvoor het beste kanaal zijn. „Daar zijn ze toch al. Zo kun je overheidsgeld beter besteden dan wanneer je moeite moet doen om ze na schooltijd te vinden.”

Geen gewone lessen

Op de Calvijn Julianaschool, een van de acht scholen in het voortgezet onderwijs die meedoen, zijn leerlingen voortaan van 8.00 uur ’s ochtends tot 17.00 ’s middags op school. De extra uren die ze krijgen worden besteed aan huiswerk en aan lessen op het gebied van onder meer taal, cultuur, sport en gezondheid. Het zijn geen gewone lessen die erbij komen, zegt adjunct-directeur Tamara Breur van de school. „Er zit een uur extra taal bij, maar op een andere manier dan het normale vak Nederlands. Hier gaat het meer om vaardigheden voor bijvoorbeeld debatteren, of voor solliciteren. Dat is ook belangrijk voor hun toekomst.”

Volgens Breur is de proef geslaagd als leerlingen zich niet alleen cognitief ontwikkelen – ook sociaal-emotioneel. „Die zachte kant is ook heel belangrijk, ook voor het vervolg van hun opleiding en de richting die ze kiezen. Ook hopen we dat leerlingen hierdoor minder thuiszitten, zich ontplooien zonder gedoe op straat en meer bewegen, dus gezonder gaan leven.”

Hele dagen op school

Ook van leerkrachten wordt gevraagd voortaan hele dagen op school door te brengen, zij het met tussenuren om repetities na te kijken of leerlingendossier bij te werken. De extra lesuren mogen niet drukken op een ander probleem in het onderwijs: het lerarentekort, dat in achterstandswijken als Feijenoord en IJsselmonde nog wat groter is dan gemiddeld.

Samen met de onderwijswethouders van Amsterdam en Den Haag waarschuwde de Rotterdamse wethouder Kasmi maandag in het AD voor de sluiting van scholen als het tekort niet wordt opgelost. Kasmi pleit ervoor het geld van het Nationaal Programma Onderwijs (8,5 miljard euro) over langere tijd uit smeren en te besteden aan hogere lerarensalarissen en aan maatregelen op de kansengelijkheid voor leerlingen te vergroten. Kasmi: „De verlengde schooldag zoals die nu op Zuid in praktijk wordt gebracht, past daar heel goed in.”

Lees ookOp Zuid moet het allemaal nog beter

NPRZ-directeur Pastors drong vorig jaar al aan op ‘onorthodoxe maatregelen’ om het tekort aan leraren terug te dringen, onder meer door onderwijzers op achterstandsscholen extra salaris te bieden. Een plan daarvoor kon toen niet op steun van de gemeente Rotterdam rekenen. Nu wordt deze NPRZ-wens landelijk gehonoreerd, ziet Pastors: „Amsterdam is er wel mee begonnen en nu is zo’n toelage opgenomen in het NPO. Dat lijkt een serieus bedrag te worden. Daar wordt nu door het ministerie met de vakbonden over onderhandeld.”