Reportage

Transgenderzorg onder vuur: 'Een psycholoog heeft de macht over jouw lichaam te besluiten'

Transgenderzorg Er schort van alles aan de Nederlandse transgenderzorg, vinden actievoerders die zaterdag de straat op gingen. Amsterdam UMC belooft beterschap.

Demonstratie, afgelopen zateredag in Amsterdam, tegen de situatie in de transgenderzorg en voor een structureel ander systeem van transitiezorg.
Demonstratie, afgelopen zateredag in Amsterdam, tegen de situatie in de transgenderzorg en voor een structureel ander systeem van transitiezorg. Foto Sabine Joosten/ ANP/Hollandse Hoogte

Het wordt de „zomer van trans woede”, als het aan de organisatoren ligt van de demonstratie voor een betere transgenderzorg, afgelopen zaterdag. „We roepen jullie op om boze acties te organiseren”, schalt het tussen de kantoren op de Zuidas in Amsterdam. „Om te laten weten dat we er klaar mee zijn. Klaar met de wachtlijsten. Klaar met de diagnoses. Klaar met het machtsmisbruik!”

Gejuich stijgt op van het George Gershwinplein, waar zich honderden kleurrijke actievoerders hebben verzameld. Er zijn veel regenboogkleuren, geverfde kapsels en zwarte kisten aan de voeten. Transgendervlaggen dienen als cape. Naast lhbti-organisaties zijn er afgevaardigden van BIJ1 en jongerenpartij Rood – waar de SP die dag mee zou breken vanwege communistisch gedachtegoed.

De demonstratie is georganiseerd door activisten naar aanleiding van het Instagramaccount @VuGenderMistreatment. Daarop worden al ruim een maand veelal anonieme verhalen gedeeld van (ex-)patiënten van de genderpoli van Amsterdam UMC (voorheen VUmc). Ze hebben „honderden” verhalen binnengekregen, zegt een beheerder van het account op het podium. „In vijf weken, hè.” Gejuich.

Op het account staan verhalen van jaren geleden, maar ook recente. Over dat Amsterdam UMC terughoudend zou zijn met het behandelen van non-binaire personen, die zich niet (helemaal) man of vrouw voelen. Over brieven van de poli waar ‘meneer’ of ‘mevrouw’ boven staat, terwijl dat niet strookt met iemands identiteit.

Vorige week openbaarden de accountbeheerders een manifest met hoe de transgenderzorg moet veranderen. Een petitie is bijna 3.500 keer ondertekend.

Tussen twee vuren

De transgenderzorg ligt hiermee van twee kanten onder vuur. Belangrijke eis van de demonstranten is een kleinere rol van de psycholoog bij de behandeling. Ze vinden het „dehumaniserend” te moeten bewijzen dat ze transgender zijn om in aanmerking te komen voor hormoonbehandelingen en eventuele operaties.

Een tegenbeweging, die met name in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk voet aan de grond kreeg, pleit juist voor een strengere selectie aan de poort. Vooral uit angst dat kinderen spijt kunnen krijgen van onomkeerbare behandelingen – overigens had slechts een half procent van de patiënten van Amsterdam UMC tussen 1972 en 2015 spijt.

Mediasocioloog Peter Vasterman waarschuwde vorige maand in NRC voor de „plots opduikende genderdysforie”, de medische term voor transgendergevoelens, onder kinderen die zich aanmelden. Dit aantal stijgt sinds 2012 sterk, vooral onder hen die zich jongen voelen maar een meisjeslichaam hebben. Amsterdam UMC weersprak dat. „Wij zien geen enkel bewijs van gebrek aan genderdysforie bij de nieuwe groep”, zei onderzoeker Thomas Steensma, die de toename toeschrijft aan de gegroeide sociale acceptatie.

Al jaren wachtlijsten

De actievoerders richten zich vooral op Amsterdam UMC, dat een „onofficieel monopolie” zou hebben op de transgenderzorg. Niet letterlijk: Amsterdam UMC, dat in de jaren 70 als eerste academische ziekenhuis ter wereld transgenderzorg ging leveren, behandelde in 2020 nog slechts een vijfde (650) van het totale aantal patiënten in de psychologische fase, en een derde (425) in de endocrinologische fase (hormoonbehandelingen). „Alleen zeer complexe gevallen, bijvoorbeeld met aanpalende mentale of fysieke klachten, kan je alleen nog in Amsterdam terecht”, zegt Michiel Verkoulen van adviesbureau Zorgvuldig Advies, dat vanuit het ministerie is gevraagd de transgenderzorg los te trekken. Maar met zijn ‘protocollen’ andere zorgaanbieders zou dicteren hoe ze die zorg moeten leveren, namelijk: met een uitgebreid psychologisch traject. Pas na de diagnose ‘genderdysforie’ mag iemand medische ingrepen ondergaan.

„Je kunt op je achttiende je hele lichaam tatoeëren of een borstvergroting nemen”, zegt Jaimy Boelen (18), zittend op een bankje voorafgaand aan de demonstratie. „Tenminste, als je cis [niet trans] bent. Maar voor trans mensen worden lichamelijke aanpassingen zó moeilijk gemaakt.” Hijzelf staat anderhalf jaar op de wachtlijst.

Met zijn protocol zou Amsterdam UMC de wachtlijsten in de hand werken. Die zijn al jaren extreem lang. Het plant nu intakegesprekken van mensen die zich in juli 2019 hebben aangemeld. Dat wachten zorgt voor extra mentale druk, merken zorgverleners, met soms suïcidaliteit tot gevolg. Op de demonstratie wordt een verhaal gedeeld van een jongen die het wachten niet meer aankon.

Het ministerie van Volksgezondheid stelde eind 2018 een ‘kwartiermaker’ aan om meer zorgaanbod voor transgender personen te creëren en wachttijden te verkorten. Dat lukte deels: ten opzichte van 2019 steeg de capaciteit in de ggz voor trans personen met 58 procent en in de endocrinologische zorg met zelfs 133 procent. Maar de vraag stijgt nog sneller. Het aantal wachtenden steeg van 2.820 in 2019 naar 4.729 begin dit jaar. De coronadrukte in de ziekenhuizen versterkte dat.

„Wij willen niet de grootste of een van de weinige aanbieders zijn”, zegt het hoofd van het Amsterdamse gendercentrum, Annelijn Wensing-Kruger. „De wachtlijsten zijn echt onmenselijk.” Het ziekenhuis hielp met het opzetten van gendercentra in het Radboudumc (2020) en Zaans Medisch Centrum (2021).

‘Er is geen protocol, geen mal’

„Er is feitelijk geen protocol”, zegt Wensing-Kruger. „Er is geen mal waar iedereen doorheen gaat.” Er zijn wel zorgstandaarden waaraan goede transgenderzorg moet voldoen. Maar die werden opgesteld in samenspraak met de gehele sector, waaronder ook patiëntenorganisatie Transvisie.

Die zorgstandaarden verplichten de door de actievoerders gehate diagnose. „Een psycholoog heeft nu de macht over jouw lichaam te besluiten”, zegt Vreer Verkerke (58), fractievertegenwoordiger bij BIJ1 Amsterdam, en woordvoerder van de demonstranten, midden in de menigte.

De actievoerders willen meer zelfbeschikking. „Anarchisme gaat ook over zelfbeschikking en autonomie”, zegt de Vrije Bond op de vraag waarom de anarchistische organisatie aanwezig is op de demonstratie. Ze pleiten voor een systeem van informed consent: zolang de patiënt goed geïnformeerd wordt over de impact van een behandeling, zou die prima zelf daarover kunnen beslissen.

In „bepaalde mate” is dat systeem er al, zegt Wensing-Kruger. Maar het ligt eraan wat je daaronder verstaat. „Niet dat je bij de chirurg tekent bij het kruisje bijvoorbeeld.” Volgens haar zijn de psychologische gesprekken „niet ingericht om te toetsen of iemand genderdisfoor is – personen die zich bij ons melden voldoen namelijk al gauw aan de criteria. De gesprekken zijn er juist op gericht de gevoelens te begrijpen, te bekijken hoe het met iemand gaat, hoeveel steun die krijgt uit de omgeving en om de verwachtingen te bespreken.” Bovendien moet volgens zorgverleners bekeken worden of iemand een trauma of autisme heeft die het identiteitsgevoel kunnen beïnvloeden.

Sommigen voelen zich daardoor niet serieus genomen. „Ik heb vrienden die autistisch zijn en daarom meer moeite moeten doen om te bewijzen dat ze in transitie willen”, zegt Noah uit Leiden, die een bord met ‘Niet Trans Genoeg? VUck off!’ vasthoudt. „Je eigen identiteit ken je het best”, zegt Bo Salomons, naast Noah.

In sommige landen heeft de psycholoog al meer de rol van begeleider. Ook de laatste versie van de internationale transgenderzorgstandaard WPATH stelt een uitgebreide psychische evaluatie niet meer verplicht. In Malta, Denemarken en IJsland mág die zelfs geen voorwaarde meer zijn.

De Nederlandse zorgstandaard die de sector opstelde. biedt hier beperkt ruimte voor. Nog wel. Na de zomer beginnen evaluatiegesprekken over de standaard, vooral een korter diagnostisch traject staat op de agenda. Mensen zonder andere mentale of fysieke problemen zouden mogelijk sneller kunnen doorstromen, constateerde de kwartiermaker in april.

Ook de groei van het aantal non-binaire personen is een belangrijke ontwikkeling. Volgens sommige zorgverleners voelt een derde van hun patiënten zich niet man of vrouw. Volgens de actievoerders is bij Amsterdam UMC weinig ruimte voor hen. „Ze twijfelden of mijn dochter wel trans genoeg was, omdat ze zich niet ‘meisjesachtig’ genoeg kleedt”, luidt een ontboezeming van een ouder op @VuGenderMistreatment over de periode 2017 tot nu. „Sindsdien draagt mijn dochter veel ‘vrouwelijkere’ kleding dan normaal als we weer naar het VUmc moeten.”

Non-binair

Dat beeld noemt Wensing-Kruger inmiddels achterhaald. „Juist een aanzienlijk deel van de mensen die bij ons komt is non-binair. Zo willen sommigen wel een borstverwijdering, maar geen hormonen. Dat is heel goed mogelijk.” Niet alleen non-binaire mensen hebben behoefte aan differentiatie. Zo wil een meerderheid van de transgender mannen en vrouwen geen genitale chirurgie, bleek in 2019 uit onderzoek van de kwartiermaker en Transvisie.

Toch lijkt het soms nog alsof het Amsterdam UMC twee ‘smaken’ kent. Op een nog gebruikte vragenlijst uit 2008 die NRC inzag, staat: ‘Zag uw vader er vroeger mannelijk uit?’, ‘Gedroeg uw moeder zich vrouwelijk?’ en ‘Gedroeg u zich als kind (0-12 jaar) als een echte jongen?’ „Terecht punt”, zegt Wensing-Kruger. „Er wordt hard aan gewerkt ervoor te zorgen dat de vragen niet heel binair zijn.”

Ook klopt het dat patiënten soms brieven thuis krijgen met ‘meneer’ of ‘mevrouw’, terwijl ze zich zo niet identificeren. „In het elektronisch patiëntendossier bestond geen optie iemand zonder meneer of mevrouw aan te schrijven, maar bij een expertisecentrum hoort dat natuurlijk niet.”

Als meer trans personen onderdeel uitmaken van het genderteam, stellen de actievoerders, zal de behandeling van de patiënten verbeteren. Ze eisen dat „actief wordt gezocht” naar personeel dat zelf trans is. En trans personen moeten volgens hen betrokken worden als adviseurs, trainers, managers en toezichthouders.

„Professionele deskundigheid is bij ons minstens zo belangrijk als ervaringsdeskundigheid”, aldus Wensing-Kruger. Amsterdam UMC zelf heeft een ‘Genderraad’ van ervaringsdeskundigen die gevraagd en ongevraagd advies kan geven. Begin dit jaar is een steunpunt gendervragen opgezet, waar ervaringsdeskundigen vragen kunnen beantwoorden. Ook gaan ze langs opleidingen om studenten warm te laten lopen voor de transgenderzorg. Maar er zitten geen trans personen in het psychologenteam. In wervingsteksten staat weliswaar dat ervaringsdeskundigheid een ‘pre’ is, „maar het is nog nooit gelukt”, geeft Wensing-Kruger toe.

Ook de jeugdzorg en volwassenen-ggz kampen met groot personeelstekort. „Dit probleem is groter dan de transgenderzorg”, zegt kwartiermaker Michiel Verkoulen van VWS. Maar daar hebben de actievoerders zaterdag geen boodschap aan. „Fuck het VU. Trans Zorg Nu!” roepen ze als ze langs het ziekenhuis lopen. Tientallen middelvingers gaan de lucht in.

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0800-0113 of www.113.nl