De Vrijheid was een Haagse snackbar die zich niks aantrok van de glimmende skyline vol ministeries eromheen

Architectuur

De iconische Haagse snackcar de Vrijheid is van een wrak een sprankelend paviljoentje geworden, ziet .
Snackcar de Vrijheid stond sinds 1984 op het viaduct over de Utrechtsebaan in Den Haag.
Snackcar de Vrijheid stond sinds 1984 op het viaduct over de Utrechtsebaan in Den Haag. Foto Arthur Bastiaanse/ ANP

Het was een soort aangespoeld wrak op het viaduct over de Utrechtsebaan in Den Haag. Een houten huisje, afgebladderd wit met afgebladderd groen. Voor Hagenaars hét teken dat je thuis was. Dat was niet de opdoemende skyline vol ministeries. Maar een snackcar die zich niks aantrok van de glimmende nieuwbouw die er langzaam omheen was gebouwd, die de hele nacht nog open was, met de toepasselijke woorden ‘de Vrijheid’.

Het houten wrak is niet meer. Een dezer dagen opent eigenaar Cengiz Arslan een nieuwe versie van de Vrijheid op het viaduct. In een paviljoentje dat net zo sprankelt als de torens eromheen, op tijd voor de Tweede Kamer zijn intrek neemt in het naastgelegen gebouw. Arslan wacht nog alleen op een laatste goedkeuring van de gemeente voor de elektra zodat hij kan bakken.

„Het was wel een icoon, maar het was geen gezicht”, zegt hij. „Als ik eerlijk ben, als ik hem in een andere stad zou zien staan dan zou ik er niet zijn gaan eten. Ik zou er niet eens een glaasje water hebben gedronken.” De snackcar had zijn beste tijd gehad, zegt Arslan. „Hij viel uit elkaar. De frituur deed het soms wel, soms niet. Hij was ouder dan ik ben.”

De Vrijheid werd in 1984 neergezet op het viaduct. Niet, zoals de legende is, nadat de eigenaar uit de gevangenis kwam en na zijn vrijlating zijn leven wilde beteren. Noch werd de snackcar betaald door de reclassering of met de buit van een misdaad. Er stond gewoon niets in de omgeving, vandaar de Vrijheid. Dus kwam er naar goed Haags gebruik op het viaduct, zoals op allerlei straathoeken, pleintjes en bruggen, ook hier een houten keet te staan. De snackcar zou in principe elke avond moeten kunnen wegrijden – vandaar dat de Vrijheid geen snackbar heette. Maar hij reed nooit weg.

Lees ook: Het koninklijk huis eet hier ook

Tot ongenoegen van vele wethouders. Want mooi was de snackcar nooit. Wijlen eigenaar Joop van der Spek vertelde eens aan NRC dat toen het ministerie van Buitenlandse Zaken in de jaren tachtig werd gebouwd „iedereen dacht dat dit de bouwkeet was”. In 1997 noteerde de gemeente dat „bij het inrichtingsplan wordt uitgegaan van vertrek van de snackkar teneinde het gebied op te schonen”. Uiteindelijk belandde de Vrijheid in al zijn rafeligheid op ieder nieuw bouwplan.

Dat uiterlijk deerde de (nacht)eters niet. Hagenaar en Hagenees, jong en oud, wisten de Vrijheid te vinden. In 1992 probeerden onderhandelaars de overname van vliegtuigbouwer Fokker door het Duitse Dasa vlot te trekken door om kwart voor vier ’s ochtends dertig kroketten te halen. Prinsen zijn er gesignaleerd, acteurs, taxichauffeurs. Arslan kwam er voor hij in 2015 eigenaar werd, zelf „voor de schnitzel”.

Lees ook: Betaalbare romantiek verdient een vaste plek

Net als andere officieel mobiele maar eigenlijk permanente verkooppunten moest de Vrijheid voor eind dit jaar voldoen aan de eisen die voor kiosken gelden. Of anders echt ambulant worden. Dan was het icoon verloren gegaan, zegt Arslan. „Ik heb hem nu alleen een nieuw jasje gegeven.”

Hij hoopt dat Kamerleden hem straks weten te vinden. Sommigen vrezen de verhuizing van het Binnenhof naar een plek een kilometer verder. Niet allemaal: SP-Kamerlid Bart van Kent liet zich onlangs nog fotograferen voor de Vrijheid. En herinnert zich nog een „broodje speklap na het stappen”.