Dubbele klap: geen schadevergoeding, wel huurkorting

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal civiel recht.

Foto brunorbs

De eigenaar van een tattooshop huurde sinds oktober 2018 een bedrijfsruimte, tot hij die in april 2020 moest ontruimen. Daarvoor was het een café geweest; vandaar dat er ook een keukenblok en een tapinstallatie in zaten. Toen de tatoeëerder uit het pand trok, was een deel van het keukenblok weg, zaten er gaten in het plafond en was de inventaris van bar en keuken verdwenen. En dat is nog maar een deel van de problemen die het keuringsrapport opsomt dat de verhuurder liet opstellen. Ook de ingeleverde sleutels pasten niet meer op het slot. De sloten moesten worden vervangen. Schade volgens de verhuurder: ruim 57.000 euro. Oh ja, en er waren ook nog lekkages geweest. Dat kwam, stelde de verhuurder, doordat de huurder niet tijdig de blaadjes van het dak had gehaald.

De verhuurder legde het voor aan de rechtbank Midden-Nederland. Die sloeg het huurcontract erop na en concludeerde dat het pand casco verhuurd was. Op een paar dingen na stond niets van de inventaris in het contract. De huurder hoefde die inventaris dus niet in dezelfde staat weer op te leveren. Bovendien kon de verhuurder niet aantonen dat het er aan het begin van de huurperiode veel beter uitzag. Er waren geen foto’s gemaakt en er was niets over vastgelegd. Foto’s uit de tijd dat het nog een café was, doen vermoeden dat veel gedateerd was en mogelijk aan vervanging toe. De huurder zelf zei dat hij het juist in betere staat opleverde dan hij het in 2018 aantrof. Bij reparatie van de lekkages bleek niet bladeren op het dak de oorzaak, maar een verkeerd gemonteerde luifel.

Alleen de sleutels. Daarvoor kreeg de verhuurder nog even de tijd om aan te tonen dat de huurder niet de juiste had ingeleverd, voordat de rechter uitspraak deed. Daarvan maakte hij geen gebruik en dus volgde het oordeel van de rechter. Conclusie: de schade kan de verhuurder niet verhalen op de huurder. Sterker, de huurder hoeft door de lekkages voor de laatste maanden minder huur te betalen. De huurkorting plus de borg moet de verhuurder aan de huurder betalen. Op één punt krijgt de verhuurder gelijk: na de ontruiming was het huurcontract nog niet opgezegd. Die maanden huur – drie, tot er een nieuwe huurder kwam – moet de huurder nog betalen. Daar gaat de lekkagekorting wel vanaf.