VWS moet vóór september besluiten over openbaarmaking coronadocumenten

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) moet binnen twee maanden reageren op een verzoek van de NOS en NTR om diverse interne documenten over het coronavirus en de bestrijding daarvan openbaar te maken. Dat heeft de rechtbank Midden-Nederland maandag bepaald. Als het departement de opgelegde termijn niet haalt, moet het een dwangsom van 250 euro betalen voor iedere daaropvolgende dag vertraging, met een maximum van 37.500 euro.

De NOS en NTR hebben in mei vorig jaar meerdere zogeheten Wob-verzoeken (Wet openbaarheid van bestuur) ingediend bij het ministerie van VWS. Het gaat onder meer om interne documentatie over de CoronaMelder-app, de besmettelijkheid van kinderen en memo’s over de communicatie tussen het ministerie en het Outbreak Management Team (OMT), het orgaan van experts dat het kabinet adviseert over de coronamaatregelen.

Het departement heeft niet binnen de daarvoor gestelde termijn gereageerd op de verzoeken van de publieke omroepen. In de Wob staat namelijk dat een overheidsorgaan binnen vier weken een beslissing moet vellen over eventuele openbaarmaking. Wel is er door de coronapandemie sprake van „bijzondere omstandigheden” en een grote hoeveelheid Wob-verzoeken, aldus de rechtbank, waardoor het ministerie nu iets langer de tijd krijgt om tot een besluit te komen.

Met een beroep op de Wob kan iedereen documenten opvragen van de overheid. De overheid moet deze stukken vrijgeven, tenzij er een belang is dat zwaarder weegt dan openbaarheid. Zo kan de veiligheid van een ambtenaar bijvoorbeeld in het geding komen als zijn persoonsgegevens openlijk worden gedeeld. In dat geval mag worden besloten om een document niet vrij te geven of delen van de tekst zwart te lakken. Voor journalisten is de Wob van belang om de overheid kritisch te kunnen volgen.

Dit artikel maakt ook deel uit van ons liveblog: Verdachte: plan voor aanslag op vaccinatielocatie Den Helder was grap