Profiel

Deze 32-jarige vrouw gaat de strijd aan met Big Tech om hun marktmacht te beperken

Lina Khan, voorzitter Federal Trade Commission De Amerikaanse mededingingsautoriteit FTC, die maandag een nederlaag leed tegen Facebook, wordt sinds kort geleid door de 32-jarige jurist Lina Khan. Ze pleit voor streng optreden tegen te machtige techbedrijven.

Lina Khan bij de hoorzitting in april in een Senaatscommissie over haar voorgenomen benoeming als FTC-chef.
Lina Khan bij de hoorzitting in april in een Senaatscommissie over haar voorgenomen benoeming als FTC-chef. Foto Graeme Jennings-Pool/Getty Images

In de strijd tegen de uitdijende marktmacht van de grote techbedrijven gaat een 32-jarige vrouw voorop. Lina Khan: invloedrijk jurist en, sinds deze maand, voorzitter van de Federal Trade Commission (FTC), de Amerikaanse mededingingswaakhond.

Haar eerste grote schermutseling met ‘Big Tech’ liep maandag uit op een nederlaag. Een rechtszaak van de FTC en 48 Amerikaanse staten tegen Facebook – inzet: opbreken van de socialemediareus – werd door een federale rechter in Washington D.C. verworpen.

Maar de eindstand staat nog niet op het scorebord. In de Facebook-zaak is nog beroep mogelijk en ook andere techbedrijven liggen, zowel in de VS als in Europa, onder het vergrootglas. Het gedachtegoed van Khan speelt daarbij een niet onbelangrijke rol. Wie is zij?

Khan verhuisde op 11-jarige leeftijd met haar Pakistaanse ouders vanuit haar geboortestad Londen naar de Verenigde Staten. Ze schreef een scriptie over de filosofe Hannah Arendt, werkte een tijdje bij een progressieve denktank en studeerde uiteindelijk in 2017 af in de rechten aan de prestigieuze Yale-universiteit.

Op dat moment hield ze zich al jaren bezig met mededinging. In 2013 plaatste Time Magazine een artikel van Khan over de snoepafdeling in haar plaatselijke supermarkt. „Ik telde meer dan veertig verschillende merken”, schreef ze, „maar die blijken vrijwel allemaal gemaakt te worden door drie bedrijven.”

Doorbraak

In het jaar van haar afstuderen aan Yale beleefde Khan haar doorbraak. Haar artikel Amazon’s Antitrust Paradox, gepubliceerd in een juridisch tijdschrift, bracht een grote discussie op gang over het mededingingsrecht in de VS. Was dat nog wel van deze tijd?

Volgens Khan is het antwoord op die vraag als het gaat om Amazon simpel: nee. Sinds decennia gaat de anti-trustwetgeving ervan uit dat een bedrijf een te sterke marktpositie heeft als de prijzen te hoog worden. Zo was het in de VS bij Standard Oil (opgebroken in 1911) en telecomgigant AT&T (opgebroken in 1982): ze werden zo groot, dat ze haast elke prijs konden vragen voor hun producten.

Amazon ontglipt aan die logica, schreef Khan in haar artikel. Het drijft de prijzen niet op, maar houdt ze, om snel markten te veroveren, juist heel laag. Dat Amazon intussen nauwelijks nog grote concurrenten over heeft, reusachtige hoeveelheden persoonsgegevens verzamelt en analyseert, en zijn activiteiten ontplooit in allerlei economische sectoren, maakt het concern (omzet: 386 miljard dollar) volgens de heersende wetten nog geen monopolist, aldus Khan.

Ten onrechte, vindt ze. Amazon, maar ook collega-techreuzen als Google en Facebook, zijn volgens haar uitgegroeid tot te machtige molochen die de facto grote delen van het internet beheersen en de gezonde marktwerking ernstig belemmeren. Strengere regulering – en eventueel opsplitsing – is noodzakelijk.

Lees meer over de zaak van de FTC tegen Facebook: Gaat Facebook nu verder zonder Whatsapp en Instagram?

De FTC is een auto die 5 kilometer per uur rijdt, Khan wil gas geven tot 250

Ex-topman FTC

Khans stelling kwam haar her en der op kritiek te staan. Haar analyse van het bedrijfsmodel van Amazon zou bijvoorbeeld tekortschieten. Maar ze kreeg vooral veel bijval. Dat techbedrijven te groot zijn geworden, is een van de weinige onderwerpen waar beide kampen in de zeer verdeelde Amerikaanse politiek het min of meer over eens zijn. President Joe Biden droeg haar in maart voor als FTC-voorzitter. Op 15 juni keurde de Senaat de benoeming goed.

„Nu is ze de baas, en moet ze gevreesd worden”, zei Robert Kaminski van het Amerikaanse strategisch adviesbureau Capital Alpha Partners twee weken geleden tegen de Financial Times. „Ze heeft de hamer, en overal waar ze kijkt, ziet ze spijkers.”

Dat het nog niet meevalt die spijkers in het hout te rammen, laat de FTC-zaak tegen Facebook zien. Khan erfde de zaak van haar voorganger, de door president Donald Trump benoemde Joseph Simons. De aanklacht luidde dat Facebook zich als monopolist had gedragen door potentiële concurrenten Instagram en WhatsApp op te kopen, in plaats van eerlijk tegen hen te strijden om de gunst van de consument. Daarom moet het bedrijf de twee onderdelen weer afstoten, aldus de FTC en de 48 staten die ook een klacht indienden.

De rechter oordeelde echter dat de klagers onvoldoende hadden beargumenteerd waarom Facebook een monopolist is. Daarom hoeft de zaak volgens de rechter niet in behandeling genomen te worden.

'Naar Mars gereisd'

Aanhangers van Khans ideeën moeten geen al te hoge verwachtingen koesteren, zei voormalig FTC-voorzitter William Kovacic toen Khan net was benoemd tegen The Washington Post. „Ze heeft nog geen voet in haar kantoor gezet, maar ze spreken al over haar alsof ze naar Mars is gereisd.”

En dat terwijl Khan nu te maken krijgt met de ambtelijke werkelijkheid. Deskundigen hebben al vaker de vraag opgeworpen of de FTC wel voldoende gereedschappen heeft om het op te nemen tegen de techbedrijven. Kovacic vergeleek de instantie in The Washington Post met een auto die 5 kilometer per uur rijdt. „Khan wil nu gas geven richting de 250.”

Uiteindelijk zullen er in de VS ook wetten moeten komen die het mogelijk maken grote techbedrijven harder aan te pakken. Zowel Democraten als Republikeinen zijn daar voorstander van, maar in het gespleten politieke landschap van 2021 is nog niet gezegd dat wetsvoorstellen op genoeg steun kunnen rekenen.

De FTC heeft dertig dagen om beroep aan te tekenen in de Facebook-zaak. Als het dan wel lukt de rechter ervan te overtuigen dat het sociale netwerk een monopolie is, komt de zaak mogelijk alsnog voor.

Voor Khan is het een welhaast persoonlijke aangelegenheid. In 2019 zei ze tegen de Financial Times: „Als de markten ons een kant op leiden waarvan wij als samenleving besluiten dat die niet bij ons beeld van vrijheid en democratie past, dan is het de taak van de overheid om in te grijpen.”