Opinie

Topsporters in neergang

Frits Abrahams

Hoeveel ook over hen geschreven wordt, topsporters blijven vaak iets ondoorgrondelijks houden. Ze laten zelden het achterste van hun tong zien, tenzij hun carrière achter de rug is en ze interessant genoeg zijn voor een onthullende (auto)biografie – zie Andre Agassi, die het toptennis altijd gehaat bleek te hebben vanwege de extreem hoge druk, en de aan drugs en drank verslaafde Wim Kieft.

Zaterdag dook in de Johan Cruijff Arena een ooit veelbelovende schim uit het verleden op: Kasper Dolberg, de spits die voor Denemarken tegen Wales twee voortreffelijke goals maakte. Dolberg! Hij leefde nog.

De coach van Denemarken moet een geoefende psychotherapeut zijn, want hij stelde hem tijdens dit EK voor het eerst in zijn basiselftal op toen in de Arena gespeeld moest worden. De Arena – de plek waar Dolbergs carrière als toptalent in 2016 begon en drie jaar later alweer uitdoofde. Ajax wilde van hem af en verkocht hem aan OGC Nice, waar hij in het eerste seizoen speler van het jaar werd.

Dolberg had dus heel wat goed te maken in de Arena. Maar waarom mislukte hij als jeugdig talent bij Ajax, en waarom zie je daar vaker jonge of nieuwe spelers mislukken? Denk aan de recente voorbeelden Noa Lang en de Roemeen Razvan Marin die later elders wél meteen slaagden. Ook met de Braziliaan David Neres dreigt het die kant op te gaan.

Zelden of nooit kom je te weten wat er met hen aan de hand is geweest. Was het de prestatiedruk, waar Agassi en Kieft al over klaagden? Werden ze om een of andere reden niet geaccepteerd door ‘de groep’? Of konden hun dure voetbalbeentjes de weelde niet langer dragen? (Mij viel op dat Dolberg in de kleedkamer van OGC Nice een horloge van 70.000 euro liet liggen dat door een medespeler werd gestolen.)

Zo’n ondoorgrondelijke speler is voor mij ook Memphis Depay. Een man van uitersten: hij schittert of hij faalt. Tegen Tsjechië faalde hij, maar helaas niet als enige. Uit de recente tv-documentaire over hem hield ik de indruk over van een nogal geïsoleerd levende man, die soms te veel in zijn eigen ego ronddoolt.

Bij de vrouwen intrigeert mij de neergang in de carrières van atlete Dafne Schippers en tennisster Kiki Bertens. Nog niet zo lang geleden behoorden beiden tot de absolute wereldtop. Schippers won olympisch zilver en werd tweemaal wereldkampioen, Bertens bereikte de vierde plaats op de wereldranglijst, wat nog nooit een Nederlandse speelster was gelukt. Bertens heeft aangekondigd binnenkort te zullen stoppen, Schippers lijkt onderweg naar dezelfde beslissing. Waarom ging het met hen eerder mis dan we hadden verwacht? Ook over hen is veel geschreven, maar naar een bevredigend antwoord blijft het gissen.

De overeenkomst tussen hen: beiden braken met hun coach op een cruciaal moment in hun carrière. Schippers, die vervolgens zwaardere trainingen kreeg, had nog wel even succes, maar het werd snel minder, Bertens haalde nooit meer haar oude niveau. In een recent interview in AD zegt Schippers: „Het ligt niet aan mijn inzet, mijn trainingen, de wil, het talent. Het is helaas een fysiek ding.” Haar rug zou in een voorstadium van hernia zijn beland.

Of is er toch meer aan de hand? Een mentale inzinking misschien? Het is wachten op de biografie.