Foto Fans van Zijst, bewerking NRC

Interview

Schoenontwerper Jan Jansen (80): ‘Ik werk nog steeds heel hard’

Openhartig Museum Jan in Amstelveen is tot eind augustus de expositie Op de leest van Jan Jansen. 60 jaar schoenen & Dutch Design te zien. Onlangs verschenen zijn memoires: Werken. Jan Jansen (80) beantwoordt zeven vragen, vrij naar Marcel Proust.

Wat ziet u als u in de spiegel kijkt?

„Een tachtigjarige meneer die er nog heel goed uitziet. Maar zie ik een foto van mezelf toen ik vijftig was dan moet ik wel even slikken, dan zie ik het verschil met nu. Ik kom veel in Japan, daar geldt: hoe ouder, hoe meer waardering. Daar hou ik me maar aan vast.”

Wat waren uw mooiste jaren?

„Tussen vijftig en zestig. Toen kwam ik op een punt dat ik dacht: er zijn maar weinig mensen die mij nog wat kunnen wijsmaken op het gebied van schoenen maken. Dat gevoel van overzicht hebben, weten wat je weet en die kennis overdragen aan een jongere generatie, prachtig.”

Lijkt u op uw vader?

„Hij was een bourgondiër, lekker eten en drinken. We hadden een groot gezin, vier meisjes, vier jongens. Ooms en tantes, opa en oma, iedereen schoof aan. Mijn vader werkte als verkoopleider bij kinderschoenenfabriek Nimco. ’s Ochtends naar zijn werk, uitgebreid lunchen in een restaurant en na een middagdutje wat administratie of het café in met vrienden om te biljarten. Tonny en ik hebben een eigen zaak, altijd dag en nacht gewerkt, dat is míjn leven. Ik werk nog steeds heel hard.”

Lijkt u op uw moeder?

„Ze was zacht en lief en verzorgend. Enorme pannen eten maken. Ze verdroeg het niet als we iets tekort zouden komen. Ze was bezorgd over mij: die jongen gaat het nooit redden met die schoenen. Dat nam ik over. Ik kon begin jaren zestig een half jaar naar Rome om schoenen te leren maken. Maar er was me ook een baantje aangeboden, als modelleur in een schoenenfabriek. Tonny, toen nog mijn verloofde, zei: niks daarvan. Jij gaat naar Italië! Zij durft veel meer. Ik ben truttiger, behoudender. Het was een van de belangrijkste beslissingen in mijn leven en daar ben ik haar nog altijd dankbaar voor.”

Wie is uw grote liefde?

„Tonny, natuurlijk. We kennen elkaar vanaf ons zeventiende. Maar eerder al zag ik haar vanuit het raam van mijn ouderlijk huis voorbijfietsen. Staand op de pedalen vanwege haar strakke rokje, woeste zwarte krullen. Ik had haar nog nooit gesproken maar zei tegen mezelf: dat wordt mijn meisje. Dit jaar zijn we 57 jaar getrouwd.”

Wat is uw grootste extravagantie?

„We leven vrij sober. De auto hebben we de deur uitgedaan. We hebben niet veel kleren, wat we hebben is van kwaliteit; Yamamoto, Issey Miyake, Kenzo. We hebben altijd veel gereisd in verband met werk. China, Japan, Taiwan. Vakantie vonden we niks. We hadden een huis in Italië, daar waren we ook altijd aan het werk. Twee weken nietsdoen – verschrikkelijk. Ik zou me kapot vervelen.”

Wat is uw diepste wens?

„Dat we ooit contact krijgen met buitenaardse wezens. Ik zag een foto van het heelal en hoe de aarde daar slechts een heel klein onbetekenend zandkorreltje in is. Als er op de aarde leven is, dan kán het toch niet anders dan dat er meer is .”