Analyse

Urgenda weigert ‘genaaid’ te worden en voert bij kabinet druk op

KLimaatbeleid Milieuorganisatie wil via de rechter een dwangsom opleggen aan de staat. Een ongewis vervolg van een strijd die in 2013 begon.

Directeur Marjan Minnesma van Urgenda na afloop van een gesprek met informateur Mariette Hamer.
Directeur Marjan Minnesma van Urgenda na afloop van een gesprek met informateur Mariette Hamer. Foto Lex van Lieshout/ANP

Na acht jaar gaat de juridische strijd van Urgenda een nieuwe fase in. De milieuorganisatie spande in 2013 een rechtszaak aan om de Nederlandse overheid tot een actiever klimaatbeleid te bewegen. Inzet van de rechtsgang was een beperking van de emissie van broeikasgassen in 2020 met 25 procent ten opzichte van 1990. Tot en met de Hoge Raad kreeg Urgenda het gelijk aan zijn zijde.

Inmiddels is bijna zeker dat die doelstelling van 25 procent reductie niet is gehaald. Afgelopen zondag kondigde directeur Marjan Minnesma van Urgenda in tv-programma Buitenhof aan dat de rechter daarom wordt gevraagd een dwangsom op te leggen aan de staat. Zo moet uitvoering van het vonnis worden afgedwongen.

Uitstoot gestegen

Minnesma’s aankondiging komt allerminst als een verrassing. Niet dat haar streven ooit is geweest om het vergaande middel van een dwangsom in te zetten. November vorig jaar zei zij tegen NRC: „Ik wil niet terug naar de rechter, maar ik wil niet genaaid worden.”

Normaal doet de overheid wat de rechter zegt

Marjan Minnesma directeur Urgenda

Hebben de verschillende kabinetten dan niets gedaan waardoor Nederland nog altijd niet die geëiste emissieverlaging heeft gehaald? Dat niet, maar de inspanningen, nodig om de opwarming van de aarde nog enigszins te beperken, zijn hoe dan ook onvoldoende geweest.

Het CBS schatte eerder dit jaar, op basis van voorlopige cijfers, dat de emissie in 2020 24,5 procent lager zal zijn dan in het vergelijkingsjaar 1990. Net niet dus, kan de positieve conclusie zijn. Maar de uitstoot kwam in het coronajaar sowieso lager uit door minder verkeer en economische bedrijvigheid. In de eerste maanden van het jaar is de uitstoot al weer gestegen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving – de klimaatadviseur van het kabinet – is het dan ook zeer de vraag of die vereiste reductie in de komende jaren wordt gehaald.

In haar brief aan de Tweede Kamer gaf de net aangetreden staatssecretaris Dilan Yesilgöz (VVD, Klimaat) afgelopen vrijdag toe dat het Urgenda-doel onder druk blijft staan. Dat is voor haar aanleiding om dit najaar met nieuwe initiatieven te komen.

Deze dinsdag staat de bewindsvrouw in de Eerste Kamer waarin een wet wordt behandeld die het gebruik van kolen door de drie resterende kolencentrales verder moet beperken. In ruil voor financiële compensatie mogen de centrales, die veel CO2 uitstoten, tot en met 2024 slechts 35 procent van hun capaciteit inzetten.

Dit soort maatregelen vergt tijd. Het wetsvoorstel lag al een half jaar klaar. En met de vierde kolencentrale van Nederland, Onyx op de Maasvlakte, wordt al acht maanden onderhandeld over de financiële compensatie voor sluiting. De Amsterdamse Hemwegcentrale werd al wel in 2019 gesloten.

In haar brief van vrijdag presenteert Yesilgöz een lange opsomming van maatregelen om de uitstoot te beperken. Veel maatregelen voor veel verschillende sectoren: van de industrie tot aan de landbouw, van het wegvervoer tot aan de stroomproductie. In een reactie noemt Yesilgöz het teleurstellend dat Urgenda de uitvoering van deze maatregelen niet afwacht.

Serieuze gesprekspartner

Maar het valt niet te ontkennen dat 2020 inmiddels al een half jaar is afgelopen. En om 2020 is het in 2013 allemaal begonnen, al blijft de eis van 25 procent ook de komende jaren gelden.

Eveneens is duidelijk dat sinds 2015, toen de rechtbank Urgenda in het gelijk stelde, er aanvankelijk amper iets is ondernomen. In 2016 zei toenmalig minister Henk Kamp (VVD, Economische Zaken) dat uitvoering van het Energieakkoord van 2013 voldoende zou zijn om aan de noodzakelijke 25 procent te komen. Hij baseerde dat op een berekening die nooit door het PBL was doorgerekend.

Lees ook: Kabinet moet keiharde maatregelen nemen om uitstootdoelen te bereiken

Snelle maatregelen om te verduurzamen kosten nu eenmaal meer geld, dan wanneer het deel uitmaakt van langetermijnbeleid. In 2015 kwam het PBL, op verzoek van de Tweede Kamer, voor het eerst met een lijst mogelijke maatregelen om de 25 procent reductie te halen. Het Planbureau benadrukte destijds dat een jaar vertraging al cruciaal kon zijn voor het al of niet halen van de doelstelling.

De tijd verstreek en veel politici gingen ervan uit – en zij stonden niet alleen – dat de eis van Urgenda in hoger beroep zou worden afgewezen. Maar ook na de bekrachtiging door het Gerechtshof (najaar 2018) hield toenmalig minister Wiebes (EZK) vol dat aanvullend beleid niet nodig was. Sterker nog het doel was „binnen bereik”. Na december 2019 (arrest Hoge Raad) ging Wiebes daadwerkelijk aan de slag en werd Urgenda zelfs een serieuze gesprekspartner voor het departement. „We hadden beter eerder kunnen handelen”, zei de minister terugkijkend.

Omvang dwangsom

Minnesma ging het liefst de vraag uit de weg wat de volgende stap was als de uitstoot onvoldoende zou dalen. Terug naar de rechter? „Ik hoop nog steeds dat we in een rechtsstaat leven en dat het niet hoeft”, zei ze in november 2020. Met het eisen van een dwangsom belandt Urgenda op ongebaande paden. Want als een rechter inderdaad zo’n dwangsom oplegt, wie gaat dat bij het Rijk innen?

En hoe groot zal zo’n dwangsom zijn? Bij Buitenhof sprak Minnesma de verwachting uit dat ze een bedrag tussen de 100 miljoen en 2 miljard euro verwachtte. Juristen kunnen de komende weken op zoek of zich ergens ooit een precedent heeft voorgedaan. Wellicht niet. Minnesma: „Normaal doet de overheid wat de rechter zegt en hoef je haar dus geen dwangsom op te leggen.”