De klank van een beierende klok

Muziek bepaalt het leven van . Ze worstelt met de pezige muziek van Luigi Dallapiccola. En bloost.
Wagner over muziek

Gevangen in een hoog register op mijn altviool zoeken mijn vingers naar de juiste noten onder het ritmeregiem van de dirigentenstok. Het kloppende hart van het orkest op 1,5m afstand, die we nog steeds handhaven, is vandaag moeilijker te vinden. Te langzaam, niet samen roept de maestro, voor de rest goed, en we beginnen Il Prigioniero (De gevangene) van Luigi Dallapiccola voor de zoveelste keer opnieuw. Zijn hondsmoeilijke opera is minder melodisch dan zijn naam maar duurt slechts drie kwartier: opluchting, want dat is de kortste opera die ik ooit heb gespeeld. Kom op allemaal, we kunnen dit, bemoedigt ons de dirigent, concentratie! Maar die versnippert al snel in het orkestdrama: al een seizoen lang missen we de opwinding om voor echte in plaats van digitale oren en ogen te spelen.

Wat was dit voor seizoen?

Na veel maanden in lege zalen te functioneren is het einde in zicht, toch voelt de hoop als een marteling want de versoepeling komt te laat. Bij de gedachte aan de zwarte, meterslange doeken die tijdens iedere ZaterdagMatinee als tralies over de rijen lege stoelen worden gelegd om een betere akoestiek te creëren, verlies ik mijn focus en speel een ongewenste solo. Het rood kruipt op mijn wangen. Maar ongewenst voelt ook de besmetting die een jaar geleden roet in de muziek heeft gegooid. Ongewenst voelt de valse welvaart van betaalde vrije tijd. En ongewenst voelt nu het einde van het seizoen. En ook al is mijn fout niet goed te praten, mijn leven voelt als een repetitie voor een concert dat nooit plaats gaat vinden.

De vlucht in Dallapiccola’s pezige muziek biedt soelaas, ik duik in de duistere zestiende eeuw van Filips II. Veel weet ik er niet van, maar de hoop van een naamloze gevangene uit de titel raakt me. De Vlaamse patriot verzet zich tegen de Spaanse overheersing waardoor de inquisitie hem in een cel opsluit. Op een ochtend volgt hij de klank van een beierende klok die voor hem vrijheid betekent. Hij is er ingeluisd, hij valt ten prooi. Vijfhonderd jaar later, nu ook ik me verzet tegen de orde, gaat zijn verlangen bij mij door merg en been. Ik volg de muziek en ineens heb ik spijt dat deze opera zo kort duurt.

Ewa Maria Wagner is altvioliste en schrijfster.

Correctie (30 juni 2021): In een eerdere versie van dit stuk stond ‘de vijftiende eeuw van Filips II’. Dat klopt niet, het is de zestiende eeuw. Hierboven is dat aangepast.