Opinie

De beroepscultuur bij defensie is nog altijd achterhaald

Emancipatie

Commentaar

Is een loopbaan bij defensie aan te raden voor vrouwen? Na berichten in NRC over de machocultuur, de ingebakken vooroordelen en m/v-clichés op de werkvloer van defensie, past daar nadrukkelijk een vraagteken. Twee recent vertrokken luitenant-kolonels deden hun verhaal, openhartig, genuanceerd en ontnuchterend. Rekening houdend met persoonlijke afwegingen kunnen er, voorzichtig, ook conclusies worden getrokken. Hoe hoger de rang, hoe taaier de mannelijk dominante beroepscultuur – en hoe eerder ambitieuze voorbeeldvrouwen het bijltje erbij neergooien. Precies de boegbeelden waar defensie zich aan kon optrekken.

Vrouwen moeten bij defensie op hun tenen lopen, niet omdat het werk dat vereist, maar omdat de mannelijke blik nog steeds te veel bepaalt. Vrouw zijn, jezelf zijn, kan op de militaire werkvloer maar in zeer beperkte mate. Vrouwelijke solidariteit is er feitelijk ongewenst en zelfs riskant want kennelijk bedreigend.

De sociale normen zijn er op het mannelijke waardenpatroon gebaseerd en leggen vrouwelijke militairen een dwingend gedragspatroon op. Daarin gaat het om aanpassen, incasseren en one of the boys worden. Uit het recente, alarmerende scriptieonderzoek van cadet Irina Tziamali (25) bleek waar die conformeringsdrang toe leidt. Wie het best kan ‘meedoen met de mannen’ wordt voor vol aangezien. Maar doen vrouwen weer te veel hun best dan is dat óók niet goed – vrouwen worden constant beoordeeld op gedrag en ‘reputatie’. Wat duidt op paternalisme en archaïsche opvattingen over man-vrouwverhoudingen.

Lees ook dit artikel: Op de officiersopleiding blijf je grenzen opzoeken

Het is niet de eerste keer dat de opleidingen van defensie het nieuws halen. In 2014 verscheen een kritisch rapport over de risico’s die aspirant-militairen lopen op onderling geweld, vernedering en seksuele intimidatie. Daaruit bleek dat een elite van studenten onderling bepaalt wie er wel bij hoort en wie niet – en dat praktiseerde in de vorm van pesten, geintjes en ‘moet kunnen’-incidenten. Om aan die cultuur een eind te maken, diende er dringend een ‘erecode’ te komen. Over vrouwen en homo’s moesten aanstaande militairen ‘minder stereotiep’ leren denken.

Zeven jaar later en van een afstand bezien lijkt dat nog niet gelukt. Het arbeidsklimaat bij defensie is verkrampt, de verhoudingen geforceerd en de militaire beroepscultuur nog altijd achterhaald, want eenzijdig mannelijk. Politiek is het streven intussen om juist meer vrouwen (en minderheden) bij defensie binnen te halen.

Minister Bijleveld (Defensie, CDA) rapporteerde de Kamer dat 10,7 procent van het militaire personeelsbestand vrouw is, 25,2 procent van het burgerpersoneel en 14,2 procent van het reservistenbestand. Heel defensie telt zo’n 64.828 mensen. Het aandeel vrouwen groeit, gelukkig, volgens de minister. De Kamer droomde bij de begrotingsbehandeling al van het symbolisch vernoemen van nieuwe marinefregatten naar vrouwelijke verzetshelden, als Francien de Leeuw en Jos Gemmeke.

Zoiets is een goed idee, zolang de buitenwereld maar niet denkt dat nu alles pais en vree is aan het vrouwenfront. Dat is het namelijk niet. Er moeten nog heel wat traditioneel denkende mannen afzwaaien voordat defensie kans heeft op nieuw evenwicht. Of om de „genderbewuste organisatie” te worden die een „genderperspectief kan integreren” in haar werk, zoals de minister het in het Defensie Actieplan 2021-2025 de Kamer beloofde. Dat moet ook in de opleidingen en cursussen van defensie zichtbaar worden, schreef minister Bijleveld. Veel succes daarmee. Er zijn alvast twee ervaringsdeskundigen beschikbaar. Vooral met kennis over hoe het niet moet.