Van sjoemelen met systemen tot vervalsingen: mestfraudeurs krijgen alle ruimte

Analyse mestfraude Fraude met mest blijkt alom en divers, constateert het ministerie van Justitie en Veiligheid, maar er gebeurt weinig aan.

Mest op de Gelderse Vallei.
Mest op de Gelderse Vallei. Foto Daniel Niessen

Voor het eerst heeft Justitie en Veiligheid strafdossiers van mestfraudeurs geanalyseerd, zo blijkt uit nog ongepubliceerd onderzoek van het ministerie. Op die manier tracht het departement zicht te krijgen op de omvang van de mestfraude in Nederland. Wat in ieder geval is opgevallen: de pakkans voor fraudeurs is klein.

De vijf belangrijkste bevindingen.

1. Nederland mestland

Nederland is een grote jongen in Europa als het op mest aankomt. Jaarlijks produceert het zo’n 75 miljard kilo, met name afkomstig van veehouders die de Nederlandse en buitenlandse markt voorzien van zuivel, vlees en eieren. Dit is te veel mest voor het weiland van de boeren zelf, en ook voor de akkerbouwers die een deel ervan overnemen. Mest bevat voedingsstoffen voor planten en groenten, waaronder stikstof en fosfaat. Die stoffen tasten echter ook de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater aan, en natuurgebieden. Daarom kan niet alle mest over het land worden ‘uitgereden’.

Landelijke normen moeten het milieu beschermen tegen overvloedig gebruik van mest. Een deel van het overschot eraan wordt daarom afgevoerd, bewerkt en verwerkt tot ander materiaal, of vernietigd. Voor dat traject is de boer zelf verantwoordelijk, en er gelden strenge regels. Zo moeten boeren een mestboekhouding bijhouden en vervoerbewijzen kunnen tonen als ze het spul afvoeren.

2. Gesjoemel

In grofweg vijftien jaar droegen de politie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ruim driehonderd strafdossiers over mestfraude aan bij het Openbaar Ministerie. Hoeveel mensen daarop zijn veroordeeld, blijkt niet uit het onderzoek.

Mestfraude doet zich in verschillende vormen voor. Boeren sjoemelen met systemen in hun stallen waardoor het lijkt alsof ze minder schadelijke stoffen uitstoten. Daarnaast vervalsen ze vervoerbewijzen en de eigen mestboekhouding. Daardoor lijkt het alsof boeren hun mestoverschot netjes verkopen en elders laten uitrijden, maar in werkelijkheid rijden ze de mest over eigen land uit en overschrijden zo natuurregels. Ook zijn er boeren die meer dieren in hun stallen hebben staan dan waarvoor zij rechten hebben gekocht. Zij produceren en verdienen daardoor meer, maar doordat zij meer dieren houden stoten ze ook meer giftige stoffen uit. Tegelijk besparen ze geld op de aanschaf van de rechten. Uit strafrechtelijk onderzoek in de pluimveesector (kippen, ganzen, eenden, kalkoenen) blijkt dat sommige boeren tienduizenden dieren meer houden dan zij opgeven.

Lees ook: Mestfraude is in Nederland alomtegenwoordig, maar wordt nauwelijks opgespoord

3. Omvang

Het ministeriële onderzoek is een „eerste schatting van de minimale omvang van mestfraude”. Hoe groot de fraude dan werkelijk is? Dat is niet te zeggen. De meeste opsporingsonderzoeken focussen vooral op valsheid in geschrifte, volgens de onderzoekers. Om de strafbare feiten te bewijzen, schrijven ze, is het bovendien „niet altijd relevant met hoeveel kilo mest exact is gefraudeerd”.

Dat het om duizelingwekkende hoeveelheden kan gaan, komt naar voren uit een analyse van 21 strafdossiers die het onderzoek van Justitie en Veiligheid aanhaalt. In die dossiers blijkt het in totaal om 185 miljoen kilo mest te gaan die „niet of op onjuiste manier” verantwoord is in de mestboekhouding. Dat riekt naar fraude. Het financiële voordeel voor de betrokkenen was in die 21 onderzoeken bijna 23 miljoen euro.

4. Milieu en andere schade

De schade die het milieu is toegebracht, blijkt lastig te meten. Dit komt vooral omdat na opsporingsonderzoek vaak nog niet duidelijk is waar de mest gedumpt is. Daardoor zijn de effecten niet te becijferen.

Wat wel berekend kan worden, is de milieuschade door meer dieren te houden dan is toegestaan, de zogenoemde ‘overschrijding productierechten’. De onderzoekers hebben hiervoor specifiek gekeken naar de ammoniakuitstoot dicht bij beschermde Natura 2000-gebieden, veroorzaakt door die extra dieren. De ecologische effecten bleken het grootst op het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos, ten zuidoosten van Breda. Terugbrengen van de veestapel naar het toegestane aantal dieren zou ongeveer evenveel effect hebben als de landelijke snelheidsverlaging van 130 naar 100 kilometer per uur, die in maart 2020 is doorgevoerd.

De schade beperkt zich niet tot het milieu; de fraude ondermijnt het hele Nederlandse mestbeleid. Zo krijgt het Centraal Bureau voor de Statistiek onjuiste data over mest aangeleverd. En die data worden gebruikt voor het te voeren beleid. „Dit betekent dat de effectiviteit van het mestbeleid niet goed kan worden gemonitord.”

Lees hier ons onderzoeksverhaal uit 2017 over mestfraude: Het Mestcomplot

5. Oplossingen

Opsporingsonderzoeken focussen te veel op één element van de fraude, stellen de onderzoekers vast: het gerommel met documenten. Achterhaald moet worden wáár de mest gedumpt wordt. Zo kan beter berekend worden hoe groot de milieuschade is.

Ook bepleiten ze een landelijke registratie van boeren die de regels overtreden. De onderzoekers zien hier een rol weggelegd voor de 29 regionale omgevingsdiensten, die onder meer toezien op het gebruik van milieuvergunningen. Zij zijn veel in het buitengebied en controleren of boeren de juiste papieren hebben.

Extra mankracht voor de Voedsel- en Warenautoriteit is evenmin luxe. In 2019 telde de dienst circa 950.000 mesttransporten. Daarvan werden er 821 gecontroleerd: 0,09 procent. En verder moet dataonderzoek de komende jaren duidelijker maken bij welke bedrijven het risico op fraude groot is.

De onderzoekers benadrukken dat niet alleen de handhaving van de mestregels geïntensiveerd moet worden, maar dat er ook aandacht moet zijn „voor de onderliggende oorzaken van mestfraude”. Wat ze hier precies mee bedoelen, is onduidelijk. Mogelijk vragen ze zich af of de Nederlandse rol als derde exporteur van landbouwproducten wereldwijd houdbaar is.