‘De bietentartaar is een blijvertje’

Wat was-ie lekker Meekoken met Janneke: biet tartare

Voor ik bieten als lekkernij begon te waarderen, verfde ik in de jaren zeventig schapenwol met bieten. Dat bietjes lekker waren om te eten, ontdekte ik pas bij het eten van een verrukkelijke klassieke borsjt (koude bietensoep). De bietentartaar van Janneke is een blijvertje en prijkt met andere ‘toppers’ in mijn kookschriftjes. Het recept is betrekkelijk eenvoudig, je kan het van tevoren maken. Dat kwam uitstekend van pas toen ik eerder een groep vrienden voor mijn verjaardag uitgenodigde voor een vijfgangendiner. De bietjes en de gebakken kastanjechampignons kun je (niet al te) fijn hakken met een keukenmachine waarna je ze afzet in een kookring en bewaart op een koele plaats. De overige fijngesneden ingrediënten zet je tot gebruik eveneens in de koelte. Destijds schikte ik die kleine heerlijkheden op een bord, in bergjes rondom de kookring, afgedekt met een stuk folie. Op het moment suprême trok ik het folie en de ring eraf en serveerde ik de gasten dit verrassende voorgerecht. Onlangs deed ik dat nog eens dunnetjes over, coronaproof voor twee, in een andere mooie setting.

Lees ook het nagemaakte recept: In deze tartare zit echt geen vlees hoor.